Burgerlijk recht – Hoorcollege week 2
Goederenrecht: algemene begrippen
Wat is goederenrecht?
Het goederenrecht regelt de verhouding tussen een persoon en een goed
Meest krachtige aanspraak die een persoon kan hebben op een goed (eigendomsrecht)
Hoe verhoudt een persoon zich tot een goed?
Bijv.: eigendomsoverdracht, hypotheekrecht, nieuwgevormde zaken, etc.
Goederenrecht:
Goederenrecht; algemene begrippen
Bezit, houderschap en overdracht
Levering
Derdenbescherming en verjaring
Eigendom, originaire verkrijging en burenrecht
Beperkte rechten en voorrang
Goederenrecht: algemene begrippen:
Burgerlijk Wetboek en vermogensrecht
Verbintenissenrecht en goederenrecht
Definities en onderscheidingen
o Goederen, zaken, vermogensrechten
o Relatieve rechten en absolute rechten
o Verkrijging (en verlies) van goederen onder algemene en bijzondere titel
Burgerlijk recht:
Personenrecht
o Personen- en familierecht
o Rechtspersonenrecht
Vermogensrecht
o Goederenrecht
o Verbintenissenrecht
Opbouw Burgerlijk Wetboek:
Boek 1 Personen- en familierecht
Boek 2 Rechtspersonenrecht
Boek 3 Vermogensrecht in het algemeen
Boek 4 Erfrecht
Boek 5 Zakelijke rechten
Boek 6 Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
Boek 7 Bijzondere overeenkomsten
Boek 8 Verkeersmiddelen en vervoer
Boek 10 Internationaal Privaatrecht
Gelaagde structuur van het BW en het vermogensrecht:
Algemeen deel
o Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen
Bijzonder deel
, o Goederenrecht
Boek 5: zakelijke rechten
o Verbintenissenrecht
Boek 6: algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
Boek 7: bijzondere overeenkomsten
Voorbeeld: koop auto:
Koopovereenkomst
o Art. 3:32 BW (handelingsbekwaamheid)
o Art. 6:2 BW (gedragen omtrent redelijk- en bilijkheid)
o Art. 6:27 BW
o Art. 6:217 BW (algemene regel sluiten koopovereenkomst – aanbod aanvaarding)
o Art. 7:9 BW (verkoper moet leveren, koper moet koopprijs betalen)
o Art. 7:26 BW
Betaling koopprijs
o Art. 6:29 BW
o Art. 6:111 BW
Verschaffen eigendom
o Art. 3:84 BW
o Art. 3:90 BW
o Art. 5:1 BW
Verbintenissenrecht:
Rechtsverhouding tussen rechtssubjecten – natuurlijke personen of rechtspersonen –
staat centraal (hoe gedraagt A zich tegenover B?)
o Waartoe is de koper verplicht
o Waartoe is de verkoper verplicht
o Hoe moeten zij zich gedragen m.b.t. de uitvoering
Relatieve werking: verbintenissen binden slechts partijen bij die verbintenis
o Als A een overeenkomst sluit met B, kan dat niet over C gaan
o Derden kunnen geen rechten ontlenen aan een overeenkomst tussen partijen
o Alleen rechten en verplichtingen tegenover degenen die bij de overeenkomst
betrokken zijn
Over het algemeen weinig formaliteiten
o Bijv.: koopovereenkomst hoeft niet schriftelijk (soms mondeling, in gedraging, etc.)
o Rest van de wereld hoeft er niets van te vinden, als 2 partijen het eens zijn is dat
genoeg (ook niet schriftelijk)
Partijautonomie / contractsvrijheid
o Je hoeft je niet te beperken tot bepaalde afspraken, nieuwe overeenkomst kan worden
verzonnen zolang partijen het eens zijn
o Uitzondering: bij onderliggende rol (bijv. arbeidsovereenkomst) is er bescherming –
bij disharmonie in de onderhandelingspositie grijpt wetgever in
Goederenrecht:
Rechtsverhouding tussen rechtssubject en goed staat centraal
o Gaat niet om verhouding personen, maar de relatie tot een bepaald object
Absolute werking: goederenrechtelijke rechten werken tegen eenieder
o Als ik eigenaar ben, ben jij het niet
Goederenrecht: algemene begrippen
Wat is goederenrecht?
