Diagnostiek: inschatten van mensen
Besliskunde
In ieder voorspellingsproces zijn er twee variabelen die een hoofdrol spelen. Dit zijn één
beoordelingsmoment nu en een ander beoordelingsmoment in de toekomst. Dit is de test en het
criterium. De mate waarin deze overeenstemmen, zegt iets over de kwaliteit van de voorspellingen
en het beoordelingsvermogen.
Predictieve validiteit = een voorspeling over hoe goed jij als voorspeller zult functioneren
De besliskundematrix laat vier soorten beslissingen zien,:
Voorspelling: PSV wordt Voorspelling: PSV wordt
morgen niet kampioen morgen wel kampioen
Resultaat: PSV is kampioen False Negative Valid Positive
Resultaat: PSV is niet Valid Negative False Positive
kampioen
Waarbij ‘valid’ er voor staat dat de voorspelling uit komt en ‘false’ er voor staat dat de voorspelling
niet uit komt. ‘Positive’ betekent dat iets wél voorspeld en ‘negative’ betekent dat iets ‘niet’ wordt
voorspeld.
Correlaties
De correlatiecoëfficiënt is een getal tussen de 0 en 1 dat de sterkte van de relatie tussen twee
variabelen aangeeft. Wanneer een correlatiecoëfficiënt een perfecte score van 1.00 heeft, ziet het er
als volgt uit (linkerplaatje):
Echter komen we in de menswetenschappen nooit perfecte relaties tegen. In het rechterplaatje
hierboven zie je een puntenwolk. Met behulp van statistische technieken kan er een lijn getekend
worden die precies door het midden gaat. Het ovaal er omheen heet de ellips en hoe boller deze is,
hoe lager de correlatiecoëfficiënt en hoe kleiner de relatie is tussen twee variabelen. Deze coëfficiënt
is in de wetenschap erg belangrijk, want zo kunnen er getallen die in de toekomst plaats vinden of
nog niet direct zichtbaar zijn, voorspellen. Bijv. het niveau van afstuderen en de hoogte van het
inkomen bedraagt 0.61. Zo zie je dat iemand die op een hoger niveau heeft gestudeerd, later
waarschijnlijk meer verdiend.