WETENSCHAPSFILOSOFIE
HC1: COGNITIEVE ONTOLOGIE EN MAPPING (6-09-2023)
LITERATUUR
- Okasha 'Is the mind modular? p. 104-112
- Janssen, A. (2018). De hersenen in kaart. Filosofie Tijdschrift, 2:6, pp. 8-14.
- van Stee, A. (2019). Appels, peren en fruit. Conceptual review als taakanalysemethode. Algemeen
Nederlands Tijdschrift voor de Wijsbegeerte, 111:3, pp. 433-452
LEERDOELEN
- Inzicht in wat een cognitieve ontologie is en hoe deze interacteert met wetenschappelijke
verklaringen.
- Kunnen evalueren hoe ideeën over cognitieve ontologie relateren tot het brein (mapping).
COGNITIEVE ONTOLOGIE
Cognitieve ontologie
= systematische indeling van onze cognitieve functies
- Niet zo objectief, natuurwetenschappelijk, universeel, theorieneutraal en ahistorisch als we geneigd
zijn te denken Biedt ook mogelijkheden kan verbeterd worden
FUNCTIE COGNITIEVE ONTOLOGIE
Standaardiseren: wetenschappers gebruiken andere termen voor hetzelfde cognitieve proces, of definiëren
dezelfde term op verschillende manieren
- Vb. Werkgeheugen
o o Manipuleren van informatie in het geheugen
o o Geheugen voor tijdelijk variërende aspecten van een taak
!!! Werkgeheugen kan anders zijn bij verschillende onderzoeken.
OORSPRONG COGNITIEVE ONTOLOGIE
Danziger: cognitieve termen (en psychiatrische stoornissen) zijn geen natural kinds
- Geïllustreerd door cultureel afhankelijkheid en historiciteit
o We onderzoeken ‘emotie’ omdat het een relevante categorie is in onze cultuur/maatschappij
o Veel psychologische categorieën zijn ≈1910-1940 ontstaan
o DSM wordt regelmatig herzien
Werkte als Psychologieprof in Indonesië en wilde een gezamenlijke cursus opzetten met Indonesische collega
- Motivatie, leren, intelligentie etc. waren geen onderwerpen dit zijn Indonesische collega
interesseerden, die hem zinnig leken
- Onderwerpen van collega leken hem geen ‘natural domains’, waren gebaseerd op aannames die hij
niet deelde
Nu
Wij zijn objecten voor onszelf
- Zien onszelf als redelijk. Daarnaast passioneel.
- Motivatie komt voort uit passie, niet reden.
- Relateren aan onszelf voor onszelf.
- Zien onze acties als voortvloeiend uit de motivatie van een centrale ik.
,EXPLICIETE VS. IMPLICIETE THEORIEËN
Expliciete theorieën
= passen we aan als gevolg van empirisch bewijs
Impliciete theorieën
= vooronderstellingen over ons onderwerp die geïmpliceerd zijn in de categorieën die we gebruiken
- Definiëren onderzoeksobjecten
- Gebruiken we om onderzoeksresultaten te communiceren
- Geven het ook betekenis
Niet alle termen verschillen over culturen: geheugen en perceptie staan overal.
Beantwoord vragen als waar en wanneer vinden die cognitieve processen dan plaats.
MAPPING
Mapping
= zoeken naar correspondenties tussen hersenactiviteit (tijde en ruimte) en cognitieve functies
- Doen fMRI, single-unit recording, EEG, etc. hetzelfde?
- Dé basis van psychobiologie
- Frenologie
o Relateren van kenmerken van de schedel aan mentale (karakter)eigenschappen
AANNAMES VAN MAPPING STRATEGIE
1. ONE-TO-ONE MAPPING
Aanname
= elk hersengebied heeft maar één functie
en deze functie is ook uniek; elk gebied
heeft een andere functie.
Gedrag/cognitieve functies die
corresponderen met theta-oscillaties.
