Week 1 Kantoor gebouwen:
1.1 DEZE WEEK ontwikkeling van het kantoorgebouw typologisch
ontwerpen kantoren
Vorm, structuur functie en context.
Verplichte literatuur
• Jellema deel 9 utiliteitsbouw
• Structuur
• verdiepingsbouw
• Jellema deel 4B gevels
• Prefab betonnen gevels
• Lichte plaatmaterialen en buitengevelisolatie
• Vliesgevels
• Jellema deel 3: Draagstructuur
hoofdstukken: 4.6.4 en 4.6.5, 4.7, 5.4, 6.5, 6,7
Wat zijn de Ontwerpstructuren / Kantoor-typologieën
• Schijf
• Toren
• Villa
Wat zijn de Ordeningsstructuren:
Zonering :
constructies
functies
installaties
Ontsluitingen
Draagstructuur;
Kolommen verspreiden, Balken, wanden, een punt verspreiden
Functionele structuur:
• Lineaire zonering
• Neutrale zonering
• Centrale zonering
Een, midden, dubbel gangen. Overlapping, verbonden, afsnijding.
Kantoren geschiedenis Vanaf ca 1890:
werden vanaf toen op grotere schaal gebouwd vergrote woonhuizen, en / of vastgeplakt aan de
fabriek
De architectuur en materialisering was vooral gelijk aan dat van de woningbouw.
Het Wittehuis, destijds het hoogste gebouw van Europa.
De rederijen en banken bouwden al luxe kantoren om hun rijkdom te tonen.
Mechanisatie had invloed op manier van werken in kantoren; telefonie, telmachines, kaartsystemen etc.
Veranderingen rond einde WO1:
• Taylorisme (productie proces optimaliseren)
• Vooral tussen de wereld oorlogen rationalisering en efficiency
• Standaardisatie in de kantoorwereld (DIN-normen) vanaf 1920
Kantorenbouw 1950 1970 kernmerken:
,Traditionele uitstraling.
Cellenkantoor
Standaardisatie in kantoor meubilair,
Breedte kantoor ca.14meter Gebruikelijke maatvoeringen:
Traveemaat veelvoud van 3600mm (netto kantoorbreedte 3,5m)
Diepte kantoorzones : 5600mm
Middengang: 1800-2400mm
Totaal diepte kantoor ca. 14meter
Kantoorgebouwen jaren 60 kernmerken;
Totaal dipte kantoor ca 22 meter.
Gebruikelijke maatvoeringen:
Traveemaat veelvoud van 3600mm (netto kantoorbreedte 3,5m)
Diepte kantoorzones : 6600- 7200mm
Middenzone: 7200mm
Kantorenbouw 1950 1960;
De basismaat waarmee ontworpen werd , werd een veelvoud van 30/90cm met een standaardmaat van 1,8m
Kantoor typologieën
Schijf
• Lengte >>breedte
• Hoofdentree tpv. kern van het gebouw
• Na deze kern meestal corridor ontsluiting
• Vaak tweede trappenhuis aan eind corridor.
Draagconstructie kolomenstructuur
Dienende elementen de sanitaire ze centraal mogelijk vaak naast of in de kern.
Meer ontsluiting punt indien het gebouw te lang is
Meest toegepaste gebouwdiepte is 12,6 m (5,4-1,8-5,4) echter
steeds vaker 16,2 (7,2-1,8-7,2)
Er is een relatis tussen de parkeergarage en stramienlijnen qua kolommen
Toren
• Grote hoogte tov breedte/diepte
• Kernontsluiting
• Zoveel mogelijk voorzieningen in de kern resulteert
in vrij indeelbare vloervelden aan de gevels.
Kantoorvilla
• Beperkt aantal lagen en/of oppervlakte
• 1 ontsluitingspunt
• beperkte hoogte
Draagconstructie:
• Bij veel kantoorvilla’s dragende gevel.
• Overspanning zodanig dat geen kolommen nodig zijn.
Omhulling:
• Dragende gevel dus geen kolommen binnen het kantoor.
Dienende elementen:
• Sanitaire voorzieningen bij trap en/of aan de randen van gebouw.
Ontsluiting:
• 1 ontsluitingspunt. Deze bevind zich in de kern of aan de rand van
het gebouw.
Afmetingen:
• De hoogte en vloeroppervlak van het gebouw zijn beperkt zodat aan
,eisen en regelgeving wordt voldaan met 1 ontsluitingspunt.
