Algemene stellingen
1. Illness beliefs kenmerken zich door een onderling verband waarin identity
richtinggevend is.
Juist
2. In het ‘Verstaan’ van de door de client geuite IB’s is het observeren van diens
houding en bewegen onbelangrijk en afleidend.
Onjuist
3. In de orientatie op IB’s bieden “Cause” beide gesprekpartners de mogelijkheid tot
verdieping van het gesprek naar het niveau van realisatie van stressoren.
Juist
4. De doelstelling van screenen is een medische diagnose.
Onjuist
5. De patient heeft recht zijn medische dossier in te zien.
Juist
6. EBP vereist een hulpverlener die op zichzelf reflecteert.
Juist
7. Type 2 kapselsensoren registreren standveranderingen van het gewricht.
Juist
8. Type 4 gewrichtssensoren zijn nocisensoren.
Juist
9. Er is sprake van EBP indien er een rationele fundering van het hulpverleningsproces
is.
Onjuist
10. Cortisol maakt het mogelijk lichamelijke inspanning vol te houden.
Juist
11. De fysio screent in het kader van DTF uitsluitend op biomedische risicofactoren.
Onjuist
12. De artrokinematische reflex wordt beinvoeld door de emotionele toestand van een
persoon.
Juist
13. De term gewetensvol uit de definitie van EBP volgens Sackett verwijst naar ethische
afwegingen.
Juist
14. Differntiatie tussen het subacromiale impingement syndroom en een SLAP leasie is
op basis van fysiotherapeutische diagnostisch onderzoek niet mogelijk.
Onjuist
15. Nocisensoriek kan leiden tot reflexinhibitie.
Juist
16. Reflexinhibitie kan pas ontstaan indien er sprake is van de ervaring pijn.
Onjuist
17. De preganglionaire orthosympathische neuronen die betrokken zijn bij de vegetatieve
regulatie van de bovenste extremiteit bevinden zich in het thoracale ruggenmerg
tussen de ruggenmergsegmenten th4 en th10.
Juist
18. De preganglionaire orthosympathische neuronen die betrokken zijn bij de vegetatieve
regulatie van het been bevinden zich in de zijhoorn van de ruggenmergssegmenten
th8-th12.
Onjuist, Th10-L2
19. Toename van the orthosympatische activiteit met toegenomen noradrenalineafgifte
als gevolg verstoort de waterhuishouding van bindweefsel.
Juist
20. Costae verae zijn de ribben 1-8.
Onjuist, 1-7
21. De m. multifides behoort tot de m. erector spinae.