Basisscheikunde uit klas 3
Mengsel bestaat uit 2 of meer stoffen en heeft een smelttraject en kooktraject.
Zuivere stof heeft smeltpunt en kookpunt. Oplossing is een helder vloeibaar mengsel.
Suspensie is een troebel mengsel. Emulsie is troebel mengsel met een emulgator.
Zuivere stof kan je niet scheiden maar meestal wel ontleden: ontleedbare
stof/verbinding. Ongeveer 100 stoffen kun je niet ontleden: niet ontleedbare
stoffen/elementen.
Filtreren: de vaste stof blijft als residu achter op het filter en de vloeistof wordt
opgevangen als filtraat. Bezinken: vaste stof zakt naar bodem en je schenkt vloeistof
af. Indampen: vloeistof verdampt en vaste stof blijft over. Destilleren
vloeistofmengsel: verwarmen en dan damp afkoelen om deze als destillaat op te
vangen. Adsorberen: een stof laten adsorberen door iets en dan filtreren. Extraheren:
gewenste stof oplossen in extractiemiddel en dan filtreren en indampen.
Alle moleculen van een zuivere stof zijn aan elkaar gelijk. Hoe hoger de temperatuur,
hoe sneller moleculen bewegen. Aggregatietoestand/fase: vast (trillen op plaats),
vloeistof (geen vaste plaats, bewegen door elkaar) of gas (bewegen op grote
afstanden). Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. Elk atoomsoort heeft eigen
symbool.
, Formule geeft aan uit welke atoomsoorten een molecuul bestaat. Index: aantal
atomen. Coëfficiënt: aantal moleculen. Toestandsaanduiding: fasen: vast (s), vloeistof
(l), gas (g), opgelost in water (aq). Moleculen niet-ontleedbare stof: 1 soort atomen.
Meestal hetzelfde als symbool atoomsoort (ijzer: Fe), maar niet altijd.
Vaak kun je bij ontleedbare stoffen molecuulformule afleiden door hun systematische
naamgeving, maar soms niet (zie hierboven).
1: mono 2: di 3: tri 4: tetra 5: penta 6: hexa
Chemische reactie: beginstoffen verdwijnen en er ontstaan reactieproducten, er is
ook massabehoud. Massabalans klopt want in beginstoffen en reactieproducten
zitten hetzelfde atomen. Reactievergelijking: beginproducten reactieproducten, dit
moet je kloppend houden.
Ontledingsreactie: 1 beginstof, 2 (+) reactieproducten.
Vormingsreactie/synthese: 2 (+) beginstoffen vormen reactieproducten.
Verbranding: reactie van stof met zuurstof onder vuurverschijnselen. Bij volledige
verbranding van een koolwaterstof (stof dat koolstof en waterstof bevat) ontstaan
koolstofdioxide en water.
Bij chemische reactie is er energie-effect.
Exotherm: steeds energie in stoppen, energie komt in vorm van warmte vrij.
Endotherm: voortdurend energie toevoer nodig.
Om een stof te ontleden moet je bij thermolyse warmte toevoeren, bij elektrolyse
elektrische energie en bij fotolyse licht.
Massapercentage = massa stof/massa mengsel x 100%
Volumepercentage = volume stof/volume mengsel x 100%
Mengsel bestaat uit 2 of meer stoffen en heeft een smelttraject en kooktraject.
Zuivere stof heeft smeltpunt en kookpunt. Oplossing is een helder vloeibaar mengsel.
Suspensie is een troebel mengsel. Emulsie is troebel mengsel met een emulgator.
Zuivere stof kan je niet scheiden maar meestal wel ontleden: ontleedbare
stof/verbinding. Ongeveer 100 stoffen kun je niet ontleden: niet ontleedbare
stoffen/elementen.
Filtreren: de vaste stof blijft als residu achter op het filter en de vloeistof wordt
opgevangen als filtraat. Bezinken: vaste stof zakt naar bodem en je schenkt vloeistof
af. Indampen: vloeistof verdampt en vaste stof blijft over. Destilleren
vloeistofmengsel: verwarmen en dan damp afkoelen om deze als destillaat op te
vangen. Adsorberen: een stof laten adsorberen door iets en dan filtreren. Extraheren:
gewenste stof oplossen in extractiemiddel en dan filtreren en indampen.
Alle moleculen van een zuivere stof zijn aan elkaar gelijk. Hoe hoger de temperatuur,
hoe sneller moleculen bewegen. Aggregatietoestand/fase: vast (trillen op plaats),
vloeistof (geen vaste plaats, bewegen door elkaar) of gas (bewegen op grote
afstanden). Moleculen zijn opgebouwd uit atomen. Elk atoomsoort heeft eigen
symbool.
, Formule geeft aan uit welke atoomsoorten een molecuul bestaat. Index: aantal
atomen. Coëfficiënt: aantal moleculen. Toestandsaanduiding: fasen: vast (s), vloeistof
(l), gas (g), opgelost in water (aq). Moleculen niet-ontleedbare stof: 1 soort atomen.
Meestal hetzelfde als symbool atoomsoort (ijzer: Fe), maar niet altijd.
Vaak kun je bij ontleedbare stoffen molecuulformule afleiden door hun systematische
naamgeving, maar soms niet (zie hierboven).
1: mono 2: di 3: tri 4: tetra 5: penta 6: hexa
Chemische reactie: beginstoffen verdwijnen en er ontstaan reactieproducten, er is
ook massabehoud. Massabalans klopt want in beginstoffen en reactieproducten
zitten hetzelfde atomen. Reactievergelijking: beginproducten reactieproducten, dit
moet je kloppend houden.
Ontledingsreactie: 1 beginstof, 2 (+) reactieproducten.
Vormingsreactie/synthese: 2 (+) beginstoffen vormen reactieproducten.
Verbranding: reactie van stof met zuurstof onder vuurverschijnselen. Bij volledige
verbranding van een koolwaterstof (stof dat koolstof en waterstof bevat) ontstaan
koolstofdioxide en water.
Bij chemische reactie is er energie-effect.
Exotherm: steeds energie in stoppen, energie komt in vorm van warmte vrij.
Endotherm: voortdurend energie toevoer nodig.
Om een stof te ontleden moet je bij thermolyse warmte toevoeren, bij elektrolyse
elektrische energie en bij fotolyse licht.
Massapercentage = massa stof/massa mengsel x 100%
Volumepercentage = volume stof/volume mengsel x 100%