Kernmerken;
Complexe plattegrond
Vierkanten van 7,2x7,2 m1 (4x1,8m1)
Cellenkantoor als ook kantoortuin mogelijk
Kantoortuinen Menselijke maat belangrijk
Belangrijke Notities van les 1;
Bouwbesluit functies:
Bijeenkomstfunctie: vergaderruimtes, kantine
Onderwijsfunctie: trainingscentra Gebouwen
Bij alle gebouwen kun je je dat wel voorstellen.
Toen de bedrijven groter gingen worden ten tijden van de industrialisatie werd het belang van het voeren van
administratie steeds belangrijker. In het beging gebeurde dit gewoon aan een tafel in het bedrijf/werkplaats en bestond er
nog niet zoiets als een specifiek kantoor. De behoefte een speciaal kantoor deel te ontwerpen werd steeds meer gewenst.
Alleen er was nog geens specifieke structuur of architectonische uitdrukkingsvorm ontwikkeld waardoor het huis als
aanvankelijk model stond. Het vergrote woonhuis dat voor of naast de fabriek stond. De Architectuur kwam ook nog
overeen met de architectuur van het woonhuis.
De arbeidssituatie van het grote woonhuis waar ze in kleine kamertjes zaten te werken naar steeds meer
“automatisering” en schaalvergroting als gevolg van de industrialisatie.
Er ontstond dus een schaal vergroting wat ook vroeg om meer administratie (vergroten van handel, export en import,
beter belastingheffingen dus administratie noodzakelijk)
Alles gebeurde nog op papier. De typemachine is in de 19e eeuw ontwikkeld en werd meer gemeengoed aan het einde
van deze eeuw. Computers bestonden nog niet dus alles moest gearchiveerd worden als papier. Omdat bedrijven steeds
groter werden en er steeds meer administratie nodig was (bewijsstukken , export en importpapieren, belastin papieren,
garanties etc. ) ontstonden er grote adminstratieafdelingen.
Destijds het hoogste gebouw van Europa. Constructie systeem is een staalskelet en ingevuld met baksteen. Heeft de
oorlog doorstaan en is nog steeds kantoorgebouw.
De architectuur doet nog lijken op dat van een woonhuis maar het is wel erg groot geworden. Architecten gingen
voorzichtig op zoek naar een andere architectonische expressie voor gebouwen die dienst deden als kantoor
Het vergrote woonhuis als kantoor in opdracht gebouwd voor het bedrijf wat er ook kantoor ging houden.
De architectuur doet nog lijken op dat van een woonhuis maar het is wel erg groot geworden. Architecten gingen
voorzichtig op zoek naar een andere architectonische expressie voor gebouwen die dienst deden als kantoor
Din normen begonnen in 1920 met papier formaten en werd verder doorgevoerd tot en met kantoor meubilair en zelfs
afmetingen van kantoren.
Uiteindelijk wordt de standaard maat van 1,8 m1 in de jaren 50 - 60 doorgevoerd in de gebouwen.
De 1ste wereldoorlog veroorzaakt alom een efficiency slag
Vertellen over dat de arbeidsverhoudingen in de kantoren hiërarchisch georganiseerd waren. De chef controleerde alles
en zat vaak op een plek vanwaar uit hij het hele kantoor in de gaten kon houden.
Projectontwikkelaars zagen met als voorbeeld de VS, mogelijkheden vastgoed te ontwikkelen voor bedrijven die werkte
vanuit kantoren. Het bedrijfsverzamelgebouw werd geboren. Ondernemingen konden kantoorruimte huren. Deze
gebouwen werden vaak voorzien van voor die moderne snufjes zoals liften, centrale verwarming, parkkeergarage.
Uniek in Nederland een gebouw wat niet meer alleen voor maar één opdrachtgever/gebruiker gebouwd wordt. Er zaten
toen vooral rederijen in het gebouw.
Vooral in de wederopbouw periode, 1940 - 1960 wordt het schijfvormige kantoor ontwikkeld en gebouwd. Zelfstandige
kantoorgebouwen die niet altijd direct gekoppeld waren aan het bedrijf of de produktiehallen. Tevens zie je de opkomst
van aparte administratiekantoren die de administratie kunnen verzorgen van meerdere bedrijven. (specialisatie)
, Rationele bouwstructuur en universeel voor verschillende gebruikers. Een midden gang met aan weerszijde kantoorcellen.
