Thema 2 Formele wetgeving en parlementaire rechten
Inleiding op het thema:
In deze week staan de rechten van het parlement centraal. Waar tijdens Inleiding Staats- en
bestuursrecht vooral aandacht is geschonken aan de rechten die het parlement heeft om de
regering te controleren, wordt in deze werkgroep de nadruk gelegd op de wetgevende
bevoegdheden van het parlement. Dat betekent niet dat de overige parlementaire rechten
geen onderdeel vormen van de stof voor dit vak. Wel is het zo dat wij ervan uitgaan dat u
deze stof grotendeels zelfstandig tot u kunt nemen. Overigens zal het leerstuk van
ministeriële verantwoordelijkheid deels ook nog aan de orde worden gesteld in thema 4.
Gedurende deze bijeenkomst komen achtereenvolgens aan de orde: de procedure van
formele wetgeving, de procedure van grondwetsherziening en het correctief raadgevend
referendum. Verder zal aandacht worden besteed aan de invloed van EU-richtlijnen op
Nederlandse wetgeving en aan de wijze waarop internationale verdragen goedgekeurd
worden.
Literatuur:
- Kortmann, Constitutioneel recht, Deel II: hfdst. 1.2.4-1.2.6; 2.2.3 (p. 163-173); 2.4; 3.2.2
- W.J.M. Voermans, Commentaar op artikel 81 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en
G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2017
(www.Nederlandrechtsstaat.nl) (Blackboard)
- K.E. Haan, M.E. de Boer, R. Dekker, R. Nehmelman, J.W.C. van Rossem, M. Vetzo, De
‘kiss of life’ voor de Grondwet. Een voorstel tot aanpassing van de wijzigingsprocedure van
de Grondwet, NJB 2014/1228 (afl. 25, p. 1681-1684) (Blackboard)
Leerdoelen:
Na bestudering van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie en het voorbereid en
actief bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten:
1. Kunt u uitleggen op welke wijze de politieke organen van de Nederlandse centrale
overheid worden samengesteld (kiesstelsel en kabinetsformatie) (voorkennis);
2. Kunt u de juridische positie van politieke partijen omschrijven (voorkennis);
3. Beheerst u het leerstuk van ministeriele verantwoordelijkheid en de daarbij
behorende parlementaire controlemiddelen
4. Kunt u de verschillende stadia in de procedure tot het maken van formele
wetgeving beschrijven en verklaren
5. Kunt u de betekenis van het correctief raadgevend referendum duiden ten opzichte
van de procedure tot het maken van formele wetgeving
6. Kunt u de verschillende stadia in de procedure tot herziening van de Grondwet
beschrijven en verklaren
7. Kunt u de verschillende stadia in de procedure tot goedkeuring van een verdrag
beschrijven en verklaren
8. Kunt u de wijze waarop EU-regelgeving gevolgen hebben voor nationale wetgeving
duiden
Werkgroepopdrachten thema 2
Opdracht 1
Stel: namens de regering heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat zware bevoegdheden toekent aan de
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Zo zou de AIVD volgens dit wetsvoorstel
de bevoegdheid krijgen mensen zonder enige vorm van proces op te pakken en voor een
Inleiding op het thema:
In deze week staan de rechten van het parlement centraal. Waar tijdens Inleiding Staats- en
bestuursrecht vooral aandacht is geschonken aan de rechten die het parlement heeft om de
regering te controleren, wordt in deze werkgroep de nadruk gelegd op de wetgevende
bevoegdheden van het parlement. Dat betekent niet dat de overige parlementaire rechten
geen onderdeel vormen van de stof voor dit vak. Wel is het zo dat wij ervan uitgaan dat u
deze stof grotendeels zelfstandig tot u kunt nemen. Overigens zal het leerstuk van
ministeriële verantwoordelijkheid deels ook nog aan de orde worden gesteld in thema 4.
Gedurende deze bijeenkomst komen achtereenvolgens aan de orde: de procedure van
formele wetgeving, de procedure van grondwetsherziening en het correctief raadgevend
referendum. Verder zal aandacht worden besteed aan de invloed van EU-richtlijnen op
Nederlandse wetgeving en aan de wijze waarop internationale verdragen goedgekeurd
worden.
Literatuur:
- Kortmann, Constitutioneel recht, Deel II: hfdst. 1.2.4-1.2.6; 2.2.3 (p. 163-173); 2.4; 3.2.2
- W.J.M. Voermans, Commentaar op artikel 81 van de Grondwet, in: E.M.H. Hirsch Ballin en
G. Leenknegt (red.), Artikelsgewijs commentaar op de Grondwet, webeditie 2017
(www.Nederlandrechtsstaat.nl) (Blackboard)
- K.E. Haan, M.E. de Boer, R. Dekker, R. Nehmelman, J.W.C. van Rossem, M. Vetzo, De
‘kiss of life’ voor de Grondwet. Een voorstel tot aanpassing van de wijzigingsprocedure van
de Grondwet, NJB 2014/1228 (afl. 25, p. 1681-1684) (Blackboard)
Leerdoelen:
Na bestudering van de voorgeschreven literatuur en jurisprudentie en het voorbereid en
actief bijwonen van de onderwijsbijeenkomsten:
1. Kunt u uitleggen op welke wijze de politieke organen van de Nederlandse centrale
overheid worden samengesteld (kiesstelsel en kabinetsformatie) (voorkennis);
2. Kunt u de juridische positie van politieke partijen omschrijven (voorkennis);
3. Beheerst u het leerstuk van ministeriele verantwoordelijkheid en de daarbij
behorende parlementaire controlemiddelen
4. Kunt u de verschillende stadia in de procedure tot het maken van formele
wetgeving beschrijven en verklaren
5. Kunt u de betekenis van het correctief raadgevend referendum duiden ten opzichte
van de procedure tot het maken van formele wetgeving
6. Kunt u de verschillende stadia in de procedure tot herziening van de Grondwet
beschrijven en verklaren
7. Kunt u de verschillende stadia in de procedure tot goedkeuring van een verdrag
beschrijven en verklaren
8. Kunt u de wijze waarop EU-regelgeving gevolgen hebben voor nationale wetgeving
duiden
Werkgroepopdrachten thema 2
Opdracht 1
Stel: namens de regering heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer ingediend dat zware bevoegdheden toekent aan de
Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Zo zou de AIVD volgens dit wetsvoorstel
de bevoegdheid krijgen mensen zonder enige vorm van proces op te pakken en voor een