1.1 Psychopathologie en wetenschap
Omschrijving en situering
Psychopathologie: de wetenschap van het geestelijk of psychisch lijden.
Psychiatrie: toegepaste wetenschap.
Twee methoden van kennis: verstehen en erklären.
Verstehen (begrijpen) Erklären (verklaren)
Subjectief Objectief
(intuïtief, begrijpen, invoelen, mee beleven) (volgens een bepaalde methode)
Individualiserend Generaliserend
(gericht op een persoon) (gericht op het gemeenschappelijke)
Intrasubjectief Intersubjectief
(analyse volgens regels die ‘binnen het individu’ (analyse volgens regels die ‘buiten het individu’
geldig zijn) geldig zijn
Hermeneutische methode Empirische methode
(via empathie en introspectie de ander via (via abstractie van regels, samenhang en
zelfkennis leren kennen en omgekeerd) structuren)
Het methodisch dualisme
Pluralisme: vage termen die gebruikt worden die op een gegeven moment anders geïnterpreteerd
kunnen worden.
Normaliteit en pathologie
Nosologie: ziekteleer.
Een psychiatrische stoornis moet aan drie voorwaarden voldoen:
- Er moet ‘abnormaal’ gedrag vertoond worden: het moet afwijken van een sociale norm
- Het abnormale verschijnsel wordt een teken van een stoornis als het ongemak, lijden of
bezorgdheid teweegbrengt bij de betrokkene en/of de omgeving.
- Het is pas een psychiatrische stoornis wanneer een aantal kenmerken van het gestoorde
gedrag ook bij andere mensen als ‘storend’ ervaren is. En als het te beschrijven en te
ordenen is binnen het begrippenkader van de psychopathologie.
Medisch model:
descriptieve diagnose – etiologische en pathogenetische diagnose – prognose – therapie – preventie
Descriptieve diagnose: beschrijving van het vóórkomen van pathologische fenomenen (symptomen
en syndromen).
Etiologische en pathogenetische diagnose: verkenning van factoren die de stoornis hebben
veroorzaakt, uitgelokt, bevorderd of in stand gehouden (etiologie); onderzoek van de wijze waarop
deze factoren hun werking uitoefenen en tot deze stoornis hebben geleid (pathogenese).
Prognose: voorspelling van het beloop van de stoornis.
Therapie: ontwerp en uitvoering van een interventie met het doel het pathologisch functioneren te
verdwijnen, te verbeteren of de gevolgen ervan te beperken.
Preventie: ontwerp en uitvoering van een actieplan om stoornissen te voorkomen (primaire
preventie) of zo snel en zo effectief mogelijk te behandelen ter voorkomen van resttoestanden
(secundaire preventie), of om nadelige gevolgen van resttoestanden te beperken (tertiaire preventie,
revalidatie).