Publiekrecht samenvatting
Inhoud
1 Recht algemeen ................................................................................................................................................................................................ 1
2 Staatsrecht ........................................................................................................................................................................................................ 2
3 Woonruimte en huisvesting onroerende zaken .............................................................................................................................................. 7
4 Ruimtelijke ordening en voorkeursrecht gemeenten ..................................................................................................................................... 9
5 Inrichting landelijk gebied en onteigening..................................................................................................................................................... 11
6 Diverse wetten ................................................................................................................................................................................................ 11
7 Milieuwetgeving.............................................................................................................................................................................................. 12
8 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ..................................................................................................................................... 13
A27 Gemw Gemeentewet
A28 PW Provinciewet
A29 Wschw Waterschapswet
A34 Wonw Woningwet
A35 Huisvw Huisvestingswet
A36 Leegstw Leegstandwet
A37 WRO Wet ruimtelijke ordening
A39 WVGem Wet voorkeursrecht gemeenten
A41 OW Onteigeningswet
A46 Egw Erfgoedwet
A48 Alcw Alcoholwet (Drank- en Horecawet)
A53 Wm Wet milieubeheer
A57 WBB Wet bodembescherming
A61 WGH Wet geluidhinder
A62 Wtw Waterwet
B1 Ow Omgevingswet
1 Recht algemeen
Betekenis recht in algemene zin:
Het recht is het geheel van regels om de samenleving te ordenen.
Rechtssubject Natuurlijke personen en rechtspersonen
Belangrijkste rechtsgebieden in Nederland bestuursrecht, civiel recht en strafrecht
Privaatrecht Regelt de rechtsverhouding tussen burgers en/of bedrijven en/of overheid
Publiekrecht Regelt relatie tussen overheid en burgers en overheden onderling
Geschreven recht Zijn alle schriftelijk vastgelegde rechtsregels zoals wetten en jurisprudentie.
Ongeschreven recht Recht dat niet door de wetgever of de rechter in het leven is geroepen, maar
wel wordt erkend, bijvoorbeeld gewoonterecht, bepaalde
verkeersopvattingen en redelijkheid en bilijkheid
Objectief recht Rechtsregel/verplichting die voor iedereen in de samenleving geldt.
Subjectief recht Recht of een plicht die voor 1 iemand of een bepaalde mensen geldt.
Formeel recht Regels om het materiele recht te handhaven noem je formeel recht.
Materieel recht Gaat over inhoud en aard van het recht. (de meeste regels in het BW zijn
materieel recht)
1
, Dwingend recht Moet je je houden, ook wanneer met onderling goedvinden andere
afspraken zijn gemaakt
Aanvullend recht (regelend recht) Als partijen onderling niet zelf afspraken maken dan kan je vallen op
aanvullend recht (bijv nalatenschap)
Codificeren Opnemen van rechtsregels in wetboek, publiekrecht is vrijwel geheel
gecodificeerd.
Rechtsbronnen - wetten
- jurisprudentie (rechtspraak)
- gewoonterecht/ongeschreven recht
- heersende leer/doctrinem
- Internationale verdragen (afspraak tussen 2 of meer landen)
- Uit een overeenkomst vloeit geen recht voort
Publiekrecht rechtsgebieden - Staatsrecht
- Strafrecht
- Bestuursrecht
- Volkenrecht
Verschijningsvormen
Privaatrechtelijk: Gemeente wil een partytent huren of computers kopen, dan treedt hij als rechtspersoon
2 Staatsrecht
Staat Het ‘land’. Er moet een begrenzing zijn, er moeten mensen wonen en er
moet een hoge overheidsmacht zijn.
Staatsvorm in Nederland Monarchie met een parlemente stelsel (eerste en tweede kamer)
Trias Politica Is het onderscheiden en scheiden van 3 overheidsmachten:
- Wetgevende macht (In NL: 1e en 2e kamer)
- Uitvoerende macht (In NL: regering – kabinet/ministers)
- Rechtsprekende macht (In NL: rechters)
Op deze manier zou niet één van deze machten de overhand kunnen krijgen.
Het doel van Montesquieu was om tirannie te voorkomen en de vrijheid van
de burger te vergroten.
Territoriale decentralisatie Breed pallet taken worden binnen eigen grondgebied uitgeoefend
(gemeenten & provincies)
Functionele decentralisatie Een of slechts enkele taken decentraal uitgeoefend (Waterschap,
Zuiveringsschap, Commissariaat v/d Media)
Grondwet In de Grondwet staan regels voor de inrichting van de Nederlandse staat.
Denk aan: De manier waarop we staatsinstellingen kiezen (zoals het
parlement) of benoemen (zoals ministers, staatssecretarissen en rechters).
En wat hun taken en bevoegdheden zijn.
Staatshoofd Een staatshoofd is de persoon die het hoogste gezag vertegenwoordigt of
belichaamt in een land. (De koning)
Koning De koning is het staatshoofd, de koning is onschendbaar en zijn macht is zeer
beperkt.
Kroon = Regering De koning en de ministers gezamenlijk.
Minister Een minister is politiek verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, of
voor een combinatie van beleidsterreinen
Minister-president Is de hoogste minister. Op dit moment is dat Mark Rutte.
Staatssecretaris Een staatssecretaris ondersteunt een minister bij het politiek leiden van een
ministerie. Staatssecretarissen komen vooral voor bij 'zware' ministeries.
