Hoofdstuk 2 Klassieke en neoklassieke locatietheorieën (hoeven we niet te leren)
Inleiding
• Economische wetenschap houdt zich bezig met de manieren waarop mensen met
schaarste omgaan.
• Schaarste dwingt producenten en consumenten tot het maken van keuzes
• Locatiekeuze is economisch vraagstuk, omdat het in verband staat met schaarste
• Een theorie is een samenstel van verifieerbare uitspraken die logisch met elkaar
samenhangen.
• Hendrik Keuning, hoogleraar geografie : schreef dat de door economen ontwikkelde
locatietheorie om reden van haar theoretische opzet en deductieve redeneertrant
onbruikbaar is in een empirisch wetenschap als de geografie.
Klassieke locatietheorieën
• Rekening gehouden met ruimtelijke verschillen in de kosten van productiefactoren
en van transport.
• Adam Smith grondleggen van de klassieke theorie in de economische wetenschap.
o Elk aanbod zijn eigen vraag schept.
o Beschikbare productiefactoren worden volledig benut en de afzet van
voortgebrachte producten levert geen probleem op.
o Bepaald beschikbaarheid van productiefactoren de mogelijkheden van
bedrijven
o Productievormen worden betaald in vorm van loon, rente, pacht, huur of
aankoopkosten.
o Allocatieprobleem: Hoe kan tegen de laagst mogelijke kosten een zo hoog
mogelijke productie worden gerealiseerd?
§ Geografische betekenis: kosten per locatie verschillen
• Ondernemer kiest voor die plaats waar de totale kosten het laagst zijn. Wel volledige
mededinging bestaat. Markt waarin veel aanbieders zijn die ieder voor zich de prijs
van het product niet kunnen beïnvloeden.
• Klassieke locatietheorieën gaan uit van het bestaan van de volledige geïnformeerde
rationeel handelende mens. (economic man of homo economicus)
• Isotrope ruimte: theorethische constructie van het voorkomende landschappelijke
barrières.
• Theorie van Von Thünen
o Grondgebruik in de landbouw
o Verschillenden in agrarisch grondgebruik: toenemende afstand tot
marktcentra veranderde het grondgebruik.
o Het grondgebruik was een afgeleide van de prijs van de grond: economic rent
o Vooronderstellingen
§ Ruimte is isotroop: grenzeloos en vlak gebied
§ Grond is uitwisselbaar: overal verschillende gewassen verbouwen
§ Sprake van 1 afzetmarkt: meest nabijgelegen stad of dorp
§ Transportkosten van producten naar verschillen per product
§ Transportkosten nemen lineair toe met de afstand tot de markt