2023
Gedetailleerder met tentamenstof
Leerstof : hoofdstuk 16.1 t/m 16.5, 16.7 en 16.8
1. Organen
• Mondholte, gebitselementen, tong: tanden hebben mechanische rol (fijnkauwen voedsel).
Wil het voedsel doorgeslikt worden, moet het mechanisch bewerkt, bevochtigd en gemengd
met speeksel worden. Speekselklieren zorgen voor het bevochtigen (in de kaak, voor je oor,
onder de tong). Dit is nodig omdat je een passage nodig hebt van de bolus door de slokdarm
in de richting van de maag. Ook is het al een stukje chemische bewerking, want er zitten
enzymen in het speeksel (dit zijn katalysatoren van chemische reacties in je lichaam). De
tong zorgt ervoor dat de voedselbolus naar de achterkant van de keel wordt gedrukt en zo
het juiste kanaal in wordt geduwd (slokdarm)
• Speekselklieren: speeksel is een smerende stof om door je slokdarm te komen, maar er
zitten ook enzymen in (dit zijn katalysatoren van chemische reacties in je lichaam). Deze zijn
dus ter bevordering van het splitsen van de stoffen die in je voedsel zitten. Zetmeel kan door
enzymen (bio katalysator) al verwerkt worden in de mond, doordat het door de tanden
deels wordt afgebroken en dat bepaalde enzymen de koolhydraten in de vorm van zetmeel
afbreken. (zetmeel is een plantaardige suiker)
, • Keelholte: spieren stuwen het voedsel de slokdarm in.
• Slokdarm: uitsluitend vervoer van voedsel naar de maag. In de slokdarm is
peristaltiek aanwezig.
• Maag: door spiercontracties wordt de voedselbolus eerst mechanisch bewerkt omdat het
chemisch bewerkbaar moet worden. Als het klein genoeg is kunnen de chemische stoffen
die door de maag zelf worden gemaakt het voedsel chemisch bewerken. Deze stoffen zijn
zuren, zoutzuur. Deze stoffen moeten ervoor zorgen dat de chemische bewerking door kan
gaan. Nu zijn het eiwit splitsende enzymen die het mogelijk maken dat in de voedselbolus de
eiwitten al een beetje worden gesplitst. Nog niet genoeg want het is nog niet helemaal
verteert.