Reverse inference problem
Oplossingen:
- Cognitieve categorieën aanpassen
- Hersencategorieën aanpassen
Werkelijkheid
= wirwar aan correspondenties (many-to-many mapping)
- Een hersengebied (of neuronaal network) correspondeert vaak met vele cognitieve functies
- Cognitieve functies corresponderen met meerdere hersengebieden
2. COGNITIEVE ONTOLOGIE STAAT VAST/ MODULARITY OF MIND
Aanname
= er zijn meerdere, vaststaande cognitieve categorieën
- Modulair
o Cognitieve processen kunnen opgedeeld worden in
componenten die onafhankelijk van elkaar werken
- ‘Natural kinds’/context-onafhankelijk
o Danziger: oorsprong cognitieve categorieën
, Cognitieve categorieën aanpassen door…
- Algemener maken
o Benoemen van kleuren + herkennen van visuele woordvormen = integreren van zintuiglijke en
motorische informatie
- In neurotermen (ipv. folk psychology)
o Taal + geheugen = mathematische signaaltransformatie
- Door middel van neurowetenschappelijke data
3. MODULARITY OF BRAIN
Aanname
= het brein bestaat uit afgebakende gebieden
- ‘Blobology’ Brodmann areas
- Neuropsychologie/lokalisatie
- Geen ‘blobology’, maar neurale patronen/netwerken
o Default mode network
4. MENTAL REALISM/DIRECTE COGNITIE-BREIN RELATIE
Aanname
= cognitieve functies zijn te vinden in het brein
- Natural kinds? Eigenlijk niet zo (Dantziger)
- De rol van taken in pyschobiologie (2e kolom plaatje ^ (geel))
o Many-to-many mapping: niet alleen van cognitie naar brein, maar nog een niveau tussen
o Cognitieve functies zijn onobserveerbaar en moeten geoperationaliseerd worden om ze te
kunnen manipuleren/meten
o Taken zijn cruciaal: definiëren het cognitieve construct
(ook) een probleem, er zijn geen standaardregels voor operationalisatie in
pyscho(bio)logie
o Hoe weet je of twee taken hetzelfde meten?
o Inconsistentie in labels, maar ook inconsistentie in taken
Oplossing: interpretivisme/conceptuele review
Analyse van methodologische keuzes + (bewustzijn van) conceptuele implicaties
van die keuzes
- Conceptuele review
1. Inventaris/tabel maken van methodologische keuzes
2. Opgraven van ingebouwde conceptuele implicaties/aannames (geschiedenis van taak bestuderen
of taak vergelijken met andere taak voor zelfde cognitieve functie)
3. Aannames kritisch analyseren + verbetersuggesties
HC1: COGNITIEVE ONTOLOGIE EN MAPPING (6-09-2023)
LITERATUUR
- Okasha 'Is the mind modular? p. 104-112
- Janssen, A. (2018). De hersenen in kaart. Filosofie Tijdschrift, 2:6, pp. 8-14.
- van Stee, A. (2019). Appels, peren en fruit. Conceptual review als taakanalysemethode. Algemeen
Nederlands Tijdschrift voor de Wijsbegeerte, 111:3, pp. 433-452
LEERDOELEN
- Inzicht in wat een cognitieve ontologie is en hoe deze interacteert met wetenschappelijke
verklaringen.
- Kunnen evalueren hoe ideeën over cognitieve ontologie relateren tot het brein (mapping).
COGNITIEVE ONTOLOGIE
Cognitieve ontologie
= systematische indeling van onze cognitieve functies
- Niet zo objectief, natuurwetenschappelijk, universeel, theorieneutraal en ahistorisch als we geneigd
zijn te denken Biedt ook mogelijkheden kan verbeterd worden
FUNCTIE COGNITIEVE ONTOLOGIE
Standaardiseren: wetenschappers gebruiken andere termen voor hetzelfde cognitieve proces, of definiëren
dezelfde term op verschillende manieren
- Vb. Werkgeheugen
o o Manipuleren van informatie in het geheugen
o o Geheugen voor tijdelijk variërende aspecten van een taak
!!! Werkgeheugen kan anders zijn bij verschillende onderzoeken.
OORSPRONG COGNITIEVE ONTOLOGIE
Danziger: cognitieve termen (en psychiatrische stoornissen) zijn geen natural kinds
- Geïllustreerd door cultureel afhankelijkheid en historiciteit
o We onderzoeken ‘emotie’ omdat het een relevante categorie is in onze cultuur/maatschappij
o Veel psychologische categorieën zijn ≈1910-1940 ontstaan
o DSM wordt regelmatig herzien
Werkte als Psychologieprof in Indonesië en wilde een gezamenlijke cursus opzetten met Indonesische collega
- Motivatie, leren, intelligentie etc. waren geen onderwerpen dit zijn Indonesische collega
interesseerden, die hem zinnig leken
- Onderwerpen van collega leken hem geen ‘natural domains’, waren gebaseerd op aannames die hij
niet deelde
Nu
Wij zijn objecten voor onszelf
- Zien onszelf als redelijk. Daarnaast passioneel.
