Financiën en Recht
Balans van (entiteit) per (datum)
Bezittingen activa X Eigen vermogen passiva X-Y
Schulden Y
X X
Hoofdstuk 2
Eigen vermogen: het verschil tussen de waarde van iemands bezittingen en schulden.
Activa: bezittingen (links op balans)
Passiva: eigen vermogen en schulden (rechts op balans)
Balans: een overzicht van bezittingen en schulden die op geld zijn gewaardeerd op een bepaald moment.
Entiteit: op wie de balans betrekking heeft, natuurlijk persoon of rechtspersoon. Begroting op de toekomst
gericht inkomsten en uitgaven rijtje
Als een onderneming winst maakt, stijgt haar eigen vermogen. Maar als het eigen vermogen van een
onderneming stijgt, is er niet per se winst gemaakt.
Hoofdstuk 3
Liquiditeiten: alles wat op zeer korte termijn in geld kan worden omgezet, bankrekeningen etc.
Winst: omzet – kosten
Aggregatiebeginsel: optellen/samenvoegen
Vaste activa: bezittingen die bedoeld zijn om de onderneming duurzaam te dienen
Vlottende activa: overige bezittingen.
Vreemd vermogen: de schulden
Lang vreemd vermogen: schulden ouder dan 1 jaar
Kort vreemd vermogen: schulden niet ouder dan 1 jaar
Kapitaalstructuur: de linkerzijde van de balans waar te lezen valt aan welke goederen de organisatie het
vermogen heeft besteed.
Vermogensstructuur: de rechterzijde van de balans waar te lezen valt hoe de organisatie aan het geld is
gekomen.
Dualiteitsbeginsel: met dit beginsel wordt aangegeven dat als er een positieve verandering plaatsvindt (in een
balanspost) er gelijktijdig een negatieve verandering plaatsvindt (in een andere balanspost).
Winst-en-verliesrekening: staat van baten en lasten = resultatenrekening (winst strevend)
Exploitatierekening: exploitatieoverzicht (niet winst strevend)
Voorraadgrootheden: bezittingen en schulden waarde op een bepaald moment
Stroomgrootheden: kosten en opbrengsten over een bepaalde periode
Hoofdstuk 4
Waardekringeloop: als de inkomsten en uitgaven blijvend overtreffen, wordt er waarde gecreëerd.
Verkrijgingsprijs: de prijs van een actief waartegen het is verworven, bestaande uit de inkoopprijs en de
bijkomende kosten. (art. 2:388 lid 1)
Vervaardigingsprijs: de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die
rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. (art. 2:388 lid 2)
Vervangingswaarde: het bedrag dat nodig zou zijn om in plaats van een goed dat te vervangen, dat in
economisch opzicht gelijke betekenis heeft. (art. 2 van het besluit actuele waarde BAW)
Actuele waarde: meestal vervangingswaarde
Herwaarderingsreserve: schijnwinst, zijn wettelijke reserves.
Realisatiebeginsel: art. 2:384 lid 2 BW
Voorzichtigheidsbeginsel: art. 2:384 lid 2 BW
Bestendigheids- of stelselmatigheidsbeginsel: art. 2:362 lid 2 en 3 BW
Continuïteitsbeginsel: art. 2:384 lid 3 BW
Toerekeningsbeginsel: art. 2:362 lid 5 BW
Technische levensduur: de periode dat het duurzame productiemiddel de prestaties kan leveren waarvoor het is
aangeschaft.
, Economische levensduur: de periode dat de kosten per geproduceerde eenheid van de machine minimaal zijn,
dus dat de onderhoudskosten laag zijn.
Hoofdstuk 5
Goederenrechtelijke inbreng: geld en goederen
Verbintenisrechtelijke inbreng: genot van goederen en arbeid
Goederengemeenschap: art. 3:166 gezamenlijk eigenaar zijn van iets
Economisch eigendom: feitelijk beschikking over een zaak alsof men eigenaar is
Voortzettingsbeding: vennoot stapt eruit, de rest wil voortzetten
Vereffening: art. 3:168 en 3:170 BW
Stukken = effecten = aandelen
Hoofdstuk 6
Dividend: winst
K-stuk: klassiek stuk (aandeelbewijs)
Mantelblad: voorblad/gewone aandeelbewijs
Dividendblad: blad met dividendbewijzen
Voorkeursrecht: bij nieuwe aandelen
Aandelenemissie: aandelenuitgifte
Prioriteitsaandelen: bijzondere benoemingsrechten
Preferente aandelen: bijzondere dividendrechten
Cumulatief preferente aandelen: preferente aandelen waarbij de aandeelhouder naast zijn vaste percentage van
de winst, ook nog uitgekeerd krijgt wat in enig voorafgaand jaar bij gebrek aan winst niet kon worden
uitgekeerd.
