Hoofdstuk 1 kleine historie zorgverbreding
1900 leerplichtwet
Probleemleerlingen: de groep leerlingen die niet in staat was zonder meer het aangeboden
onderwijs te volgen.
Buitengewoon onderwijs (later speciaal onderwijs) jaren 50 en 60
Aparte scholen met speciale voorzieningen voor kinderen met leerproblemen.
Kleinere klassen
Inzet van specialisten psychologen en logopedisten
Gespecialiseerd onderwijs aan:
LOM kinderen met leer- en opvoedingsmoeilijkheden
MLK moeilijk lerende kinderen
IOBK in hun ontwikkeling bedreigde kleuters
MYTYL lichamelijk gehandicapte kinderen
ZMLK zeer moeilijk lerende kinderen
ZMOK zeer moeilijk opvoedbare kinderen
Blinde/slechtziende
Dove/slechthorende
Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden
Langdurig zieke kinderen
Meervoudig gehandicapte kinderen
Pedologische instituten: (PI-scholen) kinderen met ernstige en gecompliceerde problemen
worden hier geobserveerd, teneinde tot een verantwoorde definitieve schoolkeuze komt.
In de jaren 70 kwamen er verschillende beleidsnota’s
Contourennota 1975
Regering gaf aan dat het buitengewoon onderwijs moest veranderen
Het werd te duur
Plaatsing voor speciaal onderwijs zou een breuk brengen in de continuïteit van de
ontwikkeling van het kind
De werkwijze van het speciaal onderwijs verschilden niet fundamenteel van het
basisonderwijs
Plaatsing op speciaal onderwijs plaatste de leerling in een uitzonderingpositie
leiden tot negatieve etikettering
Verwijzing naar speciaal onderwijs haalde het kind uit eigen omgeving.
Steeds meer leerlingen werden hier naar toe verwezen
Resultaten bleven beneden verwachting
Beleid: minder leerlingen verwijzen naar buitengewoon onderwijs