B1-K1-W8
Reageert op onvoorziene en crisissituaties
, Inhoudsopgave
Plan van aanpak..................................................................................................................... 3
Situatie.................................................................................................................................... 4
Observeert het gedrag van de zorgvrager systematisch tijdens een onvoorziene of
crisissituatie en reageert adequaat op de (non-)verbale signalen van de zorgvrager..............5
Communiceert helder en eenduidig met betrokkenen.............................................................5
Communiceert tijdig met collega’s en andere betrokkenen.....................................................5
Handelt volgens de wettelijke richtlijnen en die van de organisatie, of beargumenteert
waarom ze hiervan is afgeweken............................................................................................5
Handelt volgens afspraken in het verpleegplan of beargumenteert waarom ze hiervan is
afgeweken............................................................................................................................... 6
Bespreekt in de evaluatie hoe ze haar eigen grenzen en gevoelens hanteert tijdens en na
een onvoorziene of crisissituatie met behulp van de kennis over de gedragscode..................6
Bespreekt in de evaluatie hoe ze heeft gehandeld tijdens en na een onvoorziene of
crisissituatie met behulp van de kennis over gezondheid, hygiëne, veiligheid,
incidentmeldingen, ARBO, milieu, kwaliteitszorg, ergonomisch en kostenbewust werken in
relatie tot de kennis van de gezondheidsrisico’s behorend bij de doelgroep...........................6
Reageert op onvoorziene en crisissituaties
, Inhoudsopgave
Plan van aanpak..................................................................................................................... 3
Situatie.................................................................................................................................... 4
Observeert het gedrag van de zorgvrager systematisch tijdens een onvoorziene of
crisissituatie en reageert adequaat op de (non-)verbale signalen van de zorgvrager..............5
Communiceert helder en eenduidig met betrokkenen.............................................................5
Communiceert tijdig met collega’s en andere betrokkenen.....................................................5
Handelt volgens de wettelijke richtlijnen en die van de organisatie, of beargumenteert
waarom ze hiervan is afgeweken............................................................................................5
Handelt volgens afspraken in het verpleegplan of beargumenteert waarom ze hiervan is
afgeweken............................................................................................................................... 6
Bespreekt in de evaluatie hoe ze haar eigen grenzen en gevoelens hanteert tijdens en na
een onvoorziene of crisissituatie met behulp van de kennis over de gedragscode..................6
Bespreekt in de evaluatie hoe ze heeft gehandeld tijdens en na een onvoorziene of
crisissituatie met behulp van de kennis over gezondheid, hygiëne, veiligheid,
incidentmeldingen, ARBO, milieu, kwaliteitszorg, ergonomisch en kostenbewust werken in
relatie tot de kennis van de gezondheidsrisico’s behorend bij de doelgroep...........................6