Het goederenrecht regelt de verhouding tussen een persoon en een goed
Meest krachtige aanspraak die een persoon kan hebben op een goed (eigendomsrecht)
Hoe verhoudt een persoon zich tot een goed?
Bijv.: eigendomsoverdracht, hypotheekrecht, nieuwgevormde zaken, etc.
Goederenrecht:
Goederenrecht; algemene begrippen
Bezit, houderschap en overdracht
Levering
Derdenbescherming en verjaring
Eigendom, originaire verkrijging en burenrecht
Beperkte rechten en voorrang
Goederenrecht: algemene begrippen:
Burgerlijk Wetboek en vermogensrecht
Verbintenissenrecht en goederenrecht
Definities en onderscheidingen
o Goederen, zaken, vermogensrechten
o Relatieve rechten en absolute rechten
o Verkrijging (en verlies) van goederen onder algemene en bijzondere titel
Burgerlijk recht:
Personenrecht
o Personen- en familierecht
o Rechtspersonenrecht
Vermogensrecht
o Goederenrecht
o Verbintenissenrecht
Opbouw Burgerlijk Wetboek:
Boek 1 Personen- en familierecht
Boek 2 Rechtspersonenrecht
Boek 3 Vermogensrecht in het algemeen
Boek 4 Erfrecht
Boek 5 Zakelijke rechten
Boek 6 Algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
Boek 7 Bijzondere overeenkomsten
Boek 8 Verkeersmiddelen en vervoer
Boek 10 Internationaal Privaatrecht
Gelaagde structuur van het BW en het vermogensrecht:
Algemeen deel
o Boek 3: Vermogensrecht in het algemeen
Bijzonder deel
, o Goederenrecht
Boek 5: zakelijke rechten
o Verbintenissenrecht
Boek 6: algemeen gedeelte van het verbintenissenrecht
Boek 7: bijzondere overeenkomsten
Voorbeeld: koop auto:
Koopovereenkomst
o Art. 3:32 BW (handelingsbekwaamheid)
o Art. 6:2 BW (gedragen omtrent redelijk- en bilijkheid)
o Art. 6:27 BW
o Art. 6:217 BW (algemene regel sluiten koopovereenkomst – aanbod aanvaarding)
o Art. 7:9 BW (verkoper moet leveren, koper moet koopprijs betalen)
o Art. 7:26 BW
Betaling koopprijs
o Art. 6:29 BW
o Art. 6:111 BW
Verschaffen eigendom
o Art. 3:84 BW
o Art. 3:90 BW
o Art. 5:1 BW
Verbintenissenrecht:
Rechtsverhouding tussen rechtssubjecten – natuurlijke personen of rechtspersonen –
staat centraal (hoe gedraagt A zich tegenover B?)
o Waartoe is de koper verplicht
o Waartoe is de verkoper verplicht
o Hoe moeten zij zich gedragen m.b.t. de uitvoering
Relatieve werking: verbintenissen binden slechts partijen bij die verbintenis
o Als A een overeenkomst sluit met B, kan dat niet over C gaan
o Derden kunnen geen rechten ontlenen aan een overeenkomst tussen partijen
o Alleen rechten en verplichtingen tegenover degenen die bij de overeenkomst
betrokken zijn
Over het algemeen weinig formaliteiten
o Bijv.: koopovereenkomst hoeft niet schriftelijk (soms mondeling, in gedraging, etc.)
o Rest van de wereld hoeft er niets van te vinden, als 2 partijen het eens zijn is dat
genoeg (ook niet schriftelijk)
Partijautonomie / contractsvrijheid
o Je hoeft je niet te beperken tot bepaalde afspraken, nieuwe overeenkomst kan worden
verzonnen zolang partijen het eens zijn
o Uitzondering: bij onderliggende rol (bijv. arbeidsovereenkomst) is er bescherming –
bij disharmonie in de onderhandelingspositie grijpt wetgever in
Goederenrecht:
Rechtsverhouding tussen rechtssubject en goed staat centraal
o Gaat niet om verhouding personen, maar de relatie tot een bepaald object
Absolute werking: goederenrechtelijke rechten werken tegen eenieder
o Als ik eigenaar ben, ben jij het niet