, Blaasspoelen
Een blaasspoeling wordt gegeven om afvalstoffen, gruis en stolsels uit de blaas te verwijderen. Het
maakt de kans op infecties kleiner en verstoppingen kunnen hierdoor worden voorkomen en
verholpen. Daarnaast kan blaasspoelen gebruikt worden om geneesmiddelen of vloeistoffen in de
blaas te brengen.
Voor een blaasspoeling moet er een katheter ingebracht zijn. Een blaaskatheter is een soepel, dun
slangetje waarmee urine uit de blaas wordt afgevoerd. Blaaskatheters zijn te onderscheiden in
blaaskatheters voor eenmalig gebruik, urethrale verblijfskatheters (via de urinebuis) en
suprapubische verblijfskatheters (via de buikwand). Verblijfskatheters hebben twee kanalen, 1 kanaal
om de fixatieballon te vullen en 1 kanaal voor de afvoer van urine.
Voorbereiding cliënt
Voordat je begint met de handeling, informeer je de cliënt en zorg je voor voldoende privacy. Leg de
cliënt uit wat de handeling inhoudt.
Je bereidt de cliënt als volgt voor:
- Vraag de cliënt op de rug op bed te gaan liggen of help hierbij.
Blaasspoelvloeistoffen
Er zijn verschillende soorten blaasspoelvloeistoffen. De arts schrijft het soort spoelvloeistof voor en
de duur die de vloeistof in de blaas moet blijven. Dit is afhankelijk van de indicatie voor het
blaasspoelen.
Om vlokken, gruis en/of stolsels te verwijderen wordt meestal natriumchloride (NaCl) 0,9%
(fysiologisch zout) als spoelvloeistof gebruikt. Bij een medicinale spoeling wordt een spoelvloeistof
met antibiotica, BCG of cytostatica gebruikt.
De meeste kant-en-klare blaasspoelzakjes hebben een inhoud van 50 ml of 100 ml.
Solutio G en solutio R zijn spoelvloeistoffen voor het spoelen van de katheter. Het spoelen van de
katheter is een aparte vaardigheid die niet in deze training zal worden behandeld.