Hoofdstuk 3: klinisch onderzoek:
1. Algemeen onderzoek.
Het algemeen onderzoek bestaat uit:
- Ziektegeschiedenis.
- Algemene indruk.
- Algemeen onderzoek.
- Onderzoek van de orgaansystemen.
2. Anamnese en signalementen.
Onder het signalement vallen de volgende gegevens:
- De diersoort.
- Het ras of kruising (bastaard).
- Het geslacht, mannelijk of vrouwelijk, gecastreerd of gestereliseerd.
- De leeftijd (evt. schatting).
- De kleur en aftekening.
- Het tatoeagenummer of chipnummer.
- Het gewicht.
Informatie >> vraag beschrijving van het dier. Zo'n beschrijving heet een signalement. Daarnaast heeft de
dierenarts een gesprek met de eigenaar van het dier over de ziektegeschiedenis. Dit gesprek heet de
anamnese.
- Wat zijn de klachten?
- Hoelang heeft het dier deze klachten?
- Is het dier eerder ziek geweest?
- Is het dier al al behandeld voor deze klachten? Zo ja, op welke wijze en heeft het geholpen?
- Hoe is het eet- en drinkgedrag? Is dit afwijkend van normaal? Eet of drinkt het dier heel veel, weinig,
of niet?
- Hoe is de ontlasting en de urine? Plast of poept het dier veel of juist niet? Wijkt de kleur van de
ontlasting of de urine af? Perst het dier op de urine of de ontlasting?
3. De algemene indruk.
Bij de algemene indruk wordt er gekeken naar:
- Bewustzijnsniveau: normaal is dit attent maar het kan ook soporeus (slaperig) of comateus (niet
wakker te krijgen) zijn.
- Het gedrag: Bij dit aspect wordt bijvoorbeeld gekeken of een dier angstig, sloom of attent is.
- De houding en gang: Een ziek dier staat vaak met een krommende rug, loopt moeilijk of soms kreupel,
staat er vreemd bij of houd zijn kop naar de grond. Ook kan hij zijn kop scheef houden. een schevende
kopstand kan, wijzen op een oorontsteking of een aandoening in de hersenen. Door te kijken hoe een
dier loopt (zijn gang), kunt u beoordelen of het kreupel is of niet. Soms kan het dier niet meer staan en
ligt het alleen maar. In ernstige gevallen zelfs in zijligging.
- De voedingstoestand: Bij een dier dat gezond gevoed is, zijn de ribben en de ruggenwervels vaak te
voelen, maar niet te zien. Een dier dat al langer ziek is, wordt mager. Dit kan dus een aanwijzing zijn voor
de duur van de klacht. Bij sterke vermagering worden de ribben en ruggewervels zichtbaar en liggen de
ogen diep in de oogkassen.
- De verzorgingstoestand: Een gezond dier heeft een gladde, glanzende en goed aaneensluitende vacht.
Een ziek dier verzorgd zichzelf slecht. Dit is te zien aan een dorre, niet glanzende vacht met veel losse
haren. Ook een verwaarloosd dier is slecht verzorgd. dit is onder andere te zien aan gespleten of te lange
nagels, aan de vacht en aan de manier waarop de eigenaar met het dier omgaat. Hierbij moet u wel
uitkijken voor verdergaande conclusies. De verzorging is moeilijk te beoordelen. Een dier dat zich erg ziek
1. Algemeen onderzoek.
Het algemeen onderzoek bestaat uit:
- Ziektegeschiedenis.
- Algemene indruk.
- Algemeen onderzoek.
- Onderzoek van de orgaansystemen.
2. Anamnese en signalementen.
Onder het signalement vallen de volgende gegevens:
- De diersoort.
- Het ras of kruising (bastaard).
- Het geslacht, mannelijk of vrouwelijk, gecastreerd of gestereliseerd.
- De leeftijd (evt. schatting).
- De kleur en aftekening.
- Het tatoeagenummer of chipnummer.
- Het gewicht.
Informatie >> vraag beschrijving van het dier. Zo'n beschrijving heet een signalement. Daarnaast heeft de
dierenarts een gesprek met de eigenaar van het dier over de ziektegeschiedenis. Dit gesprek heet de
anamnese.
- Wat zijn de klachten?
- Hoelang heeft het dier deze klachten?
- Is het dier eerder ziek geweest?
- Is het dier al al behandeld voor deze klachten? Zo ja, op welke wijze en heeft het geholpen?
- Hoe is het eet- en drinkgedrag? Is dit afwijkend van normaal? Eet of drinkt het dier heel veel, weinig,
of niet?
- Hoe is de ontlasting en de urine? Plast of poept het dier veel of juist niet? Wijkt de kleur van de
ontlasting of de urine af? Perst het dier op de urine of de ontlasting?
3. De algemene indruk.
Bij de algemene indruk wordt er gekeken naar:
- Bewustzijnsniveau: normaal is dit attent maar het kan ook soporeus (slaperig) of comateus (niet
wakker te krijgen) zijn.
- Het gedrag: Bij dit aspect wordt bijvoorbeeld gekeken of een dier angstig, sloom of attent is.
- De houding en gang: Een ziek dier staat vaak met een krommende rug, loopt moeilijk of soms kreupel,
staat er vreemd bij of houd zijn kop naar de grond. Ook kan hij zijn kop scheef houden. een schevende
kopstand kan, wijzen op een oorontsteking of een aandoening in de hersenen. Door te kijken hoe een
dier loopt (zijn gang), kunt u beoordelen of het kreupel is of niet. Soms kan het dier niet meer staan en
ligt het alleen maar. In ernstige gevallen zelfs in zijligging.
- De voedingstoestand: Bij een dier dat gezond gevoed is, zijn de ribben en de ruggenwervels vaak te
voelen, maar niet te zien. Een dier dat al langer ziek is, wordt mager. Dit kan dus een aanwijzing zijn voor
de duur van de klacht. Bij sterke vermagering worden de ribben en ruggewervels zichtbaar en liggen de
ogen diep in de oogkassen.
- De verzorgingstoestand: Een gezond dier heeft een gladde, glanzende en goed aaneensluitende vacht.
Een ziek dier verzorgd zichzelf slecht. Dit is te zien aan een dorre, niet glanzende vacht met veel losse
haren. Ook een verwaarloosd dier is slecht verzorgd. dit is onder andere te zien aan gespleten of te lange
nagels, aan de vacht en aan de manier waarop de eigenaar met het dier omgaat. Hierbij moet u wel
uitkijken voor verdergaande conclusies. De verzorging is moeilijk te beoordelen. Een dier dat zich erg ziek