Week 1
Hoofdstuk 2 Inkomstenbelasting
2.2.1.2. Onderneming
Onderneming:
- duurzame organisatie (het is geen eenmalige actie)
- kapitaal en arbeid (kapitaal: stoel en bureau is voldoende, arbeid hoeft niet door
ondernemer zelf te worden verricht, gaat de vorm van arbeid ‘normaal vermogensbeheer te
buiten’)
- winst beogen (redelijkerwijs voordeel kunnen verwachten, gelet op de hobbysfeer)
- deelname aan economisch verkeer
2.2.3 Totaalwinstbegrip
Totaalwinstbegrip art 3.8 IB: ‘de gezamenlijke voordelen (zowel positief als negatief) die
onder welke naam en in welke vorm ook, worden verkregen uit een onderneming’. Totaal van
de voordelen van het begin tot het einde van de onderneming. Wanneer gestopt wordt met
de onderneming dient te worden afgerekend over de omvang van de totaalwinst.
Jaarwinstbegrip art 3.25 IB: deze verdeelt de totaalwinst op in jaarmoten. Deze jaarwinst
wordt ieder jaar in de heffing betrokken.
Vermogensvergelijking, aan de hand hiervan kan de totaalwinst worden bepaald:
+ vermogen van de onderneming
+ onttrekkingen (van ondernemingsvermogen naar privévermogen)
- stortingen (privévermogen naar ondernemingsvermogen)
- beginvermogen van de onderneming
= totaalwinst uit onderneming
Zie art 3.19 IB en art 3.20 IB hoe wordt bepaald wat het bedrag aan onttrekking is bij een
huis of auto.
Voordelen uit ondernemingsoefening zijn belast, hier moet worden nagegaan wat er wordt
verkregen uit onderneming. Kan het voordeel worden toegerekend aan de
ondernemingssfeer of de privésfeer? Hier heeft de Hoge Raad zijn invulling aangegeven in
het Notarisarrest: een notaris nam een tot een nalatenschap behorende vordering over en
behaalde daarmee een voordeel. De Hoge Raad oordeelde indien een transactie niet tot de
normale bedrijfsuitoefening behoort, kan het voordeel alleen tot winst worden gerekend
indien de gunstige afloop van een transactie door de bedrijfsuitoefening kan worden voorzien
dan wel worden beïnvloed.
Een inspecteur heeft niet het recht om het ondernemingsbeleid te toetsen. Hij mag
bijvoorbeeld geen lagerloon eisen, omdat de werknemers misschien ook wel tegen een
lagerloon zouden willen werken. Hij heeft echter wel het onderscheidingsrecht. Dit is het
recht om te toetsen of een bepaalde uitgave de zakelijke belangen van de onderneming
dient. Of dat het enkel gaat om de persoonlijke behoefte bevrediging van de ondernemer.
Daarnaast heeft de wetgever bij de zakelijke belangen van de onderneming er aan toe
gevoegd, dat de kosten niet aftrekbaar zijn indien een redelijk denkend ondernemer deze
kosten niet zou hebben gemaakt, gelet op de wanverhouding tussen de kosten en het nut
van de uitgaven. Bijvoorbeeld het Cessna-arrest: een medisch specialist wilde de kosten
van zijn eigen cessna-vliegtuig aftrekken, omdat hij hiermee medische congressen bezocht.
Deze kosten zijn onzakelijk hoog en een redelijk denkend ondernemer zou deze kosten niet
hebben gemaakt.