Inhoud:
1. Stoffen en begrippen 8. Industriële chemie en analyse
2. Organische chemie 9. Zuren en basen
3. Isomeren 10. Biochemie
4. Energie, reactiesnelheid en 11. REDOX en elektrochemie
evenwichten 12. Polymeren en nieuwe materialen
5. Rekenen 13. Kennis kaart: reacties
6. Naamgeving organische chemie
7. Groene chemie
Stoffen en begrippen
Metalen (vb Fe) Zouten (vb NaCl) Moleculaire stoffen (vb 𝐻2 𝑂 )
Micro Herkennen metalen metaal + niet- niet-metalen
metaal
Opgebouwd uit + metaalkern + metaalion moleculen die bestaan uit niet-
- vrije 𝑒 − - niet-metaalion metaalatomen
Rooster Metaalrooster: Ionrooster: Molecuulrooster:
Bindingen sterke sterke ion binding In moleculen:
metaalbinding - Covalente binding (sterk)
Tussen moleculen:
- H-bruggen (-NH, -OH, -FH)
- Van der Waals kracht
- Dipool-dipoolbinding
Macro Smelt/kookpunt Sterke binding Sterke binding Vrij laag want de bindingen
(over de bindingen dus hoog dus hoog tussen de moleculen zijn zwak.
tussen de moleculen)
Stroomgeleiding Vrije elektronen In fasen (l) en Geen geladen deeltjes, dus
(geladen deeltjes die dus altijd (aq), dan kunnen nooit
vrij kunnen bewegen) de ionen bewegen
Oplosbaarheid Nooit Alleen in 𝐻2 𝑂 - Polair lost op in polair
soms, zie BINAS - Apolair lost op in apolair
45a.
Polaire binding: een binding met (1) een groot verschil in elektronegativiteit waarvan
(2) de ladingen niet samenvallen. Je hebt dus een licht positief en een licht negatief deel
wat zorgt voor bijvoorbeeld H-bruggen. Een stof met veel polaire bindingen is vaak
hydrofiel, het lost goed op in water doordat er veel H-bruggen gevormd kunnen
worden. Een apolaire binding heeft dit niet, de lading is gelijk verdeeld en er kunnen
geen H-bruggen gevormd worden. Daarom is een stof met veel van deze bindingen vaak
hydrofoob.
Let op: een grote molecuul is minder elektronegatief en hoe dichter een molecuul bij de
edelgasconfiguratie is, hoe elektronegatiever het molecuul.
1