Week 1 Inleiding materieel strafrecht, rechtelijk beslissingsschema
Geen jurisprudentie die tentamenstof is.
Week 2 Inleiding strafproces, voorbereidend onderzoek
Hollende kleurling (verdachte in de zin van art. 27 Sv?)
De arresten Hollende kleurling en Stormsteeg bepalen wanneer er al dan niet sprake is van
een verdachte, meer specifiek: een uit feiten of omstandigheden volgend redelijk
vermoeden van een strafbaar feit, als bedoeld in art. 27 Sr. In het arrest Hollende kleurling
ging het om de volgende situatie:
Twee agenten surveilleren in de buurt van de Warmoesstraat in het centrum van Amsterdam.
Zij zien een man met een donkere huidskleur op hen af komen rennen uit de richting van het
café Caribian Nights. Dit café stond bij de politie bekend als een verzamelplaats van
handelaren in en gebruikers van verdovende middelen. De man houdt zijn hand stevig in zijn
linker-jaszak. De agenten vermoeden op grond hiervan dat de man verdovende middelen bij
zich draagt en houden hem staande. Wanneer de man weigert zich te legitimeren, besluiten
de agenten hem te fouilleren. De man verzet zich hiertegen. Tijdens de schermutseling haalt
de man zijn hand uit de jaszak en valt een wikkel heroïne op de grond. De man wordt vervolgd
voor heroïnebezit (art. 1 Opiumwet (oud)) en wegens wederspannigheid (art. 180 Sr).
De Hoge Raad heeft in deze zaak geoordeeld dat: het rennen uit de richting van een bepaald
café waarvan bekend is dat er drugs werden verhandeld en het houden van de hand in de
linker-jaszak geen grond voor verdenking oplevert. De Hoge Raad sprak de man daarom
vrij van wederspannigheid en heroïnebezit. Dit laatste was namelijk onrechtmatig verkregen
bewijs. Arrestenbundel blz. 156, halverwege rechter kolom
Rechtsregel
Geen grond voor verdenking is dus:
- (al bezig zijn met) rennen;
- uit de richting van een gebied waarvan bekend is dat er criminaliteit wordt gepleegd;
- het stevig houden van de hand in een jaszak.
Stormsteeg (verdachte in de zin van art. 27 Sv?)
In het arrest Stormsteeg ging het om de volgende situatie:
Een man loopt door de Stormsteeg in Amsterdam met zijn hand stevig in zijn rechterjaszak.
De Stormsteeg staat bekend als een plaats waar veelvuldig verdovende middelen worden
gebruikt en verhandeld. Bij het zien van de agenten, schrikt de man, waarop hij blijft stilstaan
en vervolgens wegrent.
De Hoge Raad heeft in deze zaak geoordeeld dat: de plotselinge loopversnelling na een
schrikreactie in een straat waarvan bekend is dat er drugs werden verhandeld en het stevig
houden van de hand in de rechterjaszak (wel) een grond voor verdenking oplevert. Uit deze
twee voorbeelden blijkt dus dat per geval onderzocht moet worden of aan het verdachte-
criterium van art. 27 lid 1 Sv is voldaan. Arrestenbundel blz. 268, rechter kolom
onderaan, r.o. 5.1.1 & 5.1.2