Pluriforme samenleving
Nederland is een pluriforme samenleving. Autochtonen en allochtonen leven naast elkaar.
Een allochtoon is iemand die zelf en/of waarvan (een van) zijn ouders in een ander land
geboren zijn. Allochtonen hebben een andere cultuur. De cultuur die in Nederland door de
meeste autochtonen wordt aangehangen, is de dominante cultuur. In die cultuur zijn
waarden als gelijkwaardigheid, vrijheid, verdraagzaamheid en respect heel belangrijk. Deze
zijn gebaseerd op de culturele recht uit de grondwet. In de Nederlandse cultuur heerst een
ik-cultuur. De nadruk ligt op het individu. Dit tegengesteld aan niet-westerse culturen, waar
de groep belangrijker is. Zij vinden bijvoorbeeld eer veel belangrijker.
Maar niet iedereen is het zelfde binnen een cultuur. Zo zijn er ook subculturen. Deze
groepen wijken op bepaalde punten af van de dominante cultuur. Zo zijn jongerenculturen
anders dan die van hun ouders. En binnen deze jongerenculturen zijn ook weer
verschillende groepen. Binnen de allochtonen cultuur is natuurlijk ook veel variatie. Zo
onderscheidt men de Mediterrane, Caribische en Afrikaanse cultuur.
, Hoofdstuk 4: Pluriforme samenleving
Paragraaf 1. Pluriformiteit in Nederland
Deelvraag: Hoe gaan mensen met verschillende leefwijzen met elkaar om in onze pluriforme
samenleving?
Cultuur (nurture): alle waarden, normen en aangeleerde kenmerken die de leden van
een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en dus als vanzelfsprekend
beschouwen.
Natuur (nature): aangeboren eigenschappen zoals lichaamsbouw, ritmegevoel,
seksuele voorkeur en agressiviteit.
Nature-nurturedebat: word je gedrag meer bepaald door aangeboren of door
aangeleerde eigenschappen?
Cultuurkenmerken: normen en waarden, kennis, gewoonten, kunst, sport, symbolen
en feestdagen.
Cultuurgroep: mensen met een gemeenschappelijke cultuur.
Multicultureel: vele verschillen in afkomst in een land.
Allochtoon: iemand die zelf of van wie ten minste één van de ouders in het buitenland
geboren is.
Autochtoon: mensen die wonen in een land waar zij net als hun ouders zijn geboren
en opgegroeid.
Pluriforme samenleving (veelvormig): drie belangrijke kenmerken:
Samenleving met verschillende cultuurgroepen: culturele diversiteit.
De cultuurgroepen leven deels naast en deels met elkaar.
Gemeenschappelijke cultuurkenmerken vormen samen de dominante Nederlandse
cultuur.
De pluriformiteit is in Nederland mogelijk omdat in de grondwet staat vermeld dat je je eigen
godsdienst of levensovertuiging mag belijden, gevoelens of gedachten openbaar mag maken
en eigen scholen op te richten.
Dominante cultuur: alle kenmerken die geaccepteerd worden door de meeste mensen
binnen de samenleving. Bijvoorbeeld de Nederlandse taal en gelijkwaardigheid van mannen
en vrouwen.
Tolerantie: het accepteren van andersdenkenden.
Subcultuur: wanneer binnen een groep bepaalde waarden, normen en andere
cultuurkenmerken afwijken van de dominante cultuur.
Tegencultuur: groepen die zich duidelijk verzetten tegen (delen van) de dominante cultuur of
daar zelfs een bedreiging voor vormen.
Feminisme: vrouwen die streden voor de participatie van vrouwen in de politiek, rechten voor
vrouwen en gelijke beloning voor gelijk werk.
Antiglobalisten: verzetten zich tegen de overheersende rol van het westerse kapitalisme in
de wereld en wilden dat de welvaart eerlijker verdeeld werd over de wereldbevolking.
