Samenvatting van de inleiding
In 1839 verscheen het boek ‘de Camera Obscura’. Dit boek is geschreven door Nicolaas Beets onder
het pseudoniem Hildebrand. De Camera Obscura is geen roman, maar een bundel schetsen en
verhalen. Ook is het een belangrijk boek, want het wordt gezien als de klassieker uit de literaire
canon. Het boek wordt ook nog beschouwd als het boek waarin alle elementen van de negentiende-
eeuwse maatschappij haarfijn zijn vastgelegd.
Een camera obscura is de voorloper van de fotocamera. Hildebrand richtte dat
apparaat vooral op de wereld van de burger. Hij laat de brave zijde zien, waardoor de
schaduwkanten buiten beschouwing bleven. In deze uitgave worden beide zijden aan
de orde gesteld.
In deze versie zijn er twee stukken geselecteerd, namelijk ‘De familie Stastok’ en ‘De familie Kegge’.
Deze verhalen hebben dezelfde structuur. Hildebrand gaat namelijk bij beide families logeren, maar
de ene familie is rijker dan de andere familie.
Samenvatting van ‘De familie Stastok’
Hildebrand voelt zich beter dan de rest en dat zie je ook aan de heenweg naar Delft. Hij zat alleen
maar te mopperen op iedereen en was brutaal tegen de politie. Uiteindelijk arriveert hij met de gele
diligence in Delft. Hildebrand wordt opgewacht door Keesje en samen lopen ze naar het logeeradres:
De woning van de familie Stastok. De familie Stastok waren de oom, tante en neef van Hildebrand.
De ontvangst was hartelijk en zijn oom en tante waren verheugd om hem te zien. Hildebrand moest
wel nog even wachten totdat zijn logeerkamer was schoongemaakt. In de tussentijd heeft hij met
neef Pieter gepraat, over de studie van Pieter in Utrecht. Hildebrand wilde graag zijn neef beter leren
kennen, maar wederzijds bleek dat niet echt het geval… Een paar dagen later zat Hildebrand in de
tuin en Keesje (het diakenhuismannetje) kwam naar hem toe met een droevig verhaal. Het enige wat
hij had (12 gulden), was bestolen door Klaasje. Hierdoor voelde Keesje zich heel erg verdrietig.
Uiteindelijk kreeg Keesje het geld terug, doordat de oom van Hildebrand voor hem opkwam. De
volgende dag besloten Hildebrand en Pieter een roeitochtje te maken. Ze nodigden ook Koosje en
Christientje uit. Ook Rudolf en Amelie gingen mee. Het roeitochtje liep niet heel goed af, want de
boot kwam vast te liggen en liep helemaal vol met water. Pieter viel zelfs uit de boot. De dag erna
werd Hildebrand door Keesje naar de diligence gebracht en ging hij weer naar huis.
De A-opdrachten
1 De aankomst
A1 Het verhaal speelt zich af in de tijd van de trekschuit en de diligence. Wat waren dit voor
vervoermiddelen? Geef van beide een korte typering.
Trekschuit = een historisch schip uit de 16 e eeuw. Het was de voorloper van
het openbare vervoer: je mocht alleen mee als je bereid was om een vast
tarief te betalen. Er waren verschillende soorten trekschuiten, de één was wat
luxer dan de ander. De luxere trekschuiten waren dan ook bedoeld voor de
rijkere mensen.
Diligence = ook wel postkoets genoemd. Het is een koets die door paarden
wordt voortgetrokken. De koets vervoert reizigers en/of post. Veel mensen