6.1
Een spanningsbron levert de energie die een elektrisch apparaat nodig heeft.
De spanning U druk je uit in de eenheid volt (V). Hoe groter de spanning van je
spanningsbron, hoe meer energie de spanningsbron kan leveren. Met een
voltmeter kun je de grootte van de spanning meten. Het meetbereik is de
maximale waarde die je kunt meten
6.2
Een elektrisch apparaat werkt alleen in een gesloten stroomkring met daarna
een spanningsbron geleiders zijn stoffen waar de elektrische stroom makkelijk
doorheen loopt. Door een isolator loopt geen elektrische stroom. De
stroomsterkte is de grootte van de elektrische stroom. Stroomsterkte druk je
uit in de eenheid ampère (A) en meet je met een ampèremeter. Een
stroomkring teken je overzichtelijk met een schakelschema. Een led kan de
stroom maar in 1 richting doorlaten
6.3
Bij een serieschakeling zitten de apparaten achter elkaar in de dezelfde
stroomkring. De spanning van de spanningsbron verdeelt zich over de
apparaten in de schakeling. Door elk apparaat gaat dezelfde stroomsterkte. Een
ampèremeter sluit je in serie aan. Bij een parallelschakeling zitten de apparaten
naast elkaar en heeft ieder apparaat zijn eigen stroomkring. Over ieder
apparaat staat de spanning van de spanningsbron. De hoofdstroom verdeelt
zich over de parallelle takken. Een voltmeter sluit je parallel aan.
Spanningsbronnen kun je in serie schakelen voor een grotere spanning of
parallel voor een langer gebruik.
Een spanningsbron levert de energie die een elektrisch apparaat nodig heeft.
De spanning U druk je uit in de eenheid volt (V). Hoe groter de spanning van je
spanningsbron, hoe meer energie de spanningsbron kan leveren. Met een
voltmeter kun je de grootte van de spanning meten. Het meetbereik is de
maximale waarde die je kunt meten
6.2
Een elektrisch apparaat werkt alleen in een gesloten stroomkring met daarna
een spanningsbron geleiders zijn stoffen waar de elektrische stroom makkelijk
doorheen loopt. Door een isolator loopt geen elektrische stroom. De
stroomsterkte is de grootte van de elektrische stroom. Stroomsterkte druk je
uit in de eenheid ampère (A) en meet je met een ampèremeter. Een
stroomkring teken je overzichtelijk met een schakelschema. Een led kan de
stroom maar in 1 richting doorlaten
6.3
Bij een serieschakeling zitten de apparaten achter elkaar in de dezelfde
stroomkring. De spanning van de spanningsbron verdeelt zich over de
apparaten in de schakeling. Door elk apparaat gaat dezelfde stroomsterkte. Een
ampèremeter sluit je in serie aan. Bij een parallelschakeling zitten de apparaten
naast elkaar en heeft ieder apparaat zijn eigen stroomkring. Over ieder
apparaat staat de spanning van de spanningsbron. De hoofdstroom verdeelt
zich over de parallelle takken. Een voltmeter sluit je parallel aan.
Spanningsbronnen kun je in serie schakelen voor een grotere spanning of
parallel voor een langer gebruik.