Extremiteiten
Enkel
Normwaardes mobiliteit:
Doel: Bepalen wat de mobiliteit is in een onbelaste situatie.
Met name bij post-OK patiënten met een immobilisatie
periode komt het voor dat de mobiliteit niet volledig is.
Echter door intra-articulaire zwelling kan de mobiliteit ook
beperkt zijn.
Uitvoering:
- Dorsaalflexie art. talocrurale norm = 20 graden:
- Patiënt in ruglig/langzit (onbelast)
- Patiënt in buiklig, met de knie 90 graden
gebogen (onbelast)
- Belast, knie tegen de muur, afstand tussen de
grote teen en de muur meten.
- Plantairfexie art. talocrurale norm = 50 graden:
- Patiënt in ruglig/langzit
- Inversie art. subtalaire norm = 35 graden
- Eversie art. subtalaire norm = 20 graden
Acuut enkelletsel:
- Ottawa ankle rules (OAR): - Om
fracturen tot 7 dagen na het
trauma uit te sluiten. Het meest
valide binnen 48 uur na trauma. - Bij
enkele groepen is het gebruik van de
Ottawa ankel rules niet
gevalideerd: -
kinderen (onder 18 jaar) -
Zwangere vrouwen -
patiënten die niet goed beoordeelbaar zijn (bv. Verlaagd bewustzijn bij hoofdtrauma of
intoxicatie).
- Röntgendiagnostiek is enkel geïndiceerd wanneer er sprake is van (1) pijn inde malleoli of in het
middenvoet en (2) minimaal een van de volgende symptomen:
- Onvermogen de enkel te belasten (vier stappen te doen).
- Pijn bij palpatie van de distale 6 cm van de posterieure zijde van de tibia.
- Pijn bij palpatie vande distale 6 cm van de posterieure zijde van de fibula.
- Pijn bij palpatie van de basis van os metatarsale V.
- Pijn bij palpatie van het os naviculare.
, - Hydrops Fluctuatie: -
Doel: het beoordelen op de aanwezigheid van intra-articulaire
zwelling ter bepaling van de reactiviteit. -
Uitvoering: de patiënt neemt plaats in zit op de behandelbank met
een afhangend onderbeen. De fysiotherapeut omvat de
voet en de tibia. Vervolgens wordt de voet passief naar
dorsaalflexie gebracht. - De
test is positief indien er een boeggolfje ontstaat aan de
laterale zijde, net anterieur onder de malleolus. -
Opmerking: naast zwelling (tumor) bepalen de aanwezigheid van
rubor, dolor, calor en functie laesie de mate van
reactiviteit.
Enkelbandruptuur/ distorsie:
Een inversietrauma van de enkel kan leiden tot een distorsie (oprekking), een enkelvoudige ruptuur, of een
meervoudige ruptuur van het laterale kapselbandapparaat. Bij een enkelvoudige bandruptuur is slechts een
van de drie laterale enkelbanden gescheurd. Vrijwel altijd betreft dit de voorste enkelband: het lig. Tao
fibulare anterius.
Een andere indeling die wordt gehanteerd bij letsel van het laterale kapselbandapparaat is die in graad I
(overrekking), graad II (partiële ruptuur) en graad III (totale ruptuur).
Onderzoek:
- Voorste schuifladetest:
- Kan onderscheid aangeven tussen een distorsie en een
ruptuur.
- 4 tot 7 dagen na het trauma uitvoeren.
- indien de test positief is, wordt ervan uitgegaan dat
het gaat om een ruptuur. Het is dan geïndiceerd om de
enkel in te tapen als bescherming.
- Doel: diagnostiek integriteit van het lig. Talo fibulare
anterior (TFA). -
Uitvoering: ft fixeert het onderbeen en omvat de talus en
transleert deze naar anterieur. - De
test is positief als de bewegingsuitslag is toegenomen
t.o.v. de referentiezijde en de pijn geprovoceerd wordt ter
hoogte van het lig. Talo fibulare anterior. -
Opmerking: in de acute fase is de test niet uitvoerbaar. Na
3-5 dagen na afname reactiviteit: uitgestelde
diagnostiek.
Behandeling:
- Tapen
Syndesmose letsel: