Middelen Bestedingen
BBp + M= C +I bruto + O bruto + X
Of
BBP = C + I bruto + O bruto + X – M
BBP = Bruto Binnenlands Product
C = Consumptie
Ibruto = Bruto-investeringen
Obruto = Bruto-overheidsbestedingen
E = Export
M = Import
Belangrijke factoren voor economie= export en consumptie
Directe inkomsten zijn loon en inkomstenbelastingen etc
Uitgaven gaan het meest naar sociale zekerheid.
Wat is conjectuur: De schommeling van de economische groei op korte termijn
Sociale economische politiek
Demografische probleem: is vergrijzing
Consumptie bepalende factoren
Positieve invloed:
Inkomstenstijging= Er zijn meer inkomsten
Inkomstennivellering=Je krijgt minder ongelijkheid, door de vraag en aanbod.
Inkomen zijn bijna hetzelfde.
goed voor de economie, want de consumptiequote per persoon (de armere) wordt
groter. Wat je met je Marginale consumptiequote (laatste euro) doet.
Dit is het hoogst voor uitkeringsinkomsten
, Negatieve invloed:
Reële rentestijging= sparen stijgen en lenen wordt duurder nominale- inflatie
Vermogenstoename= Dat je meer geld hebt, waardoor je meer kan uitgeven.
Nominale= euro Reël is spullen
Netto investeringen zijn je uitbreidingsinvesteringen
Stap 1 Bruto investering – Stap 2 voorraad – Stap 3 voorraad investeringen in vaste
activa.