Demografische transitie= een weergave van de verandering van bevolking/volk.
Geboortecijfer= Het aantal geboortes per 1000 inwoners, per jaar in een land.
Sterftecijfer= het aantal sterfgevallen per 1000 inwoners, per jaar in een land.
Geboorteoverschot= als er in een land in een jaar tijd meer mensen worden
geboren dan dat er sterven.
Sterfteoverschot= Als er in een land in een jaar tijd meer mensen sterven dan dat er
geboren worden.
Begrippen hebben een verband met elkaar: ‘’Als het sterftecijfer hoger is dan
geboortecijfer dan is er een sterfteoverschot. Als het geboortecijfer hoger is dan
sterftecijfer dan is er een geboorteoverschot.’’
Geboortecijfer berekenen: Aantal geboortes = Aantal inwoners: 1000 x geboortecijfer
Sterftecijfer berekenen: Aantal sterfgevallen= Aantal inwoners : 1000 x sterftecijfer
Demografische transitiemodel= een model met gefaseerde overgangen van een
hoog geboorte- en sterftecijfer naar een laag geboorte- en sterfte cijfer,
Er zijn verschillende fases bij het demografische transitiemodel: De pre-transitie, De
transitie (fase 1 en fase 2) En de post-transitie
, BRON: KW1C
POWERPOINT
Bevolkingspiramide= een grafiek (ook wel diagram) van de leeftijdsopbouw van
een bevolking, gesplitst naar mannen en vrouwen.
Verschillende soorten
bevolkingspiramiden:
1. Piramide
2. Toren, fles of stolp
3. Urn, ui of granaat
BRON: KW1C POWERPOINTS
Zie het plaatje hiernaast
om te kijken welke vorm
bij welke fase hoort in het
demografisch
transitiemodel
Bevolkingsspreiding= is de verdeling van de bevolking over een gebied of land. De
verdeling van een bevolking over een bepaald gebied kan op verschillende manieren
plaatsvinden: gelijkmatig (verspreid over een gebied) of geconcentreerd (dicht op
elkaar).
Bevolkingsdichtheid=Het aantal inwoners per vierkante kilometer (km2) in een land
of gebied.
Bevolkingsdichtheid berekenen :
1. Oppervlakte van een gebied uit rekenen ( lengte x breedte)
2. Daarna deel je het aantal inwoners door de oppervlakte ( aantal inwoners/
oppervlakte)