Verpleegkundige kennis hoorcollege week 1:
EBP:
- Evidence based practice. Onderzoeksresultaten
Stappen in het EBP:
1. Van onzekerheid naar beantwoorde vraag. Formuleer een beantwoordbare vraag. PICO.
P = Patiënt of probleem.
I = interventie.
C = Vergelijking.
O = Uitkomst
2. Efficiënt zoeken naar beste bewijsmateriaal. Specifiek en sensitief zoeken.
3. Beoordelen van gevonden bewijs op methodologische kwaliteit en toepasbaarheid.
4. Toepassen van resultaat in de praktijk.
5. Evalueren van proces en resultaat.
Vitale functies:
- Ademhaling, polsfrequentie, temperatuur, bloeddruk.
- Je analyseert de meest voorkomende verpleegkundige diagnosen die ontstaan bij het
disfunctioneren van deze functies.
- Je doet dit door middel van redeneerhulp:
A. A = ademhaling
B. B = bewustzijn
C. C = circulatie. Polsfrequentie en bloeddruk.
D. D = temperatuur. Bij ontstaan van infecties.
Cognitieve functies:
- Zijn specifieke geestelijke activiteiten die aangestuurd worden door de hersenen.
Bijvoorbeeld; het geheugen, taalgebruik, het begrijpen en uitvoeren van je handelingen.
Zuurstoftoediening:
Mensen meer benauwd?
Hogere dosis zuurstof?
NEE!
Bij teveel O2 bij COPD kan leiden tot ademdepressie (ademhaling wordt onderdrukt, en de
ademhaling stopt dan) Signaal: nog meer benauwd.
Helpen bij de uitvoering van
Bevorderen van therapietrouw COMPLIANCE
- Belangrijke taak van verpleegkundige
- Belangrijk om complicaties/verergering van een ziekte te voorkomen
,Verpleegkundige kennis hoorcollege week 2:
Ademhalingsproblemen/dyspneu:
Normale ademhaling:
- Een activiteit van het organisme, waarbij zuurstof O2 uit de omgeving wordt opgenomen en
koolstofdioxide/koolzuurgas CO2 wordt afgestaan.
- 2 niveaus:
Ademhaling van het individu: buitenlucht inademen en uitwisseling gassen en bloed.
Celademing: bloed wordt uitgewisseld met de cellen.
- Ademhaling is actief:
Heffen van de ribben
Samentrekken diafragma
Bij extra behoefte aan zuurstof: halsspieren en schoudergordel.
Longcapaciteit:
Vitale capaciteit: inspiratoire reserve,
2000 ml inspiratoire reserve (extra inademen, geforceerd)
500 ml normale ademvolume
1500 expiratiore reserve (extra uitademen, geforceerd)
1200 ml residu (deel wat overblijft wat je er niet uit krijgt, anders zouden je longen vacuüm trekken)
Observeren van de ademhaling:
- Vier kwaliteiten beoordelen:
Frequentie (hoe vaak per minuut/ 15-17 keer in en uitademen per minuut)
Diepte (rust: 500 ml)
Regelmaat ( geen afwijkend patroon zien)
Patroon
- Daarnaast beoordeel je:
Geluid
Geur
Huidskleur
Ademhaling is normaal geluidloos, kleurloos en geen verkleuring zichtbaar.
Cyanose: blauwverkleuring: te weinig zuurstof.
Dyspneu: dys-pnoia = verstoorde ademhaling = kortademigheid, benauwdheid.
Neemt toe bij:
- Eer ventilatie nodig is: bij lichamelijke inspanning.
- Luchtwegweerstand toeneemt (bijv. bij astma, CF)
- Longelasticiteit afneemt (longemfyseem)
-
Relatie dyspneu en longfunctie:
Je zou verwachten minder longfunctie -> meer dyspneu.
Niet altijd zo: COPD: bij inspanning waarbij armen moeten worden gebruikt (haar kammen) -> meer
dyspneu.
Pijn en benauwdheid zijn subjectieve objecten/maat.
, Meer of minder benauwdheid door metingen:
- VAS-score: Visual analogische schaal. Meerblad van cijfer hoe benauwd of pijn je hebt.
- Dyspneu-anamnese formulier
- Dyspneu-evaluatie formulier
- Borgschaal voor benauwdheid
Verpleegkundige interventies bij dyspneu:
- Verzachten van lijden en scheppen van ruimte om te leven.
Eigenlijk van toepassing bij alle chronische ziekten:
Doelstellingen:
- Bieden van ondersteuning bij het verwerken chronisch ziek zijn.
- De strijd voor het dagelijks leven vergemakkelijken.
- Helpen bij de uitvoering van het therapeutisch regime (therapietrouw)
- Ondersteuning bij het management van de zorg.
De strijd voor het dagelijkse leven vergemakkelijken:
- Balans tussen activiteiten en rust:
Voldoende activiteit behouden van spierkracht en- volume.
Niet te veel in verband met uitputting.
Prioriteiten stellen
Juiste lichaamshouding vinden
- Zuurstof toediening, op indicatie van de arts.