Hoofdstuk 2. Taalverwerving
2.1 Taalverwerving via spreken en luisteren
voor een goede taalverwerving zijn de eerste levensjaren het belangrijkst: dan wordt de basis gelegd.
2.1.1 Visies op taalverwerving
Eerste taalontwikkeling
- Behaviorisme: taalverwerving verloopt via
o Imitatie en bekrachtiging (positieve feedback)
o Conditionering (beloning van goed gedrag
Imitatie is erg belangrijk: kleine kinderen zeggen veel na wat ouders en andere mensen
zeggen
- Nativisme: na imitatie gaan kinderen zelf experimenteren met zinnen maken, zoals ‘hij
loopte’ -> regels die opgevallen zijn toepassen
Een kind wordt volgens Chomsky geboren met een taalleervermogen: Language Acquisition
Device (LAD)
o Elk kind is na de geboorte in staat om elke taal te leren waarmee ze in aanraking
komen.
o Deze eigenschap is soortspecifiek: alleen mensen kunnen talen leren
- Interactionele benadering: kinderen leren taal door Chomsky’s theorie, totdat ze beschikken
over een taalleervermogen en zelf regels opstellen over taal. Hoe beter het taalaanbod, hoe
beter de taalverwerving
- Nieuw onderzoek: kinderen leren taal doordat ze concrete taalwaarnemingen generaliseren
- Stimulering door volwassenen: volwassenen gaan zo praten dat het kind het begrijpt, met
makkelijke, korte woorden en zinnen
- Feedback: doorvragen, corrigeren
- Van begrijpen naar gebruiken: stille periode waarin het kind de taal wel begrijpt, maar net
gebruikt. Verschilt per kind
- Taal en denken stimuleren elkaar: dialogen tussen kinderen en volwassenen stimuleert de
ontwikkeling van denkprocessen. Hierdoor ontwikkelt het kind ook een metalinguïstisch
bewustzijn: taalgebruik verbeteren door het reflecteren van andermans woorden
- Noodzaak: zonder het kennen van je taal, kun je niet communiceren met andere mensen
Tweede taalontwikkeling
- Interferentietheorie: tweede taal leren door het vertalen van woorden en zinnen uit eigen
taal
o Veel fouten door letterlijke vertalingen: interferentiefouten
- Universalistische theorie: kinderen die Nederlands leren als tweede taal, maken dezelfde
fouten als kinderen die Nederlands leren als eerste taal
- Interactionale benadering: nadruk op het aanbod, de interactie en feedback die voor het
leren van Nederlands als tweede taal nodig zijn
- Tweetalige opvoeding: kinderen die worden opgevoed in twee talen, door bijvoorbeeld een
ouder met Nederlands als moedertaal en een ouder met een andere taal dan Nederlands als
moedertaal
2.1.2 Ontwikkeling van taalcomponenten
Taalcomponenten worden in drie delen verdeeld
1. Taalvorm: fonologie, morfologie en syntaxis
o Luisteren en onderscheiden: baby’s en jongen kinderen luisteren erg veel en kunnen
zo als snel onderscheid maken tussen en reageren op bepaalde klanken die ze horen
2.1 Taalverwerving via spreken en luisteren
voor een goede taalverwerving zijn de eerste levensjaren het belangrijkst: dan wordt de basis gelegd.
2.1.1 Visies op taalverwerving
Eerste taalontwikkeling
- Behaviorisme: taalverwerving verloopt via
o Imitatie en bekrachtiging (positieve feedback)
o Conditionering (beloning van goed gedrag
Imitatie is erg belangrijk: kleine kinderen zeggen veel na wat ouders en andere mensen
zeggen
- Nativisme: na imitatie gaan kinderen zelf experimenteren met zinnen maken, zoals ‘hij
loopte’ -> regels die opgevallen zijn toepassen
Een kind wordt volgens Chomsky geboren met een taalleervermogen: Language Acquisition
Device (LAD)
o Elk kind is na de geboorte in staat om elke taal te leren waarmee ze in aanraking
komen.
o Deze eigenschap is soortspecifiek: alleen mensen kunnen talen leren
- Interactionele benadering: kinderen leren taal door Chomsky’s theorie, totdat ze beschikken
over een taalleervermogen en zelf regels opstellen over taal. Hoe beter het taalaanbod, hoe
beter de taalverwerving
- Nieuw onderzoek: kinderen leren taal doordat ze concrete taalwaarnemingen generaliseren
- Stimulering door volwassenen: volwassenen gaan zo praten dat het kind het begrijpt, met
makkelijke, korte woorden en zinnen
- Feedback: doorvragen, corrigeren
- Van begrijpen naar gebruiken: stille periode waarin het kind de taal wel begrijpt, maar net
gebruikt. Verschilt per kind
- Taal en denken stimuleren elkaar: dialogen tussen kinderen en volwassenen stimuleert de
ontwikkeling van denkprocessen. Hierdoor ontwikkelt het kind ook een metalinguïstisch
bewustzijn: taalgebruik verbeteren door het reflecteren van andermans woorden
- Noodzaak: zonder het kennen van je taal, kun je niet communiceren met andere mensen
Tweede taalontwikkeling
- Interferentietheorie: tweede taal leren door het vertalen van woorden en zinnen uit eigen
taal
o Veel fouten door letterlijke vertalingen: interferentiefouten
- Universalistische theorie: kinderen die Nederlands leren als tweede taal, maken dezelfde
fouten als kinderen die Nederlands leren als eerste taal
- Interactionale benadering: nadruk op het aanbod, de interactie en feedback die voor het
leren van Nederlands als tweede taal nodig zijn
- Tweetalige opvoeding: kinderen die worden opgevoed in twee talen, door bijvoorbeeld een
ouder met Nederlands als moedertaal en een ouder met een andere taal dan Nederlands als
moedertaal
2.1.2 Ontwikkeling van taalcomponenten
Taalcomponenten worden in drie delen verdeeld
1. Taalvorm: fonologie, morfologie en syntaxis
o Luisteren en onderscheiden: baby’s en jongen kinderen luisteren erg veel en kunnen
zo als snel onderscheid maken tussen en reageren op bepaalde klanken die ze horen