Nederland is een pluriforme samenleving. Autochtonen en allochtonen leven naast elkaar.
Een allochtoon is iemand die zelf en/of waarvan (een van) zijn ouders in een ander land
geboren zijn. Allochtonen hebben een andere cultuur. De cultuur die in Nederland door de
meeste autochtonen wordt aangehangen, is de dominante cultuur. In die cultuur zijn
waarden als gelijkwaardigheid, vrijheid, verdraagzaamheid en respect heel belangrijk. Deze
zijn gebaseerd op de culturele recht uit de grondwet. In de Nederlandse cultuur heerst een
ik-cultuur. De nadruk ligt op het individu. Dit tegengesteld aan niet-westerse culturen, waar
de groep belangrijker is. Zij vinden bijvoorbeeld eer veel belangrijker.
Maar niet iedereen is het zelfde binnen een cultuur. Zo zijn er ook subculturen. Deze
groepen wijken op bepaalde punten af van de dominante cultuur. Zo zijn jongerenculturen
anders dan die van hun ouders. En binnen deze jongerenculturen zijn ook weer
verschillende groepen. Binnen de allochtonen cultuur is natuurlijk ook veel variatie. Zo
onderscheidt men de Mediterrane, Caribische en Afrikaanse cultuur.
, Hoofdstuk 4: Pluriforme samenleving
Paragraaf 1. Pluriformiteit in Nederland
Deelvraag: Hoe gaan mensen met verschillende leefwijzen met elkaar om in onze pluriforme
samenleving?
Cultuur (nurture): alle waarden, normen en aangeleerde kenmerken die de leden van
een groep of samenleving met elkaar gemeen hebben en dus als vanzelfsprekend
beschouwen.
Natuur (nature): aangeboren eigenschappen zoals lichaamsbouw, ritmegevoel,
seksuele voorkeur en agressiviteit.
Nature-nurturedebat: word je gedrag meer bepaald door aangeboren of door
aangeleerde eigenschappen?
Cultuurkenmerken: normen en waarden, kennis, gewoonten, kunst, sport, symbolen
en feestdagen.
Cultuurgroep: mensen met een gemeenschappelijke cultuur.
Multicultureel: vele verschillen in afkomst in een land.
Allochtoon: iemand die zelf of van wie ten minste één van de ouders in het buitenland
geboren is.
Autochtoon: mensen die wonen in een land waar zij net als hun ouders zijn geboren
en opgegroeid.
Pluriforme samenleving (veelvormig): drie belangrijke kenmerken:
Samenleving met verschillende cultuurgroepen: culturele diversiteit.
De cultuurgroepen leven deels naast en deels met elkaar.
Gemeenschappelijke cultuurkenmerken vormen samen de dominante Nederlandse
cultuur.
De pluriformiteit is in Nederland mogelijk omdat in de grondwet staat vermeld dat je je eigen
godsdienst of levensovertuiging mag belijden, gevoelens of gedachten openbaar mag maken
en eigen scholen op te richten.
Dominante cultuur: alle kenmerken die geaccepteerd worden door de meeste mensen
binnen de samenleving. Bijvoorbeeld de Nederlandse taal en gelijkwaardigheid van mannen
en vrouwen.
Tolerantie: het accepteren van andersdenkenden.
Subcultuur: wanneer binnen een groep bepaalde waarden, normen en andere
cultuurkenmerken afwijken van de dominante cultuur.
Tegencultuur: groepen die zich duidelijk verzetten tegen (delen van) de dominante cultuur of
daar zelfs een bedreiging voor vormen.
Feminisme: vrouwen die streden voor de participatie van vrouwen in de politiek, rechten voor
vrouwen en gelijke beloning voor gelijk werk.
Antiglobalisten: verzetten zich tegen de overheersende rol van het westerse kapitalisme in
de wereld en wilden dat de welvaart eerlijker verdeeld werd over de wereldbevolking.