à Overlijden
à Geen testament
à geen huwelijkse voorwaarden
à nachtmerrie scenario !!!
- Vermogen à wat gebeurt hier mee à wie krijgt wat à BW boek 1
(huwelijksvermogensrecht, daar dus eerst naar kijken à stap 1 wat valt in de nalatenschap
Dan boek 4 BW stap 2 à hoe verdelen à wett. regelingen want geen testament en geen
huwelijkse vw à wettelijk erfrecht)
- Gevolgen IB à AB valt weg, wat vererft er hier (aandelen in de holding (vorige casus was
juist mbt aandelen in werkmij) spaargeld en vakantiewoning) à 4.17b IB van toepassing
- Erfbelasting à bedrijfsopvolgingsfaciliteiten binnen de successiewet (maar ook binnen de IB)
- Hoe wordt het schuldig blijven van het bedrag aan de familieleden gekwalificeerd + gevolgen
(holding aan Toine overdragen tegen een tegenwaarde die verschuldigd zal blijven
(belastinglatentie, toekomstig verschuldigde belasting, ook naar kijken)
- Karel komt terug naar NL à remigratie (woonde eerst in BE) à houdt een AB in NL,
volgens verdrag heffingsrecht aan NL of BE, dus was hij btl. BP? En hoe verhoudt zich dit
dan met het feit dat die weer naar NL verhuisd (conserverende aanslag bestond in ’86 nog
niet) à stel woont in SP, aandelen in SP SA, verhuizen naar NL en na half jaar verkoop je de
aandelen à VV = step-up regeling, verhoging VP bij immigratie, geldt dit ook voor
remigratie (ihkv AB) à niet specifiek naar het verdrag kijken
- Realiseren beleggingen om overbedelingsschuld af te lossen à hoe gaat dit in zijn werk en
wat is het überhaupt?
- Holding: spaargeld, beleggingsvermogen en twee dochters, werkmij en vastgoedmij (die pand
verhuurt) wat is de impact van de vererving mbt beide maatschappijen en er zit een pand in,
ovb verschuldigd?
‘In dit artikel bespreekt de auteur het arrest van 12 juli 2013, waarin de Hoge Raad zich heeft
gebogen over de systematiek van de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet (BOR). De vraag
in deze procedure was onder meer of de (83%) vrijstelling van de BOR ook kon worden berekend over
het bedrag dat ter zake van de doorgeschoven inkomstenbelastingclaim over de stille reserves op de
verkrijging voor de erf- of schenkbelasting in mindering mag worden gebracht. In de situatie dat de
waarde van het verkregen ondernemingsvermogen 100 bedraagt en de latente
inkomstenbelastingclaim 5, wenste de inspecteur de procentuele vrijstelling van de BOR slechts te
verlenen over 100 -/- 5 = 95. De belanghebbende wenste de vrijstelling van de BOR te berekenen over
100 en niet over het saldo van het ondernemingsvermogen minus de latente inkomstenbelastingclaim.
De Hoge Raad was er snel klaar mee en stelde de belanghebbende in het gelijk.’1
- Civielrechtelijke aspecten van de casus:
Harry komt te overlijden en ten tijde van overlijden hebben hij en zijn echtgenote 50k aan aandelen in
de holding, 50k aan spaargeld en een EW van 450k. Er is geen testament dus de verdeling zal worden
gemaakt middels wettelijke verdelingsregels van boek 4 BW à art. 4:13 BW (wett. Verdeling)
moeder ontvangt de goederen van de nalatenschap (lid 2) alle drie de kinderen krijgen een
geldvordering op de moeder, overeenkomend de waarde van diens erfdeel à opeisbare vordering (lid
3) c.q. overbedelingsvordering. Opeisbaar bij faillissement, overlijden of hertrouwen (art. 4.19
BW) à WEV ten tijde van overlijden. Aandelen 2.5 mln + 50k + 450k / 4 = 750k per erfgenaam.
1
A.J. Janssen, Latentie binnen de bedrijfsopvolgingsregeling, FBN 2014, nr. 9/42