Biologie
Boek 4b
Thema 6 Regeling en waarneming
Paragraaf 1 regeling en homeostase
Regelkring = sensor, controlecentrum en een effector
Negatieve terugkoppeling= wanneer een toename van het resultaat een remming van het
proces veroorzaakt
Positieve terugkoppeling=een toename van het resultaat het proces versterkt
Organisme;
- Sensoren = Zintuigcellen
- Controle centrum = hormoonklieren in zenuwcellen
- Effector = weefsels en organen
Het inwendige milieu blijft hierdoor min of meer constant = Homeostase
In meercellige organismen vindt de communicatie tussen de cellen plaats met signaalmoleculen
deze worden door bepaalde cellen afgegeven en binden zich aan receptoren in het
membraam cab andere cellen ; de doelwitcellen, deze binding kan een reactie in gang zetten
Hormoonklieren geven singaalmoleculen af die we hormonen noemen, geen afvoer buis maar in
het bloed( klieren die producten afgeven aan bloed = endocriene klieren) Secretie= afgifte
hormoon door cellen van de hormoonklier
Vanuit bloed naar weefselvloeistof, naar alle cellen van het organisme. Echter hormonen alleen
werkzaam in cellen met hormoonreceptoren, die organen noemen we doelwitorganen
Concentratie hormoon in bloed = hormoonspiegel
Exocriene klieren= klieren met een afvoerbuis ( excretie)
Paragraaf 2 hormonale regulatie
Alvleesklier exocriene functie produceert spijsverteringssap dat word afgegeven aan de
12vingerige darm
Boek 4b
Thema 6 Regeling en waarneming
Paragraaf 1 regeling en homeostase
Regelkring = sensor, controlecentrum en een effector
Negatieve terugkoppeling= wanneer een toename van het resultaat een remming van het
proces veroorzaakt
Positieve terugkoppeling=een toename van het resultaat het proces versterkt
Organisme;
- Sensoren = Zintuigcellen
- Controle centrum = hormoonklieren in zenuwcellen
- Effector = weefsels en organen
Het inwendige milieu blijft hierdoor min of meer constant = Homeostase
In meercellige organismen vindt de communicatie tussen de cellen plaats met signaalmoleculen
deze worden door bepaalde cellen afgegeven en binden zich aan receptoren in het
membraam cab andere cellen ; de doelwitcellen, deze binding kan een reactie in gang zetten
Hormoonklieren geven singaalmoleculen af die we hormonen noemen, geen afvoer buis maar in
het bloed( klieren die producten afgeven aan bloed = endocriene klieren) Secretie= afgifte
hormoon door cellen van de hormoonklier
Vanuit bloed naar weefselvloeistof, naar alle cellen van het organisme. Echter hormonen alleen
werkzaam in cellen met hormoonreceptoren, die organen noemen we doelwitorganen
Concentratie hormoon in bloed = hormoonspiegel
Exocriene klieren= klieren met een afvoerbuis ( excretie)
Paragraaf 2 hormonale regulatie
Alvleesklier exocriene functie produceert spijsverteringssap dat word afgegeven aan de
12vingerige darm