OAC 4.
- De student kent het model van Cott. (Kennis)
o Dit model kun je gebruiken om relaties te trekken tussen de verschillende onderdelen
van het rps formulier. Hierdoor kun je een uitspraak doen over de prognose en dit
vertalen richting fysiotherapeutische diagnose
o Je begint met kijken op een microniveau naar een macroniveau en de factoren die
hierop van invloed zijn
o Centraal in het onderzoek en de behandeling staat de hulpvraag van de patiënt. De
hulpvraag van de patiënt dient vaak wel vermaakt worden in voor de fysiotherapeut te
realiseren doelen (SMART). Centraal in het onderzoek: Wat wil de patiënt?
Prefered movement capacity: Gewenst niveau (bekeken vanuit optiek patiënt , maar ook
fysiotherapeut (klinische expertise) en de Evidence.
Current movement capacity: Huidig niveau, Status Praesens
Maximal achievable movement potential: Maximaal bereikbaar niveau
- De student kan de denkstappen (vanuit het geheel naar de delen) met het model van Cott
uitvoeren. (Begrip)
- De student kent de onderdelen van het oriënterend onderzoek (mn. gericht op de OE) (kennis)
o Anamnese
o ADL
o Inspectie
o Oriënterende palpatie
o Actief BO
o Passief BO
o Weerstandsonderzoek
o Specifiek myogeen onderzoek
- De student kan uit het volledig ingevulde RPS-formulier onderzoek items selecteren voor het
lichamelijk onderzoek. (Begrip)
- De student kan, een op de genoemde uitgangspunten, gefundeerd besluit nemen over de keus
van de onderdelen uit het oriënterend onderzoek. (Begrip)
- De student kent de inhoud van de fysiotherapeutische diagnose. (Kennis)
o Minimaal aanwezig:
Leeftijd + contactreden patiënt (PIP/NPIP/Hulpvraag)