Hft.13: oncologie
Oncologie (gezwelleer) = de wetenschap betreffende gezwellen (met name
kwaadaardige gezwellen).
Wanneer de mens volgroeid is, wordt de aanmaak minder.
Bij de meeste organen blijft de aanmaak van nieuwe cellen ongeveer gelijk aan het
verlies van oude cellen.
Cellen hebben in het lichaam een vaste plaats en functie. De wijze waarop ze groeien
en functioneren, is erfelijk bepaald.
Elke lichaamscel bezit een kern met alle erfelijke informatie, maar een cel gebruikt
alleen dat deel van de erfelijke informatie die de cel voor haar functie nodig heeft.
Meer dan 70% is ouder dan 60 jaar. (prostaatcarcinoom en chronische lymfatische
leukemie)
Het DNA kan door een aantal factoren ontregeld raken:
Exogene factoren zijn = schadelijke invloeden uit de omgeving zoals:
- straling, zoals lekkende radioactieve straling uit een kerncentrale
- chemische verbindingen zoals, sigarettenrook en asbest
- voeding zoals, veel rood vlees en zout eten.
Endogene factoren zijn = invloeden vanuit het lichaam of vanuit de cel zelf.
- er blijkt dat de kan op het krijgen van kanker voor een deel al in de chromosomen
ligt opgeslagen.
Tumor = een abnormale woekering van cellen verstaan.
Goedaardige (benige) tumoren =
- hoeft niet tot ernstige ziekteverschijnselen te leiden.
- de cellen groeien langzaam en lijken op de cellen van het gezonde geringde
weefsel.
- omgeven door een kapsel en tast het omliggende weefsel niet aan.
- de tumor neemt langzaam maar zeker in volume toe en kan daardoor het
omringende weefsel in de verdrukking brengen. (bloedvat dichtdrukken of op
plaatsen groeien waar te weinig ruimte is. Bv. de hersenen)
- goedaardigheid kan vastgesteld worden via microscopische onderzoek. (punctie of
biopt) verwijdering van de tumor is vaak noodzakelijk, omdat sommige
goedaardige tumoren kwaadaardig kunnen worden.
Enkele goedaardige tumoren zijn:
- poliepen (slijmvliesgezwellen) - lipomen (vetgezwellen)
- fibromen (bindweefselgezwellen) - papillomen (huid- of slijmvliesgezwellen)
- myomen (spiergezwellen. Bv. baarmoeder)
Bij zwellingen komt echter geen abnormale woekeringen voor.
Bekende zwellingen zijn:
- een cyste = een blaasje met waterige, slijmerige of brijachtige inhoud
- een ganglion = een cyste die uitgaan van een pees of gewrichtskapsel
- een hydrocele = een cyste aan een testikel
- een ovariumcyste = een cyste op de eierstokken