Week 5
❖ Aerobe adaptaties
Deelnemer die inactief was, doet een trainingsprogramma. Zo
zie je de resultaten van zijn beginsituatie (=pretraining) en de
resultaten na het trainingsprogramma (=posttraining)
Adaptaties van het cardiovasculaire systeem
Fixed sub.max.
exercise:
vergelijking tussen
beginniveau en na
het trainings-
programma
Snelheid ligt bij
max. inspanning
een stuk hoger
Treadmill speed
(km/u):
loopsnelheid
- Einddiastolische diameter van linkerkamer neemt toe (meer bloed opnemen + meer
spiermassa)
- Betere doorbloeding van het hart
- Geen verandering in capillairen (=haarvaten)
- Bloedvolume, bloedplasma en rode bloedcellen nemen toe
Adaptaties van het respiratoire systeem
Minder pulmonaire ventilatie nodig bij
posttraining, want longen en cardiovasculair
systeem worden efficiënter in
zuurstofopname
Adaptaties van het metabool systeem
Zuurstofopname is efficiënter geworden na
posttraining
AVO2-verschil neemt licht toe
26
, Veranderingen van spiervariabelen in de spier
Capillary density = Capillaire dichtheid → kan betere
doorbloeding plaatsvinden
Triglyceride opslag: vetvoorraad
Lactine threshold = Lactaatdrempel
Lactaatdrempel (knikpunt in grafiek)
Bloedlactaat wordt gemeten in millimol per liter
(mmol/L)
2 mmol is ongeveer standaardwaarde
Bij getrainde mensen blijft lactaatdrempel op een
hoger inspanningsniveau langer laag → gaat later
stijgen
Prestaties & lichaamssamenstelling tijdens duurtraining
Cardiorespiratoire prestatie = duurprestatie
❖ Aerobe trainingen
Hoe dragen energiesystemen bij aan een prestatie (gaat vooral over tijd van max. inspanning)
Bijdrage energiesystemen 400m (50-60 sec) → korte inspanning
Hoe ziet de verdeling eruit tussen
anaerobe en aerobe energievoorziening?
Anaeroob = 70% aeroob = 30%
Anaeroob = 45% aeroob = 60%
Bijdrage energiesystemen 800m (125-150 sec)
Anaeroob = 65% aeroob = 35%
…
Anaeroob = 20% aeroob = 80%
Veel inspanningen zijn vrij snel
aeroob
Uithoudingsvermogen trainen: combi
van aeroob en anaeroob trainen
27
❖ Aerobe adaptaties
Deelnemer die inactief was, doet een trainingsprogramma. Zo
zie je de resultaten van zijn beginsituatie (=pretraining) en de
resultaten na het trainingsprogramma (=posttraining)
Adaptaties van het cardiovasculaire systeem
Fixed sub.max.
exercise:
vergelijking tussen
beginniveau en na
het trainings-
programma
Snelheid ligt bij
max. inspanning
een stuk hoger
Treadmill speed
(km/u):
loopsnelheid
- Einddiastolische diameter van linkerkamer neemt toe (meer bloed opnemen + meer
spiermassa)
- Betere doorbloeding van het hart
- Geen verandering in capillairen (=haarvaten)
- Bloedvolume, bloedplasma en rode bloedcellen nemen toe
Adaptaties van het respiratoire systeem
Minder pulmonaire ventilatie nodig bij
posttraining, want longen en cardiovasculair
systeem worden efficiënter in
zuurstofopname
Adaptaties van het metabool systeem
Zuurstofopname is efficiënter geworden na
posttraining
AVO2-verschil neemt licht toe
26
, Veranderingen van spiervariabelen in de spier
Capillary density = Capillaire dichtheid → kan betere
doorbloeding plaatsvinden
Triglyceride opslag: vetvoorraad
Lactine threshold = Lactaatdrempel
Lactaatdrempel (knikpunt in grafiek)
Bloedlactaat wordt gemeten in millimol per liter
(mmol/L)
2 mmol is ongeveer standaardwaarde
Bij getrainde mensen blijft lactaatdrempel op een
hoger inspanningsniveau langer laag → gaat later
stijgen
Prestaties & lichaamssamenstelling tijdens duurtraining
Cardiorespiratoire prestatie = duurprestatie
❖ Aerobe trainingen
Hoe dragen energiesystemen bij aan een prestatie (gaat vooral over tijd van max. inspanning)
Bijdrage energiesystemen 400m (50-60 sec) → korte inspanning
Hoe ziet de verdeling eruit tussen
anaerobe en aerobe energievoorziening?
Anaeroob = 70% aeroob = 30%
Anaeroob = 45% aeroob = 60%
Bijdrage energiesystemen 800m (125-150 sec)
Anaeroob = 65% aeroob = 35%
…
Anaeroob = 20% aeroob = 80%
Veel inspanningen zijn vrij snel
aeroob
Uithoudingsvermogen trainen: combi
van aeroob en anaeroob trainen
27