Verplichtingen die de belastingplichtige tegenover de inspecteur heeft. De achtergrond is dat wij
in dit land heel erg belangrijk vinden dat we op een adequate manier belastingkunnen heffen.
Dat de schatkist gevuld wordt en dat de schatkist gevuld blijft. De wetgever denkt dat dit niet
voldoende gegarandeerd zou zijn als we de inspecteur niet zouden uitrusten met een aantal
extra bevoegdheden om die belastingheffing op een bepaalde manier zeker te stellen. Om de
inspecteur dus te helpen om die belasting ook daadwerkelijk binnen te krijgen. Op het niet
nakomen van die verplichtingen zijn er sancties gesteld.
Week 3: we gaan kijken naar wat de verplichtingen inhouden. De aangifteverplichting en
bijkomende verplichtingen zullen behandeld worden.
Week 4: we gaan kijken naar welke grenzen er aan die verplichtingen zijn en de sancties
daarop. De verplichtingen hebben een ruim bereik. De inspecteur mag veel vragen. We gaan
kijken wat de beperkingen zijn hierop voor de inspecteur. Ook kijken we in week 4 naar de
sancties volgende week wegens het niet voldoen van verplichtingen en naar omkering van
bewijslast. Inspecteur kan ook informatie afdwingen door bijvoorbeeld bij de burgerlijke rechter
kort-geding te starten.
Verplichtingen
Het begint met de aangifteverplichting. Dat is de belangrijkste verplichting, de hoofdverplichting.
En de bijkomende verplichtingen zijn de andere verplichtingen die erbij komen die de
belastingplichtige ook heeft. De bijkomende verplichtingen hebben onder andere betrekking op
het geven van informatie aan de inspecteur. Het staat allemaal in de AWR. Het zijn allemaal
verplichtingen die op de belastingplichtige rusten. Bijvoorbeeld art. 47 AWR gaat over
informatieverplichting en vormt de basis. De bevoegdheden van de inspecteur/de verplichtingen
van de belastingplichtige zijn heel erg ruim. De inspecteur kan vrijwel alles vragen wat die wil
mits maar het enige verband houdt met de heffing van belasting. Die verplichtingen moeten ook
zijn ten dienst van de belastingheffing, en dat moet ook het uiteindelijke doel zijn er moet sprake
zijn van een adequate belastingheffing en dit geldt voor alle verplichtingen.
De hoofverplichting en de bijkomende verplichtingen vullen elkaar aan. de bijkomende
verplichtingen staan in art. 47 AWR en verder.
De aangifteverplichting wordt algemeen beschouwd als de hoofdverplichting. Dat is het
uitgangspunt/vertrekpunt van al die verplichtingen. De aangifteverplichting komt ook als eerste
aan bod, en daarna pas als er aangifte is gedaan komen de andere verplichtingen eventueel in
beeld als er toch nog onduidelijkheid heerst. Denk aan een situatie als de belastingplichtige
aangifte doet en dit is niet duidelijk voor de inspecteur dan gaat de inspecteur nadere vragen
stellen of extra documenten vragen aan de belastingplichtige, dit valt allemaal onder bijkomende
verplichtingen. Het startpunt is het doen van de aangifte en daarna kan er dus onduidelijkheid
ontstaan waardoor de inspecteur van de overige bevoegdheden gebruik moet maken.
Aangifteverplichting
De aangifteverplichting vloeit niet rechtstreeks uit de wet voort. Daar heeft de AWR twee
artikelen aan gewijd, artikel 6 lid 1 en 8 AWR. Artikel 6 lid 1 AWR geeft aan dat de inspecteur de
vermoedelijke belastingplichtige kan uitnodigen om een aangifte in te dienen. En artikel 8 zegt
vervolgens dat degene die is uitgenodigd ook een aangifte moet doen. Dit is dus een
verplichting. Art. 6 lid 1 en 8 AWR in combinatie met elkaar constitueren de aangifteverplichting.