Drieslagmethode
1. Ik hoor/zie (noem het gedrag wat je ziet)
2. De regel is
3. Stop er mee/ of doe het zo
Bv. Je praat iedere keer voor je beurt….
De regel is dat als je iets wil zeggen
je je vinger opsteekt….
Hou je daar dus aan.
Ik – boodschap
- Benoem wat de leerling doet.
- Geef aan welk effect dat op jou heeft.
- Geef de leerling een alternatief.
Bv. Nadine, doordat je iedere keer voor je beurt praat, kan ik mezelf niet
verstaanbaar maken. Wil je voortaan je vinger opsteken als je een vraag stelt?
Het voorkomen van orde problemen
Conclusie:
- Hoe meer je dit waar maakt, hoe minder kans op ordeproblemen
Pas de 4 R’en (Stevens) toe:
- Rust
- Regelmaat
- Rechtvaardigheid
- Redelijkheid
Bv. Rust jou (on)rust straalt uit op de klas,
Regelmaat de lln weten wat ze in jou les kunnen verwachten, bv stil ijn, opruimen
Rechtvaardigheid: de lln een eerlijke en gelijke behandeling geeft. geen privileges
geven bv de ene ll mag wel kauwgom eten/ naar de wc gaan de andere niet
Redelijkheid: een uur praten worden de lln onrustig. Als je te lang aan het woord
bent kunnen de lln hun aandacht er niet bijhouden, en gaan ze bewegen, kletsen,
dus verander je aanpak.