Paragraaf 6.2
Organische chemie – stoffen die voortkomen uit mensen, dieren, planten
Voorbeeldje: aardolie is de grootste bron van koolstofverbindingen
We moeten de koolwaterstofbindingen onderverdelen in klassen die bepaalde eigenschappen met
elkaar gemeen hebben:
Onvertakte/vertakte
In een onvertakt koolwaterstofmolecuul is elk C-atoom verbonden met 1/2 andere C-atomen.
In een vertakt koolwaterstofmolecuul is minstens 1 C-atoom verbonden met 3/4 andere C-
atomen verbonden.
Homologe reeks
De koolwaterstoffen kun je onderbrengen in een aantal groepen. Die noem je homologe reeksen. De
verhouding tussen het aantal C-atomen en het aantal H-atomen in de moleculen van alle stoffen uit
één homologe reeks is gelijk.
Voorbeeld zijn de alkanen:
- Alkanen:
o Formule: CnH2n+2 – voor n = 1, C1H2+2 = methaan. Voor n = 2 = C2H6 (ethaan)
Structuurformules en isomerie
Er is maar 1 manier om het CH4 molecuul te bouwen, dat geldt ook voor C2H6 en C3H8. Pas bij C4H10
kom je een probleem tegen, dan kun je namelijk 2 koolstofskeletten maken.
Uit 4 C-atomen en 10 H-atomen kun je dus twee verschillende moleculen bouwen. Er bestaan dus 2
verschillende stoffen met dezelfde molecuulformule. Dit verschijnsel heet isomerie en de 2
verschillende moleculen noem je isomeren. Hoe meer C-/H-atomen je hebt, hoe meer isomeren je
dus kan maken/krijgen.
Alkanen:
Formule: CnH2n+2 – voor n = 1, C1H2+2 = methaan. Voor n = 2 = C2H6 (ethaan). De uitgang van het
molecuul wordt dan –aan.
De koolwaterstoffen zijn onderverdeeld in 4 subklassen:
- Verzadigde koolwaterstoffen
- Onverzadigde koolwaterstoffen
- Cyclische koolwaterstoffen
- Aromaten