Korter overzicht arbeidspsychologie (50 pagina’s)
Arbeidspsychologie Bestudeert het gedrag van de werkende persoon bij het voortbrengen van het
arbeidsresultaat en in relatie tot kenmerken van de taak en van de persoon & de relatie
tussen arbeid en gezondheid
Handelingstheorie Kader van waaruit werk(gedrag) bestudeerd kan worden biedt inzichten over hoe
werkgedrag in elkaar zit; helpt aldus bij (her)ontwerpen van werk. Menselijke arbeid
volgens Handelingstheorie “een proces waarin een individu zijn/haar omgeving
doelbewust transformeert onder gebruikmaking van bepaalde psychische
verwerkingsmechanismen”. Voorbeelden psychische verwerkingsmechanismen
cognitieve controle (aandacht, inhibitie, information processing, vermoeidheid) en
motivatie
X-model van arbeid Het 'X-model van arbeid' geeft aan dat menselijke arbeid opgevat moet worden als een
(gebaseerd op de proces waarin een individu zijn omgeving. Doelgericht transformeert onder
Handelingstheorie, ook wel gebruikmaking van bepaalde psychische verwerkingsmechanismen. De aard van de
‘action theory’ genoemd psychische verwerking en de structuur van de resulterende arbeidshandeling worden
bepaald door kenmerken van de functie en kenmerken van de persoon (bijvoorbeeld
ervaring, capaciteiten. Door te handelen verandert het individu zijn omgeving. Hij of zij
vervaardigt een product of biedt een dienst aan: dit zijn 'uitkomsten voor de organisatie'.
Maar de werknemer verandert ook zichzelf: hij leert dingen bij, ontwikkelt vaardigheden
en/of wordt moe of geïrriteerd. Dit zijn 'uitkomsten voor het individu'.
Blok 1: arbeidssituatie (1) Arbeidsopdracht a) functie-omschrijving (‘objectief’,
takenpakket, uitvoeringsregels, materiaal, hulpmiddelen) b) taakopvattingen (‘subjectieve
interpretatie’ van opdracht) (2) Omgeving (o.a. werkomstandigheden) Blok 1,
arbeidssituatie, 4 A’s Arbeidsinhoud (takenpakket & werkkenmerken);
Arbeidsomstandigheden; Arbeidsvoorwaarden; Arbeidsverhoudingen
Binnen Arbeidssituatie (blok 1) werk/rusttijden
Blok 2: persoonskenmerken Persoonlijkheid, ervaring, capaciteiten en
verwerkingsvermogen vermogen om informatie te verwerken; habituele
verwerkingscapaciteit (‘trait’, inter-individuele verschillen); actuele (momentale)
verwerkingscapaciteit (‘state’, intra-individuele verschillen, vermoeidheid, motivatie
(bereidheid tot inspanning). Let op: persoonskenmerken niet alleen ‘onafhankelijke’ maar
ook ‘afhankelijke’ variabele (zie feedbackloop)
Blok 3: arbeidsgedrag/arbeidshandeling Uitvoeren van takenpakket volgens eigen
taakopvattingen; doelgericht; strategie (werkwijze, plan van aanpak); altijd twee soorten
effecten van arbeidsgedrag
Blok 4 & 5: effecten van arbeidsgedrag (1) Arbeidsprestatie volgt uit opdracht;
taakopvattingen; 4 A’s, persoonskenmerken, gedrag; persoon verandert zijn omgeving;
prestatie idealiter gelijk aan doelen. (2) Persoonlijke uitkomsten effecten van
arbeidssituatie, persoonskenmerken en arbeidsgedrag op de persoon (3) Uitkomsten voor
organisatie en persoon kunnen positief en negatief zijn (kosten & baten) (4) Blok 4 &
blok 5 kunnen ook conflicteren duurzame inzetbaarheid. (5) Feedbackloops, bijv.
Goede prestatie (4) moeilijkere taken toebedeeld (1); Slechte prestatie (4) hogere
werkdruk (1); last van pols/rsi (5) minder belastbaar (2); moe (5) andere ervaring
arbeidssituatie (1)
Taakopdracht en objectieve taakopdracht & subjectieve taakopvatting welzijn. Dezelfde baan staat niet
taakopvatting gelijk aan zelfde takenpakket of taakuitvoering. Variatie in effecten van werk binnen
zelfde functiegroep
X-model afkomstig uit Centrale uitgangspunten van de handelingstheorie: (1) Arbeidsgedrag is hiërarchisch en
Handelingstheorie (action sequentieel (2) Arbeid handelen is doelgericht (3) Daarom maken mensen een
Theory) handelingsplan (innerlijk model) (4) Bij zelfde doel kan feitelijke opbouw van handeling
(en –plan) heel verschillend zijn (5) Handelen en (cognitieve) regulering ervan is
Handelingstheorie helpt dus dynamisch (6) Drie niveaus van cognitieve handelingsregulering Skill based
om werkgedrag, fouten en (automatisch gedrag); Rule based (handelen o.g.v. beslisregels); Knowledge based (veel
gevolgen van gedrag te cognitieve verwerking nodig) (7) ‘Keuze voor niveau’ afhankelijk van ervaring en