Naam: Hinde Omvlee
Studentnummer: 2595412
Practicumdocent: Joris van Wijk
Groepsnummer: 1
In hoeverre kunnen de volgende criminologische theorieën een verklaring geven voor het criminele
gedrag van de minderjarige verdachte A.H.?
Vanuit het psychologische perspectief:
1. Leerpsychologie (Welke leerprocessen kunnen een rol hebben gespeeld bij het strafbare gedrag
van A.H.?)
A.H. is gewend om zijn zin te krijgen. Hierin zie je een voorbeeld van operante conditionering:
A.H. wil iets en als hij dit niet mag dan wordt hij boos. Dit gebeurde al toen hij kleine was en zijn
moeder heeft hem vervolgens altijd zijn zin gegeven waardoor hij nu gewend is om zijn zin te
krijgen. Wat waarschijnlijk ook een rol speelt bij A.H. is “leren door observatie”: zoals hij zelf
heeft aangegeven heeft hij veel vrienden die criminele handelingen verrichten, zoals stelen. Hij
ziet dit gebeuren en vindt deze jongens stoer en neemt hun gedrag dus over. De theorie van de
‘differentiele associatie’ kan ook toegepast worden op dit verschijnsel. A.H. neemt door middel
van observeren, imiteren en internaliseren de criminele gedragingen van zijn vrienden over en
waarschijnlijk niet alleen dat, maar ook bepaalde attitudes en waarden die erbij horen.
2. Persoonlijkheidspsychologie (Welke criminogene persoonlijkheidskenmerken heeft A.H. en welke
rol speelde dit bij de gepleegde strafbare feiten?)
Aan de hand van het PEN-model kan je de persoonlijkheid van iemand een beetje in kaart
brengen. De ‘P’ staat voor psychoticisme en mensen die hier hoog op scoren zijn over het
algemeen egocentrisch, vijandig, agressief, impulsief en vertonen antisociaal gedrag. Naar wat ik
gelezen heb scoort A.H. hier waarschijnlijk best wel hoog want hij lijkt best wel egocentrisch te
zijn, agressief staat vast en vertoont best wel wat antisociaal gedrag. Ook impulsiviteit zie je bij
hem (ookal zegt hij zelf niet impulsief te zijn). Dit alles speelt een rol bij zijn daden, bijvoorbeeld
het trappen van een man bij de trein. Dat is puur agressief gedrag. De overval is agressief en
impulsief. Bij de verkrachting is het niet precies duidelijk of dit op een agressieve manier ging
omdat hij zelf zegt dat het uberhaupt geen verkrachting is maar er is hier duidelijk blijk van
antisociaal en egocentrisch gedrag want hij heeft totaal niet aan de belangen van het meisje
gedacht en doet dat nog steeds niet.