2
Inhoud
1 Recht algemeen ................................................................................................................................................................................................ 1
2 Staatsrecht ........................................................................................................................................................................................................ 2
3 Woonruimte en huisvesting onroerende zaken .............................................................................................................................................. 7
4 Ruimtelijke ordening en voorkeursrecht gemeenten ..................................................................................................................................... 9
5 Inrichting landelijk gebied en onteigening..................................................................................................................................................... 11
6 Diverse wetten ................................................................................................................................................................................................ 11
7 Milieuwetgeving.............................................................................................................................................................................................. 12
8 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ..................................................................................................................................... 13
A27 Gemw Gemeentewet
A28 PW Provinciewet
A29 Wschw Waterschapswet
A34 Wonw Woningwet
A35 Huisvw Huisvestingswet
A36 Leegstw Leegstandwet
A37 WRO Wet ruimtelijke ordening
A39 WVGem Wet voorkeursrecht gemeenten
A41 OW Onteigeningswet
A46 Egw Erfgoedwet
A48 Alcw Alcoholwet (Drank- en Horecawet)
A53 Wm Wet milieubeheer
A57 WBB Wet bodembescherming
A61 WGH Wet geluidhinder
A62 Wtw Waterwet
B1 Ow Omgevingswet
1 Recht algemeen
Betekenis recht in algemene zin:
Het recht is het geheel van regels om de samenleving te ordenen.
Rechtssubject Natuurlijke personen en rechtspersonen
Belangrijkste rechtsgebieden in Nederland bestuursrecht, civiel recht en strafrecht
Privaatrecht Regelt de rechtsverhouding tussen burgers en/of bedrijven en/of overheid
Publiekrecht Regelt relatie tussen overheid en burgers en overheden onderling
Geschreven recht Zijn alle schriftelijk vastgelegde rechtsregels zoals wetten en jurisprudentie.
Ongeschreven recht Recht dat niet door de wetgever of de rechter in het leven is geroepen, maar
wel wordt erkend, bijvoorbeeld gewoonterecht, bepaalde
verkeersopvattingen en redelijkheid en bilijkheid
Objectief recht Rechtsregel/verplichting die voor iedereen in de samenleving geldt.
Subjectief recht Recht of een plicht die voor 1 iemand of een bepaalde mensen geldt.
Formeel recht Regels om het materiele recht te handhaven noem je formeel recht.
Materieel recht Gaat over inhoud en aard van het recht. (de meeste regels in het BW zijn
materieel recht)
1
, Dwingend recht Moet je je houden, ook wanneer met onderling goedvinden andere
afspraken zijn gemaakt
Aanvullend recht (regelend recht) Als partijen onderling niet zelf afspraken maken dan kan je vallen op
aanvullend recht (bijv nalatenschap)
Codificeren Opnemen van rechtsregels in wetboek, publiekrecht is vrijwel geheel
gecodificeerd.
Rechtsbronnen - wetten
- jurisprudentie (rechtspraak)
- gewoonterecht/ongeschreven recht
- heersende leer/doctrinem
- Internationale verdragen (afspraak tussen 2 of meer landen)
- Uit een overeenkomst vloeit geen recht voort
Publiekrecht rechtsgebieden - Staatsrecht
- Strafrecht
- Bestuursrecht
- Volkenrecht
Verschijningsvormen
Privaatrechtelijk: Gemeente wil een partytent huren of computers kopen, dan treedt hij als rechtspersoon
2 Staatsrecht
Staat Het ‘land’. Er moet een begrenzing zijn, er moeten mensen wonen en er
moet een hoge overheidsmacht zijn.
Staatsvorm in Nederland Monarchie met een parlemente stelsel (eerste en tweede kamer)
Trias Politica Is het onderscheiden en scheiden van 3 overheidsmachten:
- Wetgevende macht (In NL: 1e en 2e kamer)
- Uitvoerende macht (In NL: regering – kabinet/ministers)
- Rechtsprekende macht (In NL: rechters)
Op deze manier zou niet één van deze machten de overhand kunnen krijgen.
Het doel van Montesquieu was om tirannie te voorkomen en de vrijheid van
de burger te vergroten.
Territoriale decentralisatie Breed pallet taken worden binnen eigen grondgebied uitgeoefend
(gemeenten & provincies)
Functionele decentralisatie Een of slechts enkele taken decentraal uitgeoefend (Waterschap,
Zuiveringsschap, Commissariaat v/d Media)
Grondwet In de Grondwet staan regels voor de inrichting van de Nederlandse staat.
Denk aan: De manier waarop we staatsinstellingen kiezen (zoals het
parlement) of benoemen (zoals ministers, staatssecretarissen en rechters).
En wat hun taken en bevoegdheden zijn.
Staatshoofd Een staatshoofd is de persoon die het hoogste gezag vertegenwoordigt of
belichaamt in een land. (De koning)
Koning De koning is het staatshoofd, de koning is onschendbaar en zijn macht is zeer
beperkt.
Kroon = Regering De koning en de ministers gezamenlijk.
Minister Een minister is politiek verantwoordelijk voor een bepaald beleidsterrein, of
voor een combinatie van beleidsterreinen
Minister-president Is de hoogste minister. Op dit moment is dat Mark Rutte.
Staatssecretaris Een staatssecretaris ondersteunt een minister bij het politiek leiden van een
ministerie. Staatssecretarissen komen vooral voor bij 'zware' ministeries.
2