Faciliteiten werden vaak ondergebracht direct bij het entree en/of trappenhuis-lift. Breedte van deze gebouwen was
meestal rond de 14m
Vooral in de wederopbouw periode, 1940 - 1960 wordt het schijfvormige kantoor ontwikkeld en gebouwd.
Rationele bouwstructuur en universeel voor verschillende gebruikers.
Kantoorgebouw voor verschillende bedrijven, inpandige parkeervoorziening op 1e en 2e verdieping Dit
bedrijfsverzamelgebouw moest onderdak bieden aan de ondernemers die door het bombardement hun bedrijfspand
waren kwijtgeraakt Dit gebouw-complex had tot doel vele bedrijven die na de oorlog nog in noodgebouwen zaten onder
te brengen in een gemeenschappelijk gebouw in het centrum.
Destijds het grootste kantoorgebouw van Europa qua m2 bruikbaar oppervlak.
Waar in de 50er jaren al een begin van een aanzet was geweest werd er in de loop van de jaren ‘60 definitief kentering
gemaakt naar naar bredere kantoren met in het midden een servicestrook. Deze kantoren kregen vaak een diepte van ca.
22m
Deze kantoren hadden een gunstigere vormfactor ( minder geveloppervlakte t.o.v. vloeropp) waardoor ze goedkoper
waren.
In de middenzone worden de faciliteiten die geen daglicht behoeven ondergebracht waardoor alle gevellengte vrijkomt
voor kantoorruimten.
Verschuiving van 3 zones naar 5 zones
In deze jaren 1950 – 1970 staat functionaliteit en soberheid voorop.
De basismaat waarmee ontworpen werd , werd een veelvoud van 30/90cm met eem standaardmaat van 1,8m
Een kantoorgebouw is eigenlijk niet meer dan een gebouw wdat heel veel werkplekken herbergt. Hoe je dat ordent is
mede bepalend voor de hoofdvorm van het gebouw. De hoofvorm kan daarin tegen ook bepaald worden door een
stedenbouwkundige situatie en een massabepaling. Maar binnen deze hoofdvorm dient dan wel een logische (efficiënte)
structuur gevonden te worden en zal vervolgens de maatvoering van de massa gaan beïnvloeden.
Rationalisme voert de boventoon. Bij een parkeergarage onder het gebouw is het onderzoek naar de afstanden tussen
constructie(kolommen vaak) en een efficiënte parkeergarage essentieel in relatie tot een optimale kantoorindeling
daarboven van essentieel belang. Dit soort onderzoeken doe je in het begin van je ontwerpproces bij het vastleggen van
de layout, hoofdvorm van je gebouw.
De schuif kun je ontleden in de hoofdraagstructuur en de ontsluitingsstructuur. Daarnaast heb je er zogenaamde diende
elementen en heeft het gebouw natuur een omhulling, de gevel. Een kantoor kent als structuren de draagstructuur, een
zoneringsstructuur en een ontsluitingsstructuur
Plattegronden Nationale Nederlanden basement met daarop schijven
Tappenhuizen refererend als silo”s Deze elementen zijn dusdanig geplaatst dat het gebouw ook in delen verhuurd kan
worden.
De diepte van het gebouw (in 1 keer overspannen dus dragende elementen in de gevelzone) 14,4m laat vele soorten van
indelingen toe.
Voormalige kantoortorens onlangs verbouwd tot studentenhuisvesting. Hoe hoger je kantoorgebouw is hoe meer liften je
nodig hebt omdat er gewoon sprake kan zijn van ‘spitsuur’ in vele gevallen bereikt een deel van de liften alleen de
onderste helft en de andere liften de bovenste helft. Dit om wachttijden voor de liften te verkorten.
Bij dit soort toren is de zogenaamde kern ook een stabiliteits kern. Een goed ontwerp van het veilig kunnen vluchten
bepaalt mede de plattegrond lay-out
Maar het hoeft natuurlijk niet rechthoekig te zijn
Revolutie in de kantoorwereld. Hertzberger wilde de menselijke maat en verhoudingen terugbrengen. Er ontstond een
verkapte vorm een open kantorenlandschap waar de communicatie en transparantie een belangrijke inspiratie waren
voor het ontwerp. Kantoortuinen gaven ook gevoel van vrijheid, informele ontmoetingen maar er ontstond ook veel
geluidsoverlast
1.1 DEZE WEEK ontwikkeling van het kantoorgebouw typologisch
ontwerpen kantoren
Vorm, structuur functie en context.