- Motivatie komt voort uit passie, niet reden.
- Relateren aan onszelf voor onszelf.
- Zien onze acties als voortvloeiend uit de motivatie van een centrale ik.
,EXPLICIETE VS. IMPLICIETE THEORIEËN
Expliciete theorieën
= passen we aan als gevolg van empirisch bewijs
Impliciete theorieën
= vooronderstellingen over ons onderwerp die geïmpliceerd zijn in de categorieën die we gebruiken
- Definiëren onderzoeksobjecten
- Gebruiken we om onderzoeksresultaten te communiceren
- Geven het ook betekenis
Niet alle termen verschillen over culturen: geheugen en perceptie staan overal.
Beantwoord vragen als waar en wanneer vinden die cognitieve processen dan plaats.
MAPPING
Mapping
= zoeken naar correspondenties tussen hersenactiviteit (tijde en ruimte) en cognitieve functies
- Doen fMRI, single-unit recording, EEG, etc. hetzelfde?
- Dé basis van psychobiologie
- Frenologie
o Relateren van kenmerken van de schedel aan mentale (karakter)eigenschappen
AANNAMES VAN MAPPING STRATEGIE
1. ONE-TO-ONE MAPPING
Aanname
= elk hersengebied heeft maar één functie
en deze functie is ook uniek; elk gebied
heeft een andere functie.
Gedrag/cognitieve functies die
corresponderen met theta-oscillaties.
Reverse inference problem
Oplossingen:
- Cognitieve categorieën aanpassen
- Hersencategorieën aanpassen
Werkelijkheid
= wirwar aan correspondenties (many-to-many mapping)
- Een hersengebied (of neuronaal network) correspondeert vaak met vele cognitieve functies
- Cognitieve functies corresponderen met meerdere hersengebieden
2. COGNITIEVE ONTOLOGIE STAAT VAST/ MODULARITY OF MIND
Aanname
= er zijn meerdere, vaststaande cognitieve categorieën
- Modulair
o Cognitieve processen kunnen opgedeeld worden in
componenten die onafhankelijk van elkaar werken
- ‘Natural kinds’/context-onafhankelijk
o Danziger: oorsprong cognitieve categorieën
, Cognitieve categorieën aanpassen door…
- Algemener maken
o Benoemen van kleuren + herkennen van visuele woordvormen = integreren van zintuiglijke en
motorische informatie
- In neurotermen (ipv. folk psychology)
o Taal + geheugen = mathematische signaaltransformatie
- Door middel van neurowetenschappelijke data
3. MODULARITY OF BRAIN
Aanname
= het brein bestaat uit afgebakende gebieden
- ‘Blobology’ Brodmann areas
- Neuropsychologie/lokalisatie
- Geen ‘blobology’, maar neurale patronen/netwerken
o Default mode network
4. MENTAL REALISM/DIRECTE COGNITIE-BREIN RELATIE
Aanname
= cognitieve functies zijn te vinden in het brein
- Natural kinds? Eigenlijk niet zo (Dantziger)
- De rol van taken in pyschobiologie (2e kolom plaatje ^ (geel))
o Many-to-many mapping: niet alleen van cognitie naar brein, maar nog een niveau tussen
o Cognitieve functies zijn onobserveerbaar en moeten geoperationaliseerd worden om ze te
kunnen manipuleren/meten
o Taken zijn cruciaal: definiëren het cognitieve construct
(ook) een probleem, er zijn geen standaardregels voor operationalisatie in
pyscho(bio)logie
o Hoe weet je of twee taken hetzelfde meten?
o Inconsistentie in labels, maar ook inconsistentie in taken
Oplossing: interpretivisme/conceptuele review
Analyse van methodologische keuzes + (bewustzijn van) conceptuele implicaties
van die keuzes
- Conceptuele review
1. Inventaris/tabel maken van methodologische keuzes
2. Opgraven van ingebouwde conceptuele implicaties/aannames (geschiedenis van taak bestuderen
of taak vergelijken met andere taak voor zelfde cognitieve functie)
3. Aannames kritisch analyseren + verbetersuggesties