Wat is diabetes
Diabetes mellitus is een ziekte waarbij de glucosewaarde in het bloed chronisch verhoogd is.
Dit komt doordat de alvleesklier geen of te weinig insuline produceert en/of doordat insuline
minder werkzaam is. Hierdoor blijft de lever teveel glucose produceren en nemen de
lichaamscellen onvoldoende glucose op uit het bloed. Het glucosegehalte van het bloed
(bloedsuikerspiegel) stijgt dan.
Een deel van dit teveel aan glucose komt in de urine terecht. Bij een ernstig insulinetekort
gaan de lichaamscellen voor hun energiebehoefte vetten en eiwitten verbranden. Deze
vetverbranding heeft onder meer tot gevolg dat er ketonen (aceton) in de urine komen. Een
te hoge bloedglucosespiegel is op den duur schadelijk voor organen, huid en zenuwen. Het
kan onder meer leiden tot oogaandoeningen, hart- en vaatziekten, nieraandoeningen en
voetproblemen.
Insuline is een hormoon. Het wordt gemaakt in de alvleesklier (pancreas) door de
zogenoemde betacellen in de eilandjes van Langerhans. Insuline zorgt ervoor dat glucose
vanuit het bloed in de lichaamscellen worden opgenomen, waar het als brandstof dient.
Bovendien remt insuline de productie van glucose door de lever. Als er tijdelijk mee glucose
beschikbaar is dan nodig, zoals na de maaltijd, zorgt insuline ervoor dat het overschot in de
vorm van glycogeen wordt opgeslagen in de lever en in spiercellen. Zodra er dan
glucosetekort dreigt in het bloed dan daalt de insulineconcentratie. Daardoor neemt de
glucoseproductie in de lever weer toe en opname van glucose in de spier- en vetcellen
neemt weer af.
Bloedglucosespiegel
Voor een goed functionerend lichaam is het belangrijk dat er niet te weinig, noch te veel
glucose in het bloed zit. De hoeveelheid glucose varieert gedurende de dag.
Een te hoge bloedglucosewaarde wordt een hyperglykemie oftewel hyper genoemd en een
te lage bloedglucosewaarde hypoglykemie oftewel hypo genoemd. Onder normale
omstandigheden komen er geen hypers of hypo’s voor.
’s Ochtends is de bloedglucose het laagst (voor het ontbijt).
Normale bloedglucosewaarde
Wanneer iemand geen diabetes heeft is de bloedglucose bij het opstaan onder de 5.6
mmol/l. Na het eten loopt deze waarde op maar gaat niet verder dan de 7.8 mmol/l. Een
waarde tussen 4 en de 8 mmol/l is normaal.
Gestoorde bloedglucosewaarde
Voeding, medicijnen, lichamelijke activiteit en ziekte hebben invloed op de bloedglucose.
Iemand heeft diabetes wanneer de bloedglucose spiegel bij opstaan in nuchtere toestand
hoger is dan de 7 mmol/l of wanneer deze na het eten oploopt tot meer dan 11 mmol/l.