Chemie 19 vragen
week A1 – Elektriciteit
Elektriciteit
In de volksmond: stroom, spanning "er staat stroom op" genoemd naar elektron, het Griekse woord
voor barnsteen
In de natuur komt elektriciteit voor als Bliksem, het is dus geen menselijke uitvinding. De mens
heeft stroom leren maken en gebruiken
Het verplaatsen van ladingdragers (elektronen of ionen) door een geleider of een halfgeleider onder
invloed van een potentiaalverschil
•wordt veroorzaakt door het verplaatsen van negatief geladen elektronen (in tegengestelde richting
van de stroomzin)
•in een metalen geleider gaat de richting van de stroom tegen de bewegingsrichting van de
elektronen in.
Lichaam en stroom
zonder elektriciteit kan ons lichaam niet functioneren, bijvoorbeeld:
communicatie via de zenuwbanen
het bewegen van de spieren
Lading
•stoffen moleculen atomen
• atoomkern - een positieve lading
• om de atoomkern - een negatieve lading (elektronen)
• het elektron - een hoofdrol in elektriciteit
• negatieve lading op een voorwerp een teveel aan elektronen
• positieve lading op een voorwerp een tekort aan elektronen
• voorwerpen zonder lading - elektrisch neutraal; positieve lading is dan even groot als negatieve
lading
ELEKTRONEN ZIJN NNNNNNEGATIEF
Vast: elektronen in draden
Vloeistoffen: ionen in vloeistoffen:
kationen (positief geladen ladingsdragers; een tekort aan elektronen)
anionen (negatief geladen ladingsdragers; een teveel aan elektronen)
gelijksoortige ladingen afstoten elkaar. Negatief met negatief, positief met positief.
• geleider - lading kan verplaatst worden metalen, koolstof
• isolator - lading kan niet verplaatst worden bij telefoondraden, schakelaars
• slechte geleider – lucht, de meeste kunststoffen, rubber, glas
• elektrolytische oplossing - kan de stroom geleiden (via ionen) Water waarin zout is opgelost, geleidt
de elektrische stroom
Statische elektriciteit
• Als de lading zich niet kan verplaatsen
BV: op een haarkam na het kammen
Dynamische elektriciteit
• de lading verandert zich van plaats. (beweegt)
• de stroom, die we gebruiken; bij ontharen, opwekken van laserstralen, bij iontoforese
week A1 – Elektriciteit
Elektriciteit
In de volksmond: stroom, spanning "er staat stroom op" genoemd naar elektron, het Griekse woord
voor barnsteen
In de natuur komt elektriciteit voor als Bliksem, het is dus geen menselijke uitvinding. De mens
heeft stroom leren maken en gebruiken
Het verplaatsen van ladingdragers (elektronen of ionen) door een geleider of een halfgeleider onder
invloed van een potentiaalverschil
•wordt veroorzaakt door het verplaatsen van negatief geladen elektronen (in tegengestelde richting
van de stroomzin)
•in een metalen geleider gaat de richting van de stroom tegen de bewegingsrichting van de
elektronen in.
Lichaam en stroom
zonder elektriciteit kan ons lichaam niet functioneren, bijvoorbeeld:
communicatie via de zenuwbanen
het bewegen van de spieren
Lading
•stoffen moleculen atomen
• atoomkern - een positieve lading
• om de atoomkern - een negatieve lading (elektronen)
• het elektron - een hoofdrol in elektriciteit
• negatieve lading op een voorwerp een teveel aan elektronen
• positieve lading op een voorwerp een tekort aan elektronen
• voorwerpen zonder lading - elektrisch neutraal; positieve lading is dan even groot als negatieve
lading
ELEKTRONEN ZIJN NNNNNNEGATIEF
Vast: elektronen in draden
Vloeistoffen: ionen in vloeistoffen:
kationen (positief geladen ladingsdragers; een tekort aan elektronen)
anionen (negatief geladen ladingsdragers; een teveel aan elektronen)
gelijksoortige ladingen afstoten elkaar. Negatief met negatief, positief met positief.
• geleider - lading kan verplaatst worden metalen, koolstof
• isolator - lading kan niet verplaatst worden bij telefoondraden, schakelaars
• slechte geleider – lucht, de meeste kunststoffen, rubber, glas
• elektrolytische oplossing - kan de stroom geleiden (via ionen) Water waarin zout is opgelost, geleidt
de elektrische stroom
Statische elektriciteit
• Als de lading zich niet kan verplaatsen
BV: op een haarkam na het kammen
Dynamische elektriciteit
• de lading verandert zich van plaats. (beweegt)
• de stroom, die we gebruiken; bij ontharen, opwekken van laserstralen, bij iontoforese