Pedagogiek voor professionele opvoeders (hst 2)
Hst 2 grondbegrip opvoeding
Langeveld zegt dat opvoeding een speciaal soort omgang (interactie) is: ‘Het gebied, waarbinnen we
de opvoeding aantreffen, is dat van de omgang tussen volwassenen en kinderen. Opvoeding is dus
een deelverzameling van een veelomvattend geheel, drie voorwaarden:
- Er moet omgang zijn tussen volwassenen en kinderen.
- Daarbij moet invloed worden uitgeoefend.
- Die invloed moet uitgaan van de volwassen op de kinderen.
Langeveld noemt de mens een animal educandum. Wij zijn wezens die afhankelijk zijn van
opvoeding. Op de vier volgende gebieden is het duidelijk dat elk kind van soortgenoten afhankelijk is:
- Een kind is tot jaren na de geboorte aangewezen op iemand die eten koopt, klaarmaakt en
opdient.
- Een kind is afhankelijk van iemand die zorgt voor kleding, een dak en een bed, zodat zij of hij
beschut is tegen wind, regen, zon en andere weersinvloeden.
- Een kind dient beschermd te worden tegen ziekteverwekkende microben, agressieve
schoonmaakmiddelen, scherp keukengerei, voorbijrazend verkeer en talloze andere risico’s.
- Een kind heeft jarenlang iemand nodig die erop toeziet dat zij of hij zich wast, kleedt,
verschoont, de billen afveegt, de tanden poetst en de handen wast.
Aanvulling op de vier gebieden waarop een kind afhankelijk is:
- behoefte aan herkenning
- kennis en regels
- regeling van gedrag
Gedragsregulering en kennisoverdracht zijn twee aspecten van cultuuroverdracht.
Vygotsky: leren gebeurt twee keer: eerst in contact met anderen en met behulp van communicatie,
vervolgens in de mentale binnenwereld.
Mondig worden
Omdat kinderen nog niet mondig zijn, kunnen ze elkaar niet opvoeden. Als een kind eenmaal mondig
is, is verder opvoeding onnodig. Met het afnemen van de kinderlijke kwetsbaarheid neemt langzaam
de mondigheid toe. De invloed die volwassenen op een hulpbehoevend kind hebben, heet alleen
‘opvoeding’ als de mondigheid van dat kind erdoor toeneemt.
Twee dimensies
- materiële dimensie
- ideële dimensie
De materiële dimensie van de opvoeding: het observeerbare gedrag van opvoeders.
De ideële dimensie: bestaat uit gedachten van opvoeders.
Door te kijken krijg je informatie over de materiële dimensie van de opvoeding. Om achter de ideeën
van opvoeders te komen, moet je navraag doen.
Hst 2 grondbegrip opvoeding
Langeveld zegt dat opvoeding een speciaal soort omgang (interactie) is: ‘Het gebied, waarbinnen we
de opvoeding aantreffen, is dat van de omgang tussen volwassenen en kinderen. Opvoeding is dus
een deelverzameling van een veelomvattend geheel, drie voorwaarden:
- Er moet omgang zijn tussen volwassenen en kinderen.
- Daarbij moet invloed worden uitgeoefend.
- Die invloed moet uitgaan van de volwassen op de kinderen.
Langeveld noemt de mens een animal educandum. Wij zijn wezens die afhankelijk zijn van
opvoeding. Op de vier volgende gebieden is het duidelijk dat elk kind van soortgenoten afhankelijk is:
- Een kind is tot jaren na de geboorte aangewezen op iemand die eten koopt, klaarmaakt en
opdient.
- Een kind is afhankelijk van iemand die zorgt voor kleding, een dak en een bed, zodat zij of hij
beschut is tegen wind, regen, zon en andere weersinvloeden.
- Een kind dient beschermd te worden tegen ziekteverwekkende microben, agressieve
schoonmaakmiddelen, scherp keukengerei, voorbijrazend verkeer en talloze andere risico’s.
- Een kind heeft jarenlang iemand nodig die erop toeziet dat zij of hij zich wast, kleedt,
verschoont, de billen afveegt, de tanden poetst en de handen wast.
Aanvulling op de vier gebieden waarop een kind afhankelijk is:
- behoefte aan herkenning
- kennis en regels
- regeling van gedrag
Gedragsregulering en kennisoverdracht zijn twee aspecten van cultuuroverdracht.
Vygotsky: leren gebeurt twee keer: eerst in contact met anderen en met behulp van communicatie,
vervolgens in de mentale binnenwereld.
Mondig worden
Omdat kinderen nog niet mondig zijn, kunnen ze elkaar niet opvoeden. Als een kind eenmaal mondig
is, is verder opvoeding onnodig. Met het afnemen van de kinderlijke kwetsbaarheid neemt langzaam
de mondigheid toe. De invloed die volwassenen op een hulpbehoevend kind hebben, heet alleen
‘opvoeding’ als de mondigheid van dat kind erdoor toeneemt.
Twee dimensies
- materiële dimensie
- ideële dimensie
De materiële dimensie van de opvoeding: het observeerbare gedrag van opvoeders.
De ideële dimensie: bestaat uit gedachten van opvoeders.
Door te kijken krijg je informatie over de materiële dimensie van de opvoeding. Om achter de ideeën
van opvoeders te komen, moet je navraag doen.