Primair dividend: vast percentage van de nominale waarde van het aandeel
Secundair dividend: deel van de overwinst, waarvan gewoonlijk ook een deel wordt gereserveerd
Verzamelbewijs = global note: één verzamelbewijs dat bijv. 10.000 stukken vertegenwoordigd
Hoofdstuk 7
Vreemd vermogen: vorderingen van schuldeisers, dus schulden
Maatschappelijk kapitaal: maximaal aandelenkapitaal (staat in de statuten)
Geplaatst kapitaal: bedrag waarvoor aandeelhouders aandelen hebben genomen
Gestort kapitaal: betaald
Opvraagbaar kapitaal: als er is overeengekomen dat een deel van de nominale waarde pas hoeft te worden
betaald indien de vennootschap dit opvraagt
Agioreserve: als aandelen voor een hogere koers dan 100% worden uitgegeven, dan wordt er meer betaald dan
dat er aan kapitaal geplaatst is.
Hoofdstuk 8
___________________________________________________________________________________
Winst eigen vermogen stijgt
Eigen vermogen stijgt niet perse winst
Realisatiebeginsel: art. 2:384 lid 2 BW verwezenlijken
Voorzichtigheidsbeginsel: art. 2:384 lid 2 BW verliezen direct nemen wanneer bekend moet, rijk rekenen
hoeft niet.
Afschrijving: ook op de evenredige maanden
Wettelijke winstverdeling maatschap naar inbreng alleen arbeid dan gelijk aan de maat met de laagste inbreng.
Stemrechtloze of winstrechtloze aandelen alleen bij BV
Prioriteitsaandelen bijzondere benoemingsrechten Preferente aandelen bijzondere dividendrechten
Emissie nominaal geplaatst
Agio hetgeen gestort boven nominale waarde
Bonussen geplaatst kapitaal stijgt
Balans van (entiteit) per (datum)
Bezittingen activa X Eigen vermogen passiva X-Y
Schulden Y
X X
Hoofdstuk 2
Eigen vermogen: het verschil tussen de waarde van iemands bezittingen en schulden.
Activa: bezittingen (links op balans)
Passiva: eigen vermogen en schulden (rechts op balans)
Balans: een overzicht van bezittingen en schulden die op geld zijn gewaardeerd op een bepaald moment.
Entiteit: op wie de balans betrekking heeft, natuurlijk persoon of rechtspersoon. Begroting op de toekomst
gericht inkomsten en uitgaven rijtje
Als een onderneming winst maakt, stijgt haar eigen vermogen. Maar als het eigen vermogen van een
onderneming stijgt, is er niet per se winst gemaakt.
Hoofdstuk 3
Liquiditeiten: alles wat op zeer korte termijn in geld kan worden omgezet, bankrekeningen etc.
Winst: omzet – kosten
Aggregatiebeginsel: optellen/samenvoegen
Vaste activa: bezittingen die bedoeld zijn om de onderneming duurzaam te dienen
Vlottende activa: overige bezittingen.
Vreemd vermogen: de schulden
Lang vreemd vermogen: schulden ouder dan 1 jaar
Kort vreemd vermogen: schulden niet ouder dan 1 jaar
Kapitaalstructuur: de linkerzijde van de balans waar te lezen valt aan welke goederen de organisatie het
vermogen heeft besteed.
Vermogensstructuur: de rechterzijde van de balans waar te lezen valt hoe de organisatie aan het geld is
gekomen.
Dualiteitsbeginsel: met dit beginsel wordt aangegeven dat als er een positieve verandering plaatsvindt (in een
balanspost) er gelijktijdig een negatieve verandering plaatsvindt (in een andere balanspost).
Winst-en-verliesrekening: staat van baten en lasten = resultatenrekening (winst strevend)
Exploitatierekening: exploitatieoverzicht (niet winst strevend)
Voorraadgrootheden: bezittingen en schulden waarde op een bepaald moment
Stroomgrootheden: kosten en opbrengsten over een bepaalde periode
Hoofdstuk 4
Waardekringeloop: als de inkomsten en uitgaven blijvend overtreffen, wordt er waarde gecreëerd.
