Farmacologie - het autonoom zenuwstelsel H11 college 7,8 Schmidt
Functies van het autonome zenuwstelsel
Noradrenaline neurotransmitter van sympathische zenuwstelsel. Werken redelijk snel.
Adrenaline = hormoon die vrij wordt gezet in bijniermerg.
Parasympatisch rust van het lichaam. Betekent niet dat er niets geactiveerd kan worden!
VB: binding van Acetylcholine aan M3 receptoren zorgt in de gladde spiercellen in de longen voor
contractie. Er komt minder O2 binnen, dus minder activiteit in de luchtwegen.
Bij het fight or flight principe domineert de activiteit van de sympathicus.
Het Parasympatische zenuwstelsel en het sympathische zenuwstelsel communiceren: er is interactie
via gangliën. Ligand gestuurde ion-kanalen : nicotine receptoren!
Deze zijn gevoelig voor Acetylcholine en liggen
op ganglionen. Dit is zowel bij het
parasympatische als het sympathische
zenuwstelsel.
Bij training train je je dwarsgestreepte spieren:
contractie van spieren komt door ACh die de
nicotine receptoren op de skeletspier
activeert.
Dit is niet een onderdeel van het autonome
zenuwstelsel!
Hiernaast zie je de wegen van efferente
neuronen in het autonome zenuwstelsel.
Parasympatisch: muscarine receptoren (op klieren, vetweefsel) zijn G-eiwit gekoppelde receptoren,
dus geen ligand gestuurde receptoren. Ook hier werkt Acetylcholine op.
Sympathisch: het doorgeven van een signaal gaat via ganglionen of het bijniermerg.
Alleen adrenaline, wat vrijkomt uit het bijniermerg, kan bèta2 receptoren activeren. Ze zijn zeer
belangrijk voor gladde spiercellen in de long. Adrenaline uit het bijniermerg komt hier aan en zorgt
vervolgens voor de aanmaak van cyclisch AMP wat zorgt voor relaxatie van de long. = functioneel
antagonisme. De sympathicus zorgt dus voor rust van gladde spiercellen in de longen, omdat er dan
meer O2 beschikbaar is.
Astma: overmatige contractie van de gladde longspieren. Dit kun je remmen door de binding van
ACh, wat vrijkomt bij het parasympatische zenuwstelsel, te remmen of door een stofje toe te dienen
met eenzelfde soort werking als adrenaline.
Luchtwegen: strijd tussen Ca2+ cAMP. cAMP zorgt voor relaxatie, Ca2+ voor contractie.
In de bloedvatregulatie is er strijd tussen Ca2+ (komt vrij na activatie alfa1 receptoren) cGMP
(door NO).
Hart
Bèta 1 receptoren liggen op het hart vlak bij sinusknoop. Deze receptoren zijn een alfastimulator die
zorgen voor de verhoging cAMP, wat leidt tot de verhoging van PKA (fosforyleert Na+ kanalen). Dit
verhoogt de frequentie van het kloppen van het hart.
Ook vindt er fosforylatie van Ca2+ kanalen plaats wat zorgt voor contractie.
Hier werken cAMP en Ca2+ juist samen! Zorgt voor betere klopping en pomping. Bij de
bloedvatregulatie werken ze elkaar juist tegen.
M2 receptor activatie = alfa-inhibitie en zorgt voor minder activiteit van het hart, omdat het het
cAMP gehalte naar beneden brengt en dus PKA remt.