Hoofdstuk 1
Budgetlijn
Totale bedrag / zakgeld
Prijs product a
Prijs product b
Uitrekenen: hoeveel maximaal kopen van product a, en
hoeveel maximaal van product b?
Lijn verschuift= is er een verandering in prijzen van producten
of hoeveelheid budget
Formule: Budget = uitgaven A = uitgaven B
Bijvoorbeeld 50= 0.50a = 1b
Schaarse + vrije goederen & opofferingskosten
Schaars= wanneer er productiemiddelen zijn opgeofferd zijn om ze te verkrijgen. Denk aan
kapitaal, arbeid, natuur en ondernemerschap
Vrije goederen= zonlicht, wind en regen
Opofferingskosten= waarde van het alternatief met de hoogste waarde dat we opofferen om
iets te verkrijgen.
Speltheorie
Dominante strategie= beste strategie voor pieter zwijgen
Pay-off = verwachte opbrengst van een keuze
Nash evenwicht= evenwichtspunt waarbij het voor beide
partijen niet handig is om af te wijken. Dit Nash evenwicht
hoeft niet per se de beste uitkomst te zijn.
Gevangenen dilemma= er komt een ander evenwicht als er
communicatie is. De uitkomst is voor beide ideaal.
Simultaan= een speler beslist zonder te weten wat de andere speler heeft gekozen.
Hoofdstuk 2
Verzekeren= het financiële gevolg bij iemand anders neerleggen (verzekeraar)
Risico-avers= hekel hebben aan het lopen van risico’s, bang voor onverwachte nadelige
gebeurtenissen.
Premie= kosten die je betaald aan verzekeraar om verzekerd te zijn
Polis= bewijs dat je verzekerd bent, en waarvoor je verzekerd bent.
, Verzekerde= betaald premie & recht op uitkering v/d schade
Verzekeraar= ontvangt premie & uitkeren schadevergoeding bij schade
Kosten verzekeraar= winst, schadevergoedingen en bedrijfskosten
Voorbeeld opdracht
Kans op schade 10%
Gemiddelde schade 120 euro & 50.000 mensen verzekerd
Winst 100.000
50.000 x 10 : 100= 5000 5.000 x 120 = 600.000 = kosten verzekeraar
Kosten + winst 600.000 + 100.000 = 700.000
700.000: 50.000= 14 euro premie geld betalen p.p.
Soorten verzekeringen
Particuliere verzekering: je kiest zelf voor deze verzekering. Je betaald een bepaald
bedrag, bij schade krijg je deze schade vergoed.
Collectieve verzekering: de overheid verplicht iedereen mee te doen. De uitkering /
vergoeding staat vast.
Averechtse selectie= goede risico’s verzekeren niet slecht risico’s verzekeren wel.
Oplossingen: premie differentiatie, selectie voor nieuwe verzekerde, eigen risico,
verplicht verzekeren.
Eigen risico= bedrag wat je zelf moet betalen bij schade
Premie differentiatie/discriminatie= verschillen tussen verzekerde (slechte risico’s meer)
Veel schade = lage eigen risico hoge premie
Weinig schade= hoge eigen risico lage premie
Transactiekosten= alle kosten bij het tot stand komen en afwikkelen van een ruil
Moreel wangedrag= onverantwoordelijk gedragen als ze kosten niet zelf hoeven te betalen
(moral hazard)
Bonus-malus systeem= geen schade krijgen bonus (korting) op hun premie. Mensen met veel
schade krijgen malus (extra) op hun premie
Asymmetrische informatie= als de ene partij info heeft die de andere partij niet heeft
Hoofdstuk 3
In loondienst werken ontvang je loon of salaris
Zelfstanding werken (eigen baas) ontvang je winst (arbeidsinkomen)
Je kunt ook inkomen verdienen uit sparen en beleggen kapitaalinkomen