Week 1 (herhaling jaar 1)
❖ Acute reacties inspanning (aeroob)
Cardiovasculair systeem = hart (pomp), bloedvaten (systeem van kanalen), bloed (vloeistof)
• Hart: hartslag/hartfrequentie gaat omhoog; slagvolume gaat omhoog (=hoeveelheid bloed dat
het hart per slag rondpompt)
➔ Hartminuutvolume/cardiac output: hartslag x slagvolume
(lineair verband tussen hartslag en slagvolume)
Hart pompt in RUST ongeveer 5L bloed rond per minuut
Hart pompt in ACTIE ongeveer 25L bloed rond per minuut
• Bloedvaten: herverdeling van het bloed; doorbloeding van spieren gaat omhoog; bloeddruk
gaat omhoog
Systole = bovendruk (hoogste druk) → uitpompen van bloed uit het hart (stijgt)
Diastole = onderdruk (laagste druk) → ontspanning van het hart (blijft ongeveer gelijk)
• Bloed: A-V = arterieel bloed (aanvoerende slagaders) + veneus bloed (afvoerende aders);
hemoconcentratie = bloedplasma neemt af, dus in verhouding meer bloedcellen
2
, Respiratoire systeem = ademhalingsstelsel
- Neus/mond/keel, luchtpijp, bronchiën, longen, longblaasjes (alveoli)
➔ Zuurstof (O2) opnemen, koolstofdioxide (CO2) uitscheiden
Reacties: teugvolume gaat omhoog (meer volume per inademing/dieper inademen);
ademhalingsfrequentie gaat omhoog (sneller ademen)
➔ Longventilatie gaat omhoog → pulmonale ventilatie (L/min)
Metabool systeem = stofwisseling (alle biochemische processen die plaatsvinden in de cellen van
organismen)
- Processen die energie vrijmaken om te kunnen
bewegen → ATP produceren (voedsel verbranden,
etc.)
- Hoger zuurstofverbruik, dus daarom ook groter A-V
O2 verschil; meer lactaat (=melkzuur) in het bloed,
want meer H+ in het bloed → lagere pH
❖ Acute reacties kracht
Neurale factoren: acties om kracht te kunnen leveren → motor unit activatie verhoogt
Size principle werkingsmechanismen
FTIIb = fast twitch 2b
FTIIa = fast twitch 2a
ST = slow twitch
3
❖ Acute reacties inspanning (aeroob)
Cardiovasculair systeem = hart (pomp), bloedvaten (systeem van kanalen), bloed (vloeistof)
• Hart: hartslag/hartfrequentie gaat omhoog; slagvolume gaat omhoog (=hoeveelheid bloed dat
het hart per slag rondpompt)
➔ Hartminuutvolume/cardiac output: hartslag x slagvolume
(lineair verband tussen hartslag en slagvolume)
Hart pompt in RUST ongeveer 5L bloed rond per minuut
Hart pompt in ACTIE ongeveer 25L bloed rond per minuut
• Bloedvaten: herverdeling van het bloed; doorbloeding van spieren gaat omhoog; bloeddruk
gaat omhoog
Systole = bovendruk (hoogste druk) → uitpompen van bloed uit het hart (stijgt)
Diastole = onderdruk (laagste druk) → ontspanning van het hart (blijft ongeveer gelijk)
• Bloed: A-V = arterieel bloed (aanvoerende slagaders) + veneus bloed (afvoerende aders);
hemoconcentratie = bloedplasma neemt af, dus in verhouding meer bloedcellen
2
, Respiratoire systeem = ademhalingsstelsel
- Neus/mond/keel, luchtpijp, bronchiën, longen, longblaasjes (alveoli)
➔ Zuurstof (O2) opnemen, koolstofdioxide (CO2) uitscheiden
Reacties: teugvolume gaat omhoog (meer volume per inademing/dieper inademen);
ademhalingsfrequentie gaat omhoog (sneller ademen)
➔ Longventilatie gaat omhoog → pulmonale ventilatie (L/min)
Metabool systeem = stofwisseling (alle biochemische processen die plaatsvinden in de cellen van
organismen)
- Processen die energie vrijmaken om te kunnen
bewegen → ATP produceren (voedsel verbranden,
etc.)
- Hoger zuurstofverbruik, dus daarom ook groter A-V
O2 verschil; meer lactaat (=melkzuur) in het bloed,
want meer H+ in het bloed → lagere pH
❖ Acute reacties kracht
Neurale factoren: acties om kracht te kunnen leveren → motor unit activatie verhoogt
Size principle werkingsmechanismen
FTIIb = fast twitch 2b
FTIIa = fast twitch 2a
ST = slow twitch
3