Verplichte literatuur
• Jellema deel 9 utiliteitsbouw
• Structuur
• verdiepingsbouw
• Jellema deel 4B gevels
• Prefab betonnen gevels
• Lichte plaatmaterialen en buitengevelisolatie
• Vliesgevels
• Jellema deel 3: Draagstructuur
hoofdstukken: 4.6.4 en 4.6.5, 4.7, 5.4, 6.5, 6,7
Wat zijn de Ontwerpstructuren / Kantoor-typologieën
• Schijf
• Toren
• Villa
Wat zijn de Ordeningsstructuren:
Zonering :
constructies
functies
installaties
Ontsluitingen
Draagstructuur;
Kolommen verspreiden, Balken, wanden, een punt verspreiden
Functionele structuur:
• Lineaire zonering
• Neutrale zonering
• Centrale zonering
Een, midden, dubbel gangen. Overlapping, verbonden, afsnijding.
Kantoren geschiedenis Vanaf ca 1890:
werden vanaf toen op grotere schaal gebouwd vergrote woonhuizen, en / of vastgeplakt aan de
fabriek
De architectuur en materialisering was vooral gelijk aan dat van de woningbouw.
Het Wittehuis, destijds het hoogste gebouw van Europa.
De rederijen en banken bouwden al luxe kantoren om hun rijkdom te tonen.
Mechanisatie had invloed op manier van werken in kantoren; telefonie, telmachines, kaartsystemen etc.
Veranderingen rond einde WO1:
• Taylorisme (productie proces optimaliseren)
• Vooral tussen de wereld oorlogen rationalisering en efficiency
• Standaardisatie in de kantoorwereld (DIN-normen) vanaf 1920
Kantorenbouw 1950 1970 kernmerken:
,Traditionele uitstraling.
Cellenkantoor
Standaardisatie in kantoor meubilair,
Breedte kantoor ca.14meter Gebruikelijke maatvoeringen:
Traveemaat veelvoud van 3600mm (netto kantoorbreedte 3,5m)
Diepte kantoorzones : 5600mm
Middengang: 1800-2400mm
Totaal diepte kantoor ca. 14meter
Kantoorgebouwen jaren 60 kernmerken;
Totaal dipte kantoor ca 22 meter.
Gebruikelijke maatvoeringen:
Traveemaat veelvoud van 3600mm (netto kantoorbreedte 3,5m)
Diepte kantoorzones : 6600- 7200mm
Middenzone: 7200mm
Kantorenbouw 1950 1960;
De basismaat waarmee ontworpen werd , werd een veelvoud van 30/90cm met een standaardmaat van 1,8m
Kantoor typologieën
Schijf
• Lengte >>breedte
• Hoofdentree tpv. kern van het gebouw
• Na deze kern meestal corridor ontsluiting
• Vaak tweede trappenhuis aan eind corridor.
Draagconstructie kolomenstructuur
Dienende elementen de sanitaire ze centraal mogelijk vaak naast of in de kern.
Meer ontsluiting punt indien het gebouw te lang is
Meest toegepaste gebouwdiepte is 12,6 m (5,4-1,8-5,4) echter
steeds vaker 16,2 (7,2-1,8-7,2)
Er is een relatis tussen de parkeergarage en stramienlijnen qua kolommen
Toren
• Grote hoogte tov breedte/diepte
• Kernontsluiting
• Zoveel mogelijk voorzieningen in de kern resulteert
in vrij indeelbare vloervelden aan de gevels.
Kantoorvilla
• Beperkt aantal lagen en/of oppervlakte
• 1 ontsluitingspunt
• beperkte hoogte
Draagconstructie:
• Bij veel kantoorvilla’s dragende gevel.
• Overspanning zodanig dat geen kolommen nodig zijn.
Omhulling:
• Dragende gevel dus geen kolommen binnen het kantoor.
Dienende elementen:
• Sanitaire voorzieningen bij trap en/of aan de randen van gebouw.
Ontsluiting:
• 1 ontsluitingspunt. Deze bevind zich in de kern of aan de rand van
het gebouw.
Afmetingen:
• De hoogte en vloeroppervlak van het gebouw zijn beperkt zodat aan
,eisen en regelgeving wordt voldaan met 1 ontsluitingspunt.
