HOORCOLLEGE 8
THEMA 3: GOVERNANCE, BESTUURLIJKE INRICHTING EN
VERANTWOORDING
Thema 3
Governance, bestuurlijke inrichting en verantwoording van non profit organisaties c.q.
publiekrechtelijke instellingen (zoals zorg, onderwijs en woningcorporaties). Waarom?
1. Informeren over wat voor lappendeken de regels m.b.t. corporate goverance is,
bestuurlijke inrichting en verantwoording.
2. Om te laten zien dat de wet, althans boek 2 BW zeer weinig heeft gedaan om de hiaten
bij punt 1 op te lossen. De wetgever heeft actie genomen op twee gebieden: namelijk
speciale regels voor commerciële stichtingen en verenigingen en specifiek voor
publiekrechtelijke instellingen door middel van sectorale wetgeving. Hierover stond
een schema op het bord.
Waar gaat dit college nou eigenlijk over?
Het gaat over de term corporate governance (althans voor beursvennootschappen). De term
corporate hoort bij beursvennootschappen. Deze term mag niet bij NFPO gebruikt worden,
omdat er geen winstoogmerk (corporate) is en verdeling over aandeelhouders. Het gaat dus
om de neutrale term governance; bestuurlijke inrichting en verantwoording. Eigenlijk is deze
term precies hetzelfde als “corporate governance” bij beursvennootschappen, alleen de term
in anders: inhoudelijk wordt precies hetzelfde bedoeld. Governance bij NFPO’s gaat over de
bevoegdheidsverdeling tussen de organen, de wijze waarop het bestuur wordt uitgeoefend,
hoe het toezicht op deze bestuursfunctie wordt uitgeoefend en hoe het bestuur hier rekening
en verantwoording voor aflegt. Het gaat hier om 3 instanties: bestuur, toezichtsorgaan en een
principaal. Principalen bij de vereniging en de coöperatie zijn leden. Bij de stichting is dit
anders omdat de stichting geen leden kent, maar wel stakeholders (de personen waarvoor de
stichting uiteindelijk in het leven is geroepen) die in boek 2 BW “belanghebbenden” worden
genoemd.
THEMA 3: GOVERNANCE, BESTUURLIJKE INRICHTING EN
VERANTWOORDING
Thema 3
Governance, bestuurlijke inrichting en verantwoording van non profit organisaties c.q.
publiekrechtelijke instellingen (zoals zorg, onderwijs en woningcorporaties). Waarom?
1. Informeren over wat voor lappendeken de regels m.b.t. corporate goverance is,
bestuurlijke inrichting en verantwoording.
2. Om te laten zien dat de wet, althans boek 2 BW zeer weinig heeft gedaan om de hiaten
bij punt 1 op te lossen. De wetgever heeft actie genomen op twee gebieden: namelijk
speciale regels voor commerciële stichtingen en verenigingen en specifiek voor
publiekrechtelijke instellingen door middel van sectorale wetgeving. Hierover stond
een schema op het bord.
Waar gaat dit college nou eigenlijk over?
Het gaat over de term corporate governance (althans voor beursvennootschappen). De term
corporate hoort bij beursvennootschappen. Deze term mag niet bij NFPO gebruikt worden,
omdat er geen winstoogmerk (corporate) is en verdeling over aandeelhouders. Het gaat dus
om de neutrale term governance; bestuurlijke inrichting en verantwoording. Eigenlijk is deze
term precies hetzelfde als “corporate governance” bij beursvennootschappen, alleen de term
in anders: inhoudelijk wordt precies hetzelfde bedoeld. Governance bij NFPO’s gaat over de
bevoegdheidsverdeling tussen de organen, de wijze waarop het bestuur wordt uitgeoefend,
hoe het toezicht op deze bestuursfunctie wordt uitgeoefend en hoe het bestuur hier rekening
en verantwoording voor aflegt. Het gaat hier om 3 instanties: bestuur, toezichtsorgaan en een
principaal. Principalen bij de vereniging en de coöperatie zijn leden. Bij de stichting is dit
anders omdat de stichting geen leden kent, maar wel stakeholders (de personen waarvoor de
stichting uiteindelijk in het leven is geroepen) die in boek 2 BW “belanghebbenden” worden
genoemd.