ANGSTSTOORISSEN
,Algemeen
,Psychologische theorieën van emotie
James-Lange → Emoties veroorzaakt door de beleving van
lichamelijke reacties (fysiologische reacties + gedrag) die
worden uitgelokt door een stimulus. ‘We voelen ons
verdrietig omdat we huilen’.
● Stimulus → lichamelijke reacties → feedback →
(emotionele ervaring)
Cannon-Bard → Emotionele ervaring kan onafhankelijk van
emotionele expressie plaatsvinden.
Schachter-Singer → Emotie als resultaat van interactie
tussen 2 factoren: fysiologische opwinding en cognitie
● Stimulus → lichamelijke opwinding (arousal) →
cognitieve attributie → (emotionele ervaring)
, (Non-)associatief leren
● Niet-associatief leren = vorm van leren waarbij geen asocciatie tussen stimulie plaatsvindt
○ Omschrijft de verandering in gedragsrespons over de tijd als reactie op géén enkel type stimuli.
○ 2 Typen:
■ HABITUATIE → leren om stimulus te negeren door een tekort aan betekenis
○ ‘Hoe vaker je een elektrische schok krijgt, hoe minder vervelend’
● SENSITISATIE → leren om reactie op stimuli te versterken, zelfs op stimuli waarbij je eerst geen reactie zou hebben
○ ‘Wanneer iets onaangenaam is wordt de reactie erger. Als je na iedere schok ook nog een klap hoort, schrik
je veel erger dan wanneer je alleen de harde klap hoort’
● Associatief leren = door dingen te associëren kun je ze beter onthouden
○ Klassieke conditionering → stimulus die eerst geen reactie veroorzaakte (CS), wordt gecombineerd met een andere
stimulus (OCS) waardoor het nu wel een reactie veroorzaakt.
■ Pavlov → hond en belletje
■ Watson → little Albert
○ Geconditineerde stimulus (CS): stimulu die voorheen geen reactie opwekte
○ Ongeconditioneerde stimulus (UCS): stimulus die automatische een reactie opwekt, zonder dat dit aangeleerd is
○ (on)geconditioneerd respons (UCR): intrinsieke respons
,Algemeen
,Psychologische theorieën van emotie
James-Lange → Emoties veroorzaakt door de beleving van
lichamelijke reacties (fysiologische reacties + gedrag) die
worden uitgelokt door een stimulus. ‘We voelen ons
verdrietig omdat we huilen’.
● Stimulus → lichamelijke reacties → feedback →
(emotionele ervaring)
Cannon-Bard → Emotionele ervaring kan onafhankelijk van
emotionele expressie plaatsvinden.
Schachter-Singer → Emotie als resultaat van interactie
tussen 2 factoren: fysiologische opwinding en cognitie
● Stimulus → lichamelijke opwinding (arousal) →
cognitieve attributie → (emotionele ervaring)
, (Non-)associatief leren
● Niet-associatief leren = vorm van leren waarbij geen asocciatie tussen stimulie plaatsvindt
○ Omschrijft de verandering in gedragsrespons over de tijd als reactie op géén enkel type stimuli.
○ 2 Typen:
■ HABITUATIE → leren om stimulus te negeren door een tekort aan betekenis
○ ‘Hoe vaker je een elektrische schok krijgt, hoe minder vervelend’
● SENSITISATIE → leren om reactie op stimuli te versterken, zelfs op stimuli waarbij je eerst geen reactie zou hebben
○ ‘Wanneer iets onaangenaam is wordt de reactie erger. Als je na iedere schok ook nog een klap hoort, schrik
je veel erger dan wanneer je alleen de harde klap hoort’
● Associatief leren = door dingen te associëren kun je ze beter onthouden
○ Klassieke conditionering → stimulus die eerst geen reactie veroorzaakte (CS), wordt gecombineerd met een andere
stimulus (OCS) waardoor het nu wel een reactie veroorzaakt.
■ Pavlov → hond en belletje
■ Watson → little Albert
○ Geconditineerde stimulus (CS): stimulu die voorheen geen reactie opwekte
○ Ongeconditioneerde stimulus (UCS): stimulus die automatische een reactie opwekt, zonder dat dit aangeleerd is
○ (on)geconditioneerd respons (UCR): intrinsieke respons