Kernmerken;
Complexe plattegrond
Vierkanten van 7,2x7,2 m1 (4x1,8m1)
Cellenkantoor als ook kantoortuin mogelijk
Kantoortuinen Menselijke maat belangrijk
Belangrijke Notities van les 1;
Bouwbesluit functies:
Bijeenkomstfunctie: vergaderruimtes, kantine
Onderwijsfunctie: trainingscentra Gebouwen
Bij alle gebouwen kun je je dat wel voorstellen.
Toen de bedrijven groter gingen worden ten tijden van de industrialisatie werd het belang van het voeren van
administratie steeds belangrijker. In het beging gebeurde dit gewoon aan een tafel in het bedrijf/werkplaats en bestond er
nog niet zoiets als een specifiek kantoor. De behoefte een speciaal kantoor deel te ontwerpen werd steeds meer gewenst.
Alleen er was nog geens specifieke structuur of architectonische uitdrukkingsvorm ontwikkeld waardoor het huis als
aanvankelijk model stond. Het vergrote woonhuis dat voor of naast de fabriek stond. De Architectuur kwam ook nog
overeen met de architectuur van het woonhuis.
De arbeidssituatie van het grote woonhuis waar ze in kleine kamertjes zaten te werken naar steeds meer
“automatisering” en schaalvergroting als gevolg van de industrialisatie.
Er ontstond dus een schaal vergroting wat ook vroeg om meer administratie (vergroten van handel, export en import,
beter belastingheffingen dus administratie noodzakelijk)
Alles gebeurde nog op papier. De typemachine is in de 19e eeuw ontwikkeld en werd meer gemeengoed aan het einde
van deze eeuw. Computers bestonden nog niet dus alles moest gearchiveerd worden als papier. Omdat bedrijven steeds
groter werden en er steeds meer administratie nodig was (bewijsstukken , export en importpapieren, belastin papieren,
garanties etc. ) ontstonden er grote adminstratieafdelingen.
Destijds het hoogste gebouw van Europa. Constructie systeem is een staalskelet en ingevuld met baksteen. Heeft de
oorlog doorstaan en is nog steeds kantoorgebouw.
De architectuur doet nog lijken op dat van een woonhuis maar het is wel erg groot geworden. Architecten gingen
voorzichtig op zoek naar een andere architectonische expressie voor gebouwen die dienst deden als kantoor
Het vergrote woonhuis als kantoor in opdracht gebouwd voor het bedrijf wat er ook kantoor ging houden.
De architectuur doet nog lijken op dat van een woonhuis maar het is wel erg groot geworden. Architecten gingen
voorzichtig op zoek naar een andere architectonische expressie voor gebouwen die dienst deden als kantoor
Din normen begonnen in 1920 met papier formaten en werd verder doorgevoerd tot en met kantoor meubilair en zelfs
afmetingen van kantoren.
Uiteindelijk wordt de standaard maat van 1,8 m1 in de jaren 50 - 60 doorgevoerd in de gebouwen.
De 1ste wereldoorlog veroorzaakt alom een efficiency slag
Vertellen over dat de arbeidsverhoudingen in de kantoren hiërarchisch georganiseerd waren. De chef controleerde alles
en zat vaak op een plek vanwaar uit hij het hele kantoor in de gaten kon houden.
Projectontwikkelaars zagen met als voorbeeld de VS, mogelijkheden vastgoed te ontwikkelen voor bedrijven die werkte
vanuit kantoren. Het bedrijfsverzamelgebouw werd geboren. Ondernemingen konden kantoorruimte huren. Deze
gebouwen werden vaak voorzien van voor die moderne snufjes zoals liften, centrale verwarming, parkkeergarage.
Uniek in Nederland een gebouw wat niet meer alleen voor maar één opdrachtgever/gebruiker gebouwd wordt. Er zaten
toen vooral rederijen in het gebouw.
Vooral in de wederopbouw periode, 1940 - 1960 wordt het schijfvormige kantoor ontwikkeld en gebouwd. Zelfstandige
kantoorgebouwen die niet altijd direct gekoppeld waren aan het bedrijf of de produktiehallen. Tevens zie je de opkomst
van aparte administratiekantoren die de administratie kunnen verzorgen van meerdere bedrijven. (specialisatie)
, Rationele bouwstructuur en universeel voor verschillende gebruikers. Een midden gang met aan weerszijde kantoorcellen.
