HOOFDSTUK 6 RESPIRATOIRE SYSTEEM
LONGVENTILATIE
Externe respiratie:
Gassen komen van buiten het lichaam naar de longen vervoeren en vervolgens naar
het bloed transporteren.
Interne respiratie:
Gaswisseling tussen bloed en weefsel
Samen zijn ze verbonden door de bloedsomloop
longventilatie
Longventilatie/ pulmonale ventilatie:
- Gewoonlijke ademhaling
- Proces lucht in en uit de longen
Neusademhaling geeft meer weerstand, maar heeft wel voordelen tegenover
mondademhaling zoals;
- Lucht wordt verwarmd en bevochtingd
- Stof blijft aan het slijmvlies hangen
Weg van de lucht
Mond of neus keelholte strottenhoofd luchtpijp (trachea) bronchiën
longblaasje (alveoli)
De longen zijn niet direct verbonden aan de ribben, maar opgehangen in een
pleurale zak. Een kant zit aan de thoracale kant vast en de andere aan de pulmonale
kant. Hiertussen zit vloeistof om de wrijving tijdens het ademhalen te verminderen.
Inspiratie
Inspiratie inademing
- Actief proces
o Diafragma en externe intercostale spieren betrokken zijn
De ribben en het sternum worden bewogen door de externe tussenribspieren. De
ribben zwaaien naar boven en naar buiten, het sternum zwaait naar boven en naar
voren.
Tegelijkertijd contraheert het diafragma en vlakt het naar benden af richting de
buikholte
Gaswet van Boyle:
Druk x volume een constante is ( bij constante temperatuur), neemt de druk in de
longen af.