Licht is een vorm van
elektromagnetische straling. Alle
elektromagnetische straling
beweegt met de lichtsnelheid en
heeft een golflengte. De golflente
bepaalt wat voor soort straling het
is. Alle soorten
elektromagnetische straling
bestaan uit fotonen. Fotonen zijn
energiepakketjes. De golflengte
van de straling is omgekeerd
evenredig met de energie van de
fotonen. Dus fotonen met een
grote golflengte hebben een
lagere energie dan fotonen met
een kleine golflengte.
In een magnetron verwarmt de elektromagnetische straling het water in je voedsel waardoor
je voedsel warm wordt.
Een weergave van alle golflengten in één soort elektromagnetische straling is een s pectrum.
Regenboog toont het spectrum van het zonlicht. Stoffen kunnen elektromagnetische straling
absorberen en uitzenden. Absorptie van elektromagnetische straling gebeurt bijvoorbeeld bij
water in een magnetron. Een ander voorbeeld is het ontstaan van kleuren. Voorwerpen
hebben de kleur die ze niet absorberen maar terugkaatsen. Welke kleuren een stof
terugkaatst of absorbeert is afhankelijk
van de soort elektromagnetische
straling(de golflengte) en de soort stof.
Een absorptiespectrum geeft de straling
aan die een stof absorbeert. Een
emissiespectrum geeft de straling die een
stof uitzendt.
Alle elektronen in een schil hebben
dezelfde energie. Een elektron kan, als
het een foton opneemt, overgaan naar
een schil met een hoge energie. Het
elektron gaat dan van de grondtoestand n
aar de a
angeslagen toestand. Als je fotonen met
verschillende energieën(=verschillende golflengtes) op een atoom laat vallen, dan
absorberen de elektronen in het atoom alleen die fotonen die ze van de grondtoestand naar
de aangeslagen toestand kunnen brengen. Bij terugvallen naar de grondtoestand geeft het
elektron het opgenomen foton weer af.
Fotochemische reacties zijn reacties die mogelijk worden gemaakt door elektromagnetische
straling. De meeste voorkomende fotochemische reactie is de fotosynthesereactie.