Verkrijgingsprijs: de prijs van een actief waartegen het is verworven, bestaande uit de inkoopprijs en de
bijkomende kosten. (art. 2:388 lid 1)
Vervaardigingsprijs: de aanschafkosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten die
rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. (art. 2:388 lid 2)
Vervangingswaarde: het bedrag dat nodig zou zijn om in plaats van een goed dat te vervangen, dat in
economisch opzicht gelijke betekenis heeft. (art. 2 van het besluit actuele waarde BAW)
Actuele waarde: meestal vervangingswaarde
Herwaarderingsreserve: schijnwinst, zijn wettelijke reserves.
Realisatiebeginsel: art. 2:384 lid 2 BW
Voorzichtigheidsbeginsel: art. 2:384 lid 2 BW
Bestendigheids- of stelselmatigheidsbeginsel: art. 2:362 lid 2 en 3 BW
Continuïteitsbeginsel: art. 2:384 lid 3 BW
Toerekeningsbeginsel: art. 2:362 lid 5 BW
Technische levensduur: de periode dat het duurzame productiemiddel de prestaties kan leveren waarvoor het is
aangeschaft.
, Economische levensduur: de periode dat de kosten per geproduceerde eenheid van de machine minimaal zijn,
dus dat de onderhoudskosten laag zijn.
Hoofdstuk 5
Goederenrechtelijke inbreng: geld en goederen
Verbintenisrechtelijke inbreng: genot van goederen en arbeid
Goederengemeenschap: art. 3:166 gezamenlijk eigenaar zijn van iets
Economisch eigendom: feitelijk beschikking over een zaak alsof men eigenaar is
Voortzettingsbeding: vennoot stapt eruit, de rest wil voortzetten
Vereffening: art. 3:168 en 3:170 BW
Stukken = effecten = aandelen
Hoofdstuk 6
Dividend: winst
K-stuk: klassiek stuk (aandeelbewijs)
Mantelblad: voorblad/gewone aandeelbewijs
Dividendblad: blad met dividendbewijzen
Voorkeursrecht: bij nieuwe aandelen
Aandelenemissie: aandelenuitgifte
Prioriteitsaandelen: bijzondere benoemingsrechten
Preferente aandelen: bijzondere dividendrechten
Cumulatief preferente aandelen: preferente aandelen waarbij de aandeelhouder naast zijn vaste percentage van
de winst, ook nog uitgekeerd krijgt wat in enig voorafgaand jaar bij gebrek aan winst niet kon worden
uitgekeerd.
Primair dividend: vast percentage van de nominale waarde van het aandeel
Secundair dividend: deel van de overwinst, waarvan gewoonlijk ook een deel wordt gereserveerd
Verzamelbewijs = global note: één verzamelbewijs dat bijv. 10.000 stukken vertegenwoordigd
Hoofdstuk 7
Vreemd vermogen: vorderingen van schuldeisers, dus schulden
Maatschappelijk kapitaal: maximaal aandelenkapitaal (staat in de statuten)
Geplaatst kapitaal: bedrag waarvoor aandeelhouders aandelen hebben genomen
Gestort kapitaal: betaald
Opvraagbaar kapitaal: als er is overeengekomen dat een deel van de nominale waarde pas hoeft te worden
betaald indien de vennootschap dit opvraagt
Agioreserve: als aandelen voor een hogere koers dan 100% worden uitgegeven, dan wordt er meer betaald dan
dat er aan kapitaal geplaatst is.
Hoofdstuk 8
___________________________________________________________________________________
Winst eigen vermogen stijgt
Eigen vermogen stijgt niet perse winst
Realisatiebeginsel: art. 2:384 lid 2 BW verwezenlijken
Voorzichtigheidsbeginsel: art. 2:384 lid 2 BW verliezen direct nemen wanneer bekend moet, rijk rekenen
hoeft niet.
Afschrijving: ook op de evenredige maanden
Wettelijke winstverdeling maatschap naar inbreng alleen arbeid dan gelijk aan de maat met de laagste inbreng.
Stemrechtloze of winstrechtloze aandelen alleen bij BV
Prioriteitsaandelen bijzondere benoemingsrechten Preferente aandelen bijzondere dividendrechten
Emissie nominaal geplaatst
Agio hetgeen gestort boven nominale waarde
Bonussen geplaatst kapitaal stijgt