1. Het besluitvormingsproces
Definitie: Het besluitvormingsproces omvat alle stappen die een individu neemt vanaf het
moment dat zich een behoefte manifesteert tot en met de gedachten en gevoelens die zich
kunnen manifesteren na de aankoop c.q. bij het gebruik van het product.
Fasen van het besluitvormingsproces volgen NIMA:
- Behoefteherkenning
- Informatieverzameling
- Evaluatie van alternatieven
- Aankoop/niet-aankoopbeslissing
- Na-aankoop processen
Factoren die een koopbeslissing beïnvloeden:
- Sociologische factoren (culturele waarden en normen)
- Psychologische factoren (Persoonlijkheid en leefstijl)
- De perceptie- en informatieverwerkingsprocessen (de manier hoe de klant kijkt naar het
product zoals de presentatie in de winkel en eventuele informatie erbij)
- De leerprocessen
2. Leerprocessen
Leerprocessen kunnen plaatsvinden tijdens het zoeken van informatie, het beoordelen van
alternatieven op basis van verschillende criteria: Door het gebruik van het product, reclame
die werkt met leuke associaties. Of door uitgebreid te vergelijken kan de klant erachter
komen welk product zijn probleem het beste oplost.
3. High involvement (grote betrokkenheid)
High involvement is de sterke mate waarin een individu een specifiek object voor zichzelf
relevant acht, Waarbij de besluitvorming een uitgebreid probleemoplossend aankoopgedrag
impliceert. Vaak bij grote en dure aankopen zoals een huis of auto waarbij meer
betrokkenheid nodig is.
4. Low involvement
Low involvement is de geringe mate waarin een individu een specifiek object voor zichzelf in
relevant acht, waarbij de besluitvorming een beperkt probleemoplossend of routinematig
aankoopgedrag impliceert. Bijvoorbeeld bij huishoudmiddelen of lucifers.
5. Probleem onderkenning
Het constateren van verschillen tussen huidige situatie en ideale situatie bijvoorbeeld
wanneer er een versleten bank in de woonkamer staat.
Probleem onderkenning kan ontstaan wanneer een product: Versleten is, de voorraad op is,
het uit de mode is, of wanneer de consument iets anders wil. Probleem onderkenning leidt
tot het in werking treden van motieven.