Faciliteiten werden vaak ondergebracht direct bij het entree en/of trappenhuis-lift. Breedte van deze gebouwen was
meestal rond de 14m
Vooral in de wederopbouw periode, 1940 - 1960 wordt het schijfvormige kantoor ontwikkeld en gebouwd.
Rationele bouwstructuur en universeel voor verschillende gebruikers.
Kantoorgebouw voor verschillende bedrijven, inpandige parkeervoorziening op 1e en 2e verdieping Dit
bedrijfsverzamelgebouw moest onderdak bieden aan de ondernemers die door het bombardement hun bedrijfspand
waren kwijtgeraakt Dit gebouw-complex had tot doel vele bedrijven die na de oorlog nog in noodgebouwen zaten onder
te brengen in een gemeenschappelijk gebouw in het centrum.
Destijds het grootste kantoorgebouw van Europa qua m2 bruikbaar oppervlak.
Waar in de 50er jaren al een begin van een aanzet was geweest werd er in de loop van de jaren ‘60 definitief kentering
gemaakt naar naar bredere kantoren met in het midden een servicestrook. Deze kantoren kregen vaak een diepte van ca.
22m
Deze kantoren hadden een gunstigere vormfactor ( minder geveloppervlakte t.o.v. vloeropp) waardoor ze goedkoper
waren.
In de middenzone worden de faciliteiten die geen daglicht behoeven ondergebracht waardoor alle gevellengte vrijkomt
voor kantoorruimten.
Verschuiving van 3 zones naar 5 zones
In deze jaren 1950 – 1970 staat functionaliteit en soberheid voorop.
De basismaat waarmee ontworpen werd , werd een veelvoud van 30/90cm met eem standaardmaat van 1,8m
Een kantoorgebouw is eigenlijk niet meer dan een gebouw wdat heel veel werkplekken herbergt. Hoe je dat ordent is
mede bepalend voor de hoofdvorm van het gebouw. De hoofvorm kan daarin tegen ook bepaald worden door een
stedenbouwkundige situatie en een massabepaling. Maar binnen deze hoofdvorm dient dan wel een logische (efficiënte)
structuur gevonden te worden en zal vervolgens de maatvoering van de massa gaan beïnvloeden.
Rationalisme voert de boventoon. Bij een parkeergarage onder het gebouw is het onderzoek naar de afstanden tussen
constructie(kolommen vaak) en een efficiënte parkeergarage essentieel in relatie tot een optimale kantoorindeling
daarboven van essentieel belang. Dit soort onderzoeken doe je in het begin van je ontwerpproces bij het vastleggen van
de layout, hoofdvorm van je gebouw.
De schuif kun je ontleden in de hoofdraagstructuur en de ontsluitingsstructuur. Daarnaast heb je er zogenaamde diende
elementen en heeft het gebouw natuur een omhulling, de gevel. Een kantoor kent als structuren de draagstructuur, een
zoneringsstructuur en een ontsluitingsstructuur
Plattegronden Nationale Nederlanden basement met daarop schijven
Tappenhuizen refererend als silo”s Deze elementen zijn dusdanig geplaatst dat het gebouw ook in delen verhuurd kan
worden.
De diepte van het gebouw (in 1 keer overspannen dus dragende elementen in de gevelzone) 14,4m laat vele soorten van
indelingen toe.
Voormalige kantoortorens onlangs verbouwd tot studentenhuisvesting. Hoe hoger je kantoorgebouw is hoe meer liften je
nodig hebt omdat er gewoon sprake kan zijn van ‘spitsuur’ in vele gevallen bereikt een deel van de liften alleen de
onderste helft en de andere liften de bovenste helft. Dit om wachttijden voor de liften te verkorten.
Bij dit soort toren is de zogenaamde kern ook een stabiliteits kern. Een goed ontwerp van het veilig kunnen vluchten
bepaalt mede de plattegrond lay-out
Maar het hoeft natuurlijk niet rechthoekig te zijn
Revolutie in de kantoorwereld. Hertzberger wilde de menselijke maat en verhoudingen terugbrengen. Er ontstond een
verkapte vorm een open kantorenlandschap waar de communicatie en transparantie een belangrijke inspiratie waren
voor het ontwerp. Kantoortuinen gaven ook gevoel van vrijheid, informele ontmoetingen maar er ontstond ook veel
geluidsoverlast