Skiascopie nauwkeurige objectieve refractiebepaling die uitgevoerd wordt bij normale hoofd- en
lichaamshouding van de proefpersoon.
Historie:
Ontdekt door de franse arts Guignet in 1873, door middel van bevindingen van de engelse oogarts
bowman. Ze dachten dat het licht dat de onderzoek waarnam een reflex was van het hoornvlies en
gaven het de naam keratoscopie.
Litmann liet in 1949 zien dat je tot op 0.05 dpt nauwkeurig kon refractioneren met deze methode.
Naar aanleiding van deze verklaringen spreken we van skiascopie
Techniek:
Onderzoeker zit 20-60 voor de proefpersoon
Met skiascoop wordt de pupil van het proefpersoon belicht
de van een lamp afkomsitge lichtbundel reflecteert in de skiascoop via een spiegel
via een doorkijk gat kan de onderzoeker naar de pupil van de proefpersoon kijken.
Theorie
Belichting:
Een bewegende lichtbron zal een bewegend beeld op een stilstaand netvlies veroorzaken. De
beweging van de lichtvlek op het netvlies is tegengesteld aan die van de lichtbron.
In de skiascoop wordt de gloeilamp via een collimator en een spiegel afgebeeld, door de collimator te
verschuiven is de uittredende bundel meer of minder divergent en ook convergent in te stellen.
Divergente lichtbundel virtuele lichtbron bevind zich achter de skiascoop
Convergente lichtbundel reële lichtbron bevind zich voor de skiascoop
Door de skiascoopspiegel te draaien, beweegt de lichtvlek op het netvlies van het te onderzoeken
oog.
Divergent, evenwijdig of zwak convergent licht zijn de zwaairichting en bewegingsrichting
van de lichtvlek op het netvlies van de proefpersoon aan elkaar gelijk
Bij sterk convergent licht zijn zwaairichting en beweging van de lichtvlek op het netvlies
tegen gesteld aan elkaar
Geen lichtvlek als:
licht zodanig convergent is ingesteld dat de lichtbron ter plaatse van het te onderzoeken oog
ligt
als de lichtbron zich op de skiascoopspiegel bevind
de beweging op het netvlies is niet afhankelijk van de graad van ametropie van het te onderzoeken
oog. Ook is de grootte van de lichtbron niet van belang. Wel is het zinvol dat deze zo klein mogelijk is.
De lichtvlek op het fundus is dan ook klein. Hierdoor worden kleine bewegingen duidelijker
waarneembaar.