Week 1.
- De student kan de pathofysiologie van COPD beschrijven.
o Chronische bronchitis:
Chronische ontsteking van de bronchiën, waardoor de slijmklieren overmatig veel
mucus aanmaken. Dit zorgt voor afname van het aantal cilia (trilhaartjes), waardoor er
minder mucus vervoerd kan worden. Ook wordt de periciliaire laag te
dik/stroperig/hoog, waardoor de cilia verminderd kunnen werken en het mucus niet
goed weg kunnen werken. Tevens neemt trekt ook het gladde spierweefsel samen, wat
voor vasoconstrictie zorgt
o Longemfyseem:
Er komen schadelijke deeltjes in de alveoli terecht, waardoor de binnenbekleding van
de alveoli beschadigd wordt. Hierdoor gaan de tussenwandjes (septa) kapot, waardoor
er eigenlijk een slappe zak ontstaat. Vervolgens gaan ook de arteriën die om de alveoli
liggen kapot, waardoor er geen uitwisseling (diffusie) plaats kan vinden. Door de
verminderde compliantie komt de alveoli niet goed terug naar de oorspronkelijke vorm
en blijft er lucht in de alveoli zitten
- De student kan de symptomen van COPD opsommen.
o Chronische bronchitis:
Hypoxemie verminderde O2 aanvoer in het bloed (hierdoor ontstaat ook cyanose)
Hypercapnie verhoogde CO2 concentratie in het bloed
Hoesten, sputum opgeven, dyspneu
o Afwijkend adempatroon, longfunctionele verandering, verminderd inspanningsvermogen,
verminderde perifere spierkracht, thoracale pijn, hyperinflatiestand, longmechanische
veranderingen, comorbiditeiten (hartfalen, osteoporose, angst/depressie, diabetes,
slapeloosheid)
- De student kan definiëren wat de volgende waarden betekenen en hoe ze afwijken bij een COPD
patiënt t.o.v. een gezond persoon:
o Residuaal volume (RV)
Neemt toe
o Totale longcapaciteit (TLC)
Neemt toe
o Forced expiration volume (FEV1) het volume dat je in 1 sec kan uitademen
Neemt af
o Forced vital capacity (FVC) maximale expiratie na een maximale inspiratie
Neemt af
o Peak expiratory flow (PEF) maximale expiratoire stroom
Neemt af
o Tiffeneau-index FEV1/FVC
Neemt af (waarde <0,7/70% dan is er sprake van obstructie)
- De student kan verschillen benoemen tussen COPD en astma.
o Iemand met COPD heeft altijd last van de volgende symptomen en iemand met astma alleen
tijdens een aanval: wheezing, dyspneu, hoesten, thoracale pijn
o Astma is een tijdelijke obstructie van de bronchiën (hyperreactiviteit van de bronchiën) en
COPD is een chronische obstructie
Week 2.
- De student kan symptomen en de behandeling van een exacerbatie bij COPD-patiënten benoemen.
o Richtlijn:
Kortademigheid, toegenomen sputum en purulentie sputum
Ook maken ze onderscheid tussen een milde, matige en ernstige exacerbatie aan de
hand van bovenstaande symptomen
1 symptoom